Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 2001-2008    Kenia in crisis : Verraad, corruptie, doofpotoperaties en eindelijk....een akkoord  
| thema: afrika , democratie  |
 

Kenia in crisis : Verraad, corruptie, doofpotoperaties en eindelijk....een akkoord

> Jos Geudens - gepubliceerd op 13 maart 2008

Eens werd Kenia het Zwitserland van Oost-Afrika genoemd. Omringd door landen, geconfronteerd met een burgeroorlog (Somalië en Soedan), was het Oost-afrikaanse land reeds sinds de onafhankelijkheid een toevluchtsoord voor vele vluchtelingen o.a. van Somalië, Congo, van Ruanda enz...

Kenia werd verschillende keren aangezocht om te bemiddelen in de verschillende conflicten in Oost-Afrika en werd daarvoor internationaal geprezen. Verleden jaar speelde het, samen met Ethiopië en de VS , een belangrijke rol in de ontmanteling van de Islamitische krachten in Somalië.
In maart 2007 kwam minister van interne zaken John Muchiki terug uit de VS met een cheque van 14 miljoen dollar voor interne veiligheid en terrorismebestrijding.
Kenia was een bolwerk in de strijd tegen het “internationaal terrorisme”van Bush. Kenia werd ook genoemd als een mogelijke gastnatie voor Africom (het interventieteam van de VS in Afrika).

Kenia was in Afrika het “democratisch” kroonjuweel van de internationale gemeenschap sinds 1992 en genoot volledige steun van de VS, die ook in de recente periode de economische politiek van Kenia genegen was omdat ze beantwoordde aan de eisen van het IMF en de Wereldbank: opengooien van de grenzen, aantrekken van internationaal kapitaal, privatiseringen...

En het ging sinds 2002 ogenschijnlijk bergop met Kenia’s economie : een stijging van het Bruto Nationaal Produkt (BNP) van 7% in 2007 is niet niks.
China vervoegde de internationale investeerders en sloot belangrijke contracten met de Keniaanse regering. Nairobi werd het centrum van het economisch leven in Oost-Afrika.
De gebeurtenissen van de voorbije weken hebben dit veranderd. Een verkiezingsfraude voor de ogen van de Keniaanse televisiekijkers opende de doos van pandora. Kenia zal niet meer het Kenia zijn van voor de verkiezingen van 2007.

Immense ongelijkheid

De gebeurtenissen waren echter voorspelbaar, maar de meeste waarnemers sloten hun ogen voor de Keniaanse realiteit. Het broeide in de Keniaanse maatschappij. Het had alleen een vonk nodig om te ontploffen. Vooreerst was er het gebrek aan vertrouwen in “de politiek”. Het Keniaanse parlement en regering was gedurende al die jaren geëvolueerd tot een “money-makingmachine”, waar de jonge Keniaanse bevolking geen boodschap aan had.

In een land als Kenia waar het grootste deel van de bevolking moet rondkomen met 1 dollar per dag (= 70 shilling) gaat een parlementariër met maandelijks 732.400 shilling naar huis (+ subsidies voor wagen, woning en gezondheidskosten). Daarenboven is het grootste deel van dezelfde parlementariërs ook “businessmen” geworden. Er is een enorme verstrengeling tussen politieke macht en economisch leven.
Anderzijds was er de enorme kloof tussen arm en rijk.
Een rapport openbaar gemaakt in april 2006 (Nation 23 mei 2006) toonde aan dat 10% van de rijke bevolking 42% van het binnenlands produkt controleerde terwijl 10% van de armsten , zo’ n 3 miljoen mensen, slechts 1%. Hetzelfde rapport wees op het feit dat het aantal armen (minder dan 2648 shilling per maand= 40 dollar) bleef stijgen.
Kenia werd gerangschikt als vierde op de lijst van de landen met de meest “ongelijke verdeling van de rijkdom.”

Ongelijkheid binnen de regio’s

Daarboven heb je nog de ongelijkheid tussen de verschillende regio’s: Nyanza (63,1% armen), kust-Mombasa (62,1% ), Western provincie (58,8%), Nairobi (50%), Rift Valley (50,1%), Central Provincie (31,4%).
Maar zelfs in “the place to be” Nairobi met zijn recente designzaken, zijn nightclubs die afgedweild worden door binnenlandse en buitenlandse zakenlui heb je die enorme ongelijkheid.

Rond het zakencentrum Nairobi vind je ook enorme slums waar de armen wonen. Kibera, de grootste slum in Afrika, telt 1 miljoen mensen zonder toegang tot onderwijs, sociale diensten, werkgelegenheid, zonder proper water en sanitair, zonder ordentelijke behuizing. (East Afrikan 22-28 october 2007).
En kijk: het is daar dat de oppositie van Raila Odinga steun krijgt: in de provincies met hogearmoedecijfers en de slums in Nairobi. Het is daar ook dat we in juni jongstleden de eerste tekenen van wanhoop zagen.

Gangs en wanhoop

Sinds lang worden die slums belaagd door gangs van werkloze jongeren van de verschillende ethnieën. Zij bieden enerzijds bescherming tegen misdadigers van andere ethnieën, anderzijds functioneren zij als maffiagangs vergelijkbaar met de gangs in New York en Chicago in het begin van de 20ste eeuw (Focus on Afrika -oct dec 2007) door geld te eisen voor de bescherming.

Sommige eigenaars van een ‘matatu (NVR: minibus die als collectieve taxi gebruikt wordt) waren blijkbaar het spelletje moe en gingen in juli jongstleden in tegen de Mungiki-secte die terugsloeg tegen matatu-eigenaars en politie. Dit leidde tot een wekenlange oorlog in de slums rond Nairobi met’ shoot-to-kill’-orders van de harde minister van binnenlandse zaken John Muchiki. De jongeren -al of niet Mungiki- werden wekenlang belaagd in de slums. Lijken werden gevonden in de bossen en door ‘Human Rights’-activisten werd verwezen naar zogenaamde “doodseskaders” binnen het politiekorps.
De gebeurtenissen toonden eens te meer aan dat deze maatschappij op barsten stond. Maar dit bereikte de pagina’s of televisiekanalen van de buitenlandse pers bijna niet.

Corruptie

Hetzelfde kan gezegd worden over de strijd tegen de corruptie. Bij zijn inauguratie in 2002 beloofde Kibaki de wijdverbreide corruptie in Kenia aan te pakken. Samen met huidig oppositiekandidaat Raila Odinga had hij de kandidaat van vorig president Moi, Uhuru Kenyatta verslagen en kwam aan de macht met een programma van verandering: creëren van jobs, aanpakken van corruptie...

Tijdens de legislatuur hield hij het voor gezien na een discussie rond de grondwet nam hij leden van de “oude garde” terug in zijn coalitie op en gooide Raila Odinga buiten.
John Githongo, een anti-corruptieambtenaar hield het voor bekeken en zocht asiel in Engeland na doodsbedreigingen. De “nieuwe ploeg” echter volhardde in de boosheid en begon zich, net als daarvoor, te verrijken ten koste van de staatskas.

In januari 2006 deed ‘The Economist’ nog een laatste duidelijke oproep: “ Any minister or civil servant involved in graft must be sacked. Failing this, Mr. Kibaki can expect Kenyans to dismiss him at election due to next year. A new opposition alliance is already waiting.” Ook de hints van het IMF en Wereldbank mochten niet baten.

In september 2007 wordt het Krollreport gelekt waaruit blijkt dat de Moi-dynastie en elite gedurende al die jaren 130 miljard shillings ontvreemd heeft uit de staatskas en dat verschillende miljarden te vinden zijn in buitenlandse banken. Dit alles wordt uitgebreid gecommentarieerd in een relatief vrije pers sinds de verkiezing van 2002 van Kibaki.

Kibaki reageert niet en geeft Moi promotie door hem te benoemen tot Kenia’s bemiddelaar in internationaleconflicten.
De alliantie Uhuru Kenyatta, Moi en Kibaki wordt gelegd voor de verkiezingen van 2007. Onder de ogen van de bevolking knoopt Kibaki terug aan bij de “oude garde” die erg blij is dat hij weigert de voorbije en huidige corruptie aan te pakken en kan mee profiteren van de aangekondigde privatiseringen van o.a. SAfaricom, Kenia’s telefoonmaatschappij.

Ethnie en land

Dan de ethnische kwestie die zo’n belangrijke rol speelt in Kenia... Kenia telt meer dan 42 ethnieën waarvan de Kikuyu de grootste is. Daarna komen de Luo’s en Kalenjin.
De Kikuyu waren oorspronkelijk landbouwers die hun vruchtbare gronden grotendeels kwijt raakten aan de ‘white settlers’. Dit was ook de reden van de gewapende strijd van de Kikuyu- Mau-Mau in de jaren ’50. Zij streden voor onafhankelijkheid en verdeling van de gronden. Zij waren dan ook het mikpunt van de verdeel-en-heerspolitiek van de Engelse kolonisten, die in feite de basis legden voor de Kikuyu-haat.

Niet alleen Mau-mau adepten waren het slachtoffer van de erg repressieve politiek van de Engelse regering (The British Goulag). De hele Kikuyu-bevolking was betrokken partij wanneer dorpen werden vernietigd, mensen in kampen werden geplaatst (1 op 4 van de mannelijke Kikuyu-bevolking) en de Mau-mau met harde middelen werd bevochten.

De Engelse kolonisator zocht naar bondgenoten in de Kikuyu-bevolking (homeguards, chiefs) die zwaar profiteerden van de strijd (Mau-Maugronden werden in beslag genomen, premies voor verraders, enz...) maar die daardoor ook onder vuur lagen bij de Mau-Mau. De strijd werd beslecht in het voordeel van de Engelse kolonisator in 1957 maar die koos zes jaar later voor een neo-koloniale oplossing die de belangen van de ‘white settlers’ en de eigen belangen veilig stelde. De oplossing was een overeenkomst met degenen die ze zelf gevangen had gezet: de ‘Kapenguria six’ waaronder Jomo Kenyatta.

Kenyatta, een Kikuyu, was een gematigd nationalist die heel wat toegevingen deed aan de kolonisator (o.a. wat betreft buitenlandse schuld). Er werd een ‘deal’ gesloten: de blanke settlers die wilden blijven, konden blijven, zonder herverdeling van de gronden. Degene die wilden vertrekken konden hun grond verkopen aan de staat. Kenyatta omhelsde de vrije markteconomie en liet vooral zichzelf profiteren: de familie Kenyatta bezit nu gronden zo groot als de Nyanza-provincie.
Daarenboven liet hij gedurende zijn 15-jarige regeringsperiode, die uiteindelijk leidde tot een éénpartijenregime, voornamelijk getrouwe Kikuyu profiteren van de verdeling van de gronden en de inkomsten van de staat. Degenen die echt de Engelsen bevochten hadden moesten 50 jaar wachten op erkenning en leefden verder in grote armoede, als ze al niet vervolgd werden als politiek tegenstander.

De Kikuyu-elite kon zich gedurende jaren verzekeren van enorme inkomsten. Dit zou, zo overtuigden ze de mensen van hun etnie, ook voordelig zijn voor hen en de regio (Central Provincie, Rift Valley). De Kikuyu wachtten gedurende jaren op de kruimels die hen ook te beurt zouden vallen zolang ze hun leiders maar ondersteunden. En dat deden ze ook tijdens de laatste verkiezingen wanneer de ‘Central Provincie’ massaal voor Kibaki stemde.
De Kikuyu-elite bepaalde gedurende al die jaren het economische en politieke leven.

Moi-dictatuur

Moi, een Kalenjin, volgde Kenyatta op en kon tot 2002 zijn macht behouden. Hij deed niets aan de ongelijke verdeling van de inkomsten ten voordele van de Kikuyu (Central Provincie) en aan de corruptie... integendeel die verergerde (zie Kroll-report).
Ook aan de landkwestie werd niets gedaan. Terwijl er enorme ranches waren (thee-, koffie-, fruit- en bloemenplantages,... in handen van ‘white settlers’, multinationals en plaatselijke elite) snakten de mensen naar een stukje grond.

Daarenboven wisten zij dat sommige gronden gratis (of bijna gratis) juist na de onafhankelijkheid cadeau waren gedaan aan meestal Kikuyu-en Kenyatta-aanhorigen in bijvoorbeeld de Rift Valley. Dit verklaart ook het etnisch geweld in de Rift Valley tijdens verkiezingsperiodes.

Uiteraard wilden de verschillende regeringen, die vooral bestonden uit de Kikuyu-elite (de zogenaamde MountKenya-maffia) die kwestie niet op de tafel gooien omdat hun eigen belangen (of die van hun stemmers) hierdoor geschaad zouden worden.

De verkiezingen

Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de verkiezingen met veel enthousiasme werden onthaald als middel tot verandering. Op de verkiezingsdag stonden reeds vanaf 6 u ’s morgens rijen aan te schuiven om hun stem uit te brengen. De opkomst was enorm, de grotendeels jonge bevolking van Kenia nam massaal deel aan de stembusslag. Het was dan ook een electorale revolutie die we mochten meemaken.
De meeste ex-ministers van de Kibaki-regering leden nederlaag op nederlaag. Opmerkelijk: vice-president Awori verloor tegen een mensenrechtenactivist van de oppositie in Western Provincie. De zonen van ex-president Moi verloren in ’Rift Valley’ en de gehate businessman en politieker Biwot, vriend van Moi, verloor zijn zetel.
ODM- van Odinga won in alle provincies, behalve ‘Central Provinc’e (Kikuyu-land stemde massaal Kibaki) en ‘Eastern Provincie’ ( Kibaki en Musyoka). Blijkbaar had Odinga de overhand.

De laatste uitslagen, die door ODM werden in vraag gesteld, gaven dan weer een minimale voorsprong voor Kibaki. En dan gebeurde het ongelooflijke voor de tv-camera’s. Het verkiezingscentrum werd door de politie ontruimd. Kibaki werd tot overwinnaar verklaard, binnen het uur beëdigd in een erg select gezelschap terwijl de pers door een regeringsmaatregel aan banden werd gelegd.

Niet alleen de ODM-oppositie sprak van verkiezingsfraude, ook de EU-waarnemers waren niet overtuigd. Felicitaties kwamen er nog van de VS maar die haken later ook af. Enkel China laakt de interventie van de EU in Kenia’s politiek.

Reactie op de fraude

De politieke kwestie, de frauduleuze verkiezingen, hebben geleid tot ernstige rellen en opstanden in voornamelijk de slums en de armere regio’s.

Eerst als reactie op de verkiezingsuitslag maar dit leidt al vlug tot plundering in Nyanza-provincie en de slums overal in het land, waar de wanhoop heerst. Dit wordt vrij vlug onderdrukt door het geweld van de politie en de nieuw gevormde General Service Unit (GSU) die niet terugschrikt voor ‘shoot-to-kill’-operaties in bijvoorbeeld Nyanza.

In sommige gebieden werd dit aangegrepen om mensen van een andere ethnie te verdrijven (zie Rift Valley), met wraakacties in Kikuyu-gebieden (Nakuru, Thika, enz...) gepleegd door gefrustreerde jongeren al dan niet aangepord door politici, die te winnen hebben bij etnische conflicten. Gevolg: 800.000 vluchtelingen en 700 doden.

Opmerkelijk is ook dat na de verkiezingsuitslag de politie onmiddellijk het economisch centrum van Nairobi afsluit en beschermt terwijl de slums ontploffen en buren elkaars huizen afbranden. Hetzelfde gebeurt wanneer het leger ingeschakeld wordt om de export van bloemen van de multinationals te vergemakkelijken. Het gepeupel mag elkaar vermoorden maar de economie moet blijven draaien, nietwaar?

Wat nu? Het Keniaans akkoord

Het is eindelijk gelukt.
Op 28 februari 2008, tekenden Raila Odinga en Kibaki onder grote internationale en persbelangstelling het langverwachte akkoord voor machtsdeling. Na de opgeschorte onderhandelingen en terwijl de Kenianen het ergste vreesden, kondigde Annan aan dat na contacten met Kibaki en Odinga een akkoord uit de bus zou komen. Het werd tijd. Een mislukking van de onderhandelingen onder leiding van Koffi Annan zou ongetwijfeld nieuw geweld ontlokt hebben dat Kenia, en mogelijk de hele regio, in vuur en vlam gezet zou hebben. Er waren reeds geruchten van bewapening en training van etnische milities.
Het is duidelijk dat de internationale westerse druk enorm is geweest. Dit tot ongenoegen van enkele hardliners binnen de regering die de reden van de westerse druk zagen in de goede economische contacten van Kenia met China en een nieuw kolonialisme.
Niets is echter minder waar. Uiteraard waren er de strategische en economische belangen van de grootmachten maar een ding is zeker: de Keniaanse publiek opinie wilde een oplossing van de crisis.

Kibaki wordt erkend als president maar moet een groot deel van zijn macht aftsaan aan een eerste minister (Odinga). Tot hiertoe had de president enorme macht, wat nog dateert uit de Kenyatta-tijd van na de onafhankelijkheid. Daar komt nu een einde aan.

De oppositie krijgt daarenboven de helft van de ministerposten. Vreugdekreten in de Keniaanse straten. De hardliners binnen de PNU hebben verloren en het lijkt onwaarschijnlijk dat ze in staat zullen zijn om in het parlement het akkoord te boycotten. Maar ook aan oppositiezijde is niet alles koek en ei. Raila Odinga wordt weliswaar eerste minister en Kibaki moet een deel van zijn machtspositie afgeven (hoeveel is nog niet duidelijk) maar de bal ligt nu in het Odinga-kamp om de gedane beloften waar te maken: een verandering van de grondwet (met o.a. minder presidentiele macht), een waarheidscommissie die onrechtvaardigheden van het verleden bespreekbaar en ongedaan moet maken, de landkwestie, de corruptie en voornamelijk de enorme kloof tussen arm en rijk binnen de bevolking en binnen de regio’s.

De verwachtingen zijn dus erg groot.
Het is echter min of meer duidelijk dat de oppositie niet (of zeker niet volledig) de belangen zal dienen van degenen die hem nu zo steunen, namelijk de miljoenen werkloze jongeren die hopen op een ander bestaan en verandering. Raila Odinga zal niet veel veranderen aan de economische politiek van neoliberalisering. Hij noemt zichzelf een Blairist en zal dus zeker geen radikale economische veranderingen doorvoeren.

Ook wat betreft de corruptie heeft de oppositie boter op het hoofd.
Uiteraard zegt de oppositie dat de corruptie moet aangepakt worden: de elite moet schuld bekennen en het geld moet teruggehaald worden en ter beschikking van de Keniaanse bevolking gesteld. Maar ook enkele belangrijke oppositieleden zijn genoemd in corruptiezaken. Het zou alleszins nefast zijn indien de oppositie nu, zoals de voorbije machtshebbers, de kans grijpt om zichzelf te verrijken in plaats vaniets aan de problemen te doen.

Indien niets aan de knelpunten gedaan wordt (o.a. de corruptie) is er geen oplossing mogelijk. Misschien heeft een deel van de elite wel zijn politieke macht verloren aan de oppositie maar hun economische macht is duidelijk niet aangetast.

Kenia likt nu zijn wonden. Etnische verdeeldheid steekt de kop op in universiteiten, scholen, ziekenhuizen, burelen, enz... De vluchtelingen moeten een nieuwe toekomst aangeboden worden en liefst terugbegeleid naar de gebieden waar ze "etnisch gezuiverd" zijn.
Herstel zal moeilijk zijn. Veel wonden zullen geheeld moeten worden. Breuken zijn geslagen maar een ding is duidelijk: deze crisis heeft bijgedragen tot een groter bewustzijn bij een groot deel van de bevolking (en Kenia is een land met een enorm potentieel aan geschoolde mensen, niet in het minst bij de ‘civil society’).

Men is ervan overtuigd dat nu het moment van verandering gekomen is, dat het gedaan moet zijn met doofpotoperaties. Discussie over de landkwestie, over de groeiende ongelijkheid, over de nefaste neo-liberalisering,over corruptie... moet leiden toteen andere maatschappij waar de elite verantwoordelijk gesteld wordt voor de huidige chaos. Dit is nu een taak van de civiele maatschappij om daarover te waken.

Het Keniaanse leed van de voorbije maanden mag niet voor niets geleden zijn.


Jos Geudens, was ooit initiatiefnemer van Attac Antwerpen Hij woont sinds een jaar in Kenia waar hij zich inzet om kinderen zo goed mogelijk onderwijs te geven.
Je kan meer nieuws van Jos vernmen via zijn website Groeten Uit Mombasa.

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Juli 2010 »
M D W D V Z Z
28 29 30 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31 1
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.