![]() Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij |
||
De crisis: stop de kettingreactie> Attac Frankrijk - gepubliceerd op 19 oktober 2008Al tien jaar volgt de ene crisis na de andere. De huidige crisis woedt sinds meer dan een jaar. Alleen wordt niet iedereen erdoor getroffen. De ongelijkheid die sinds de komst van het neoliberalisme al aanzienlijk was toegenomen, is nog vergroot. In haar jaarverslag vermeldt de bank Merryl Lynch 100.000 ’ultrarijken’. Elk van hen bezit minstens 30 miljoen dollar aan financiële activa. Samen maakt dat 15.000 miljard dollar, wat overeenkomt met bijna een kwart van de bruto wereldproductie. Zij controleren niet meer alleen het banksysteem, zoals dat voor de Tweede Wereldoorlog het geval was met de beruchte tweehonderd families, die hun wil oplegden aan de Franse nationale bank. Vandaag gijzelen ze de wereldeconomie. Die zakt daardoor weg in een crisis die een veelvoud aan facetten vertoont:op het gebied van de financiën en het milieu, op het vlak van de voedselvoorziening en op sociaal vlak. Al deze crisissen én het systeem dat er de oorzaak van is, vernietigen stilaan de mensheid en de planeet als de volkeren daar niets tegen doen. Want elke crisis versterkt en verscherpt de andere. De financiële crisis(1) Ondanks de inspanningen van tal van specialisten die ons hun recepten proberen aan te praten om de crisis “in te dijken”(2), zijn al de dijken, waarvan men ons destijds verzekerde dat ze superveilig waren, doorgebroken. Om te beginnen heeft de crisis, die zogezegd nooit de Atlantische Oceaan over zou geraken en zich zou beperken tot die jammerlijke episode van de Amerikaanse subprimes, de andere rijkste landen aangetast. Vervolgens, in weerwil van wat de grootste optimisten beweerden, heeft de crisis in de banksector en in de financiële wereld de grens met de reële economie overschreden. Zo staan de Verenigde Staten en Europa op de rand van een recessie (-0,3% voor het BBP van Frankrijk in de tweede trimester van 2008, -0,5% in Duitsland en -0,2% voor de hele eurozone). En op wereldniveau is de groeivertraging nu al een zekerheid. Het is hier natuurlijk niet de bedoeling om de lof te zwaaien van de economische groei die de steunpilaar is van het kapitalisme. Groei immers stelt de kapitaalbezitters in staat hun bezit te vrijwaren en te laten toenemen, en ondertussen kunnen ze ook nog eens de meest gewelddadige opstanden afwenden. In tegendeel dus, we moeten er op wijzen dat deze recessie in de eerste plaats vernietigend is voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. De vrije circulatie van het kapitaal, de procedures waarbij onbetrouwbare immobiliaire kredieten vermomd worden in onschuldig lijkend waardepapier, de uitbreiding van de termijnmarkten waar de afgeleide producten verhandeld worden, het dereguleringsbeleid van de staten, en dit zowel binnen de nationale grenzen als binnen de gemeenschapsgrenzen zoals die van de EU, de kredietfaciliteiten die men het financieel systeem heeft toegekend om mee te doen aan de gigantische herstructureringen van het wereldproductiesysteem, onder meer door de techniek van leverage buy out (LBO)(3), dat alles heeft de financiële schokken in de loop van voorbije decennia verveelvoudigd. Er is de ineenstorting van de beurzen (1987), de crisis van de spaarkassen in de VS (1988-89), de Mexicaanse crisis (1995), de crisis in Azië ((1997), in Rusland (1998), in Argentinië ((2001), de instorting van het LTCM-fonds (1998), de crisis van de zogenaamde Nieuwe Economie (2000), de subprimecrisis (2007). De ene zeepbel zat de andere op de hielen. De chronische instabiliteit wordt versterkt door de centrale banken en de regeringen die te hulp snellen van instellingen die onverantwoorde risico’s hebben genomen: Northern Rock in Groot-Brittannië, Bear Stearns, Fannie Mae en Freddie Mac in de VS. In Europa verhoogde de Europese Centrale Bank (ECB) haar rentevoet zonder afspraken te maken met de Amerikaanse Fed die de hare verlaagde. Daardoor geraakte de euro overgewaardeerd tegenover de dollar en de wispelturige olieprijs. Zo riskeren we de inflatie die ze nu net beweerde te bestrijden, ondanks de dreigende recessie. Met betrekking tot het sturen van de economische conjunctuur lijkt de Fed een soepelere politiek te voeren dan de ECB, door bij dreigende recessie het krediet te versoepelen en door kredietverstrakking in geval van oververhitting. In de werkelijkheid echter hebben ze allebei als essentiële doelstelling de financiële mechanismen niet te hinderen. Allebei zijn ze ervan overtuigd dat die laatste in staat zijn het beste voor de wereld te verwezenlijken. Nochtans staan alle officiële indicatoren op rood. De daling van het Franse BBP met 0,3% in de tweede trimester is in de eerste plaats beïnvloed door gezinnen die minder consumeren en heel voelbaar hun aanschaf van woningen hebben beperkt (2,9%). Dat hoeft niet te verwonderen, want het aandeel van de lonen in de toegevoegde waarde heeft in alle Europese landen zijn laagste niveau bereikt sinds de Tweede Wereldoorlog (cf. grafiek). Volgens de "Observatoire des inégalités" (Frans instituut dat de inkomensongelijkheden noteert. n.v.d.v), verdient de helft van de Franse loontrekkers maandelijks minder dan 1.500 euro. Wat dan gezegd van de ongeveer 4 miljoen loontrekkers die onvrijwillig deeltijds werken en van zij die helemaal géén werk hebben?
Hoewel ze al op een heel laag peil stonden, zijn ook de bedrijfsinvesteringen nog eens verminderd (1%) in de loop van dezelfde periode. Financieel speculeren blijkt inderdaad lonender want op korte termijn brengt dat goed op. Investeren in verhoging van de arbeidsproductiviteit duurt immers veel langer alvorens dat dit rendeert. Zo ziet het er, wat Frankrijk betreft, op binnenlands vlak uit. Daar komt ook nog eens de verslechtering van de buitenlandse handel bij. Die is zwaar beïnvloed door de prijsstijging van petroleumproducten en grondstoffen. Die prijsstijgingen hebben inderdaad veel te maken met de wispelturigheid van de “markten” die gedomineerd worden door speculatie en totaal niet gereguleerd worden. Anderzijds steken de VS, waar deze financiële crisis toch is begonnen, een monetaire rente in hun zak als gevolg van de heersende positie van de dollar op de wereldeconomie. Hoewel de buitenlandse financiële bezittingen in de VS ruimschoots die van de Amerikanen in het buitenland overtreffen (2.500 miljard dollar in 2007), meldt het Bureau voor Economische Studies van het Departement voor Handel (Amerikaans ministerie, n.v.d.v.) dat de financiële opbrengsten die terug naar de VSA zijn gevloeid 90 miljard bedroegen in 2007. In 1960 ging dat nog over 3 miljard en tegen het einde van de jaren 1990 nog altijd maar 10 miljard. Maar die monetaire hegemonie van de VSA zou wel eens gevaar kunnen lopen als gevolg van hun niet te peilen buitenlandse schuld, het teveel aan dollarliquiditeiten in de rest van de wereld en de concurrentie van de euro. Sociale crisis in het noorden en het zuiden Wie aldus de sociale verworvenheden op losse schroeven zet en een voedselcrisis uitlokt, geeft te kennen dat de burgers, de zes en een half miljard mensen van deze wereld, niet meer zijn dan de hoofdvariabele in een systeem, die men naar believen kan aanpassen als dat systeem hapert. Dat is de realiteit zoals ook de meest respectabele internationale instellingen ze herhaaldelijk en heel nauwkeurig zonder enige schroom beschrijven van. De Wereldbank bijvoorbeeld publiceerde in augustus 2008 een rapport onder de titel: “De ontwikkelingslanden zijn armer dan we dachten, maar boeken desondanks successen in hun strijd tegen de armoede”(4) Akkoord, de Wereldbank haast zich snel om vast te stellen dat de armoede in de wereld vermindert. Hoe zou het ook anders kunnen? De bruto wereldproductie verdrievoudigde sinds 1980, terwijl in dezelfde periode de wereldbevolking met coëfficiënt van minder dan 1,5 toenam. Als het aantal mensen die met minder dan 1 dollar moeten toekomen (niet gerekend tegen de gangbare wisselkoers, maar in reële koopkracht) gedaald is van 1,5 miljard in 1981 tot 880 miljoen in 2005, dan begrijpen we het waarom van die halvering. Inderdaad, als men China niet meerekent, dan geeft dat 804 miljoen mensen tegen 773 miljoen, 25 jaar later. Daar zit dus de verklaring. Let wel, het gaat er niet om dat land op te hemelen als hét ideaal van menselijke ontwikkeling. Er moet alleen worden aangestipt dat de weg die China bewandelt, niets van doen heeft met de neoliberale recepten, maar alles met een centrale regularisatie. De maatstaf van een dollar per dag maakt het misschien mogelijk om zich een idee te vormen van het aantal mensen dat leeft en sterft in diepe ellende, maar hij is minder bruikbaar als de algemene levensstandaard stijgt. Rekent men echter met 2,5 dollar per dag (in koopkracht betekent dat minder dan 1,7 euro) dan blijkt dat voor het geheel van de ontwikkelingslanden het aantal mensen dat het daar moet mee doen van 2,74 miljard gestegen is tot 3,14 miljard in 2005. Dat is met andere woorden 50% van de mensheid. Daarentegen voor de ultrarijken die Merill Lynch telt, gaat alles goed. Ook voor de 10% allerrijkste Brazilianen, die zich 45% van de nationale rijkdom toe-eigenen, terwijl de 10% armsten moeten zien te overleven met 0,9% van wat heel Brazilië voortbrengt. Zou het toeval zijn dat het hier een van de landen betreft met het grootste aantal moorden ter wereld? Bijna 30% van de jongeren in subsahariaans Afrika gaan niet naar school. In die regio blijft de levensverwachting bij de geboorte bijna onveranderlijk op 35 jaar staan en heeft 63% van de bevolking geen toegang tot drinkbaar water. Onder zulke omstandigheden is het begrijpelijk dat er de laatste maanden in talloze regio’s van de wereld hongeropstanden zijn uitgebroken. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) in het kader van de Verenigde Naties probeert vele honderdduizenden mensen van de hongerdood te redden, maar zijn macabere statistieken vermelden tevens 25.000 doden per dag. Wat vermag dat WFP met zijn belachelijke jaarlijks budget van 700 miljoen dollar, of bijna 1000 maal minder dan de militaire uitgaven van de VS? In de loop van het laatste decennium is de prijs van het graan en de rijst verviervoudigd en die van de soja verdubbeld. Dat komt door het landbouwmodel dat het kapitalisme heeft opgelegd, door de structurele aanpassingsprogramma’s die de teelt van voedingsgewassen hebben opgeofferd ten voordele van de exportgewassen, door de agrobrandstoffen waarvan er almaar meer worden geproduceerd (64% van het koolzaadolieverbruik in de Europese Unie), door het vleesverbruik, en door de recente speculatieve prijsstijgingen op de wereldmarkten.
Alle crisissen versterken elkaar in deze vernietiging van de planeet en haar bevolking. Ondertussen verrijken ze wel de kapitaalbezitters. Zoals in Amerika, waar ze de maïsproductie hebben opgevoerd tot 79 miljoen ton om ethanol te verkopen. Of in de Europese Unie, een netto-importeur van voedselproducten uit het zuiden. Of in Brazilië, waar men in 2007 een landbouwoverschot van meer dan 57 miljard dollar heeft gestockeerd. Dat alles heeft als onmiddellijk gevolg de ontbossing (wat zich bijzonder doet voelen bij de klimaatopwarming), de inkrimping van de oppervlakte bestemd voor de teelt van voedingsgewassen, de speculatie met landbouwgrondstoffen, en - op langere termijn - een rampzalige stijging van de broeikasgassen. Zoals alle voorgaande speculatieve luchtbellen, zal die van de landbouwproducten uit elkaar spatten. De catastrofale gevolgen ervan zullen de meest kwetsbaren van deze aarde treffen. Nu al blijkt duidelijk uit de gevoelige terugval van de grondstofprijzen, vergeleken met de lente 2008, hoezeer de speculatie de meeste markten beïnvloedt. Ecologische crisis Talrijke wetenschappelijke publicaties hebben enerzijds de uitzonderlijke ernst van de toestand aangetoond. Anderzijds wijzen ze er op hoe de mens verantwoordelijk is voor de ecologische crisis. Wat het klimaat betreft somt een groep klimaatspecialisten(5) vijftien knipperlichten op die door de OESO zijn aangestoken:
Aan deze indrukwekkende lijst ontbreekt nochtans de uitputting van de reserves van fossiele brandstoffen: weldra olie en aardgas en wat later steenkool. Een aantal generaties, of juister gezegd een uiterst kleine minderheid van hen, hebben zich - ontegensprekelijk met gebruik van geweld - het recht toegeëigend om in hun voordeel de toekomstige generaties te beroven van de hulpbronnen van onze planeet. Bovendien zijn ze de oorzaak van de uitstoot van broeikasgassen, wat terecht als een gevaar worden bestempeld voor de toekomst van onze planeet. Als we alleen nog maar kijken naar de CO2, blijkt dat de wetenschappers alarm slaan vanwege het steeds grotere volume van die uitstoot. De voorbije vierhonderd duizend jaar heeft die maar in beperkte mate geschommeld. Dat betekende een concentratie in de atmosfeer van zo’n 290 deeltjes per miljoen. In de loop van de laatste drie decennia is die echter met 70% toegenomen, zodat ze nu meer dan 430 deeltjes bedraagt. Vele experts beschouwen dat als een kritische drempel. Erger nog: elk jaar stijgt die concentratie nu met zo’n 2 deeltjes! Wat doen de economische en politieke leiders van onze wereld daar tegen? Ze hebben een CO2-uitstootrecht uitgevonden en latende prijs daarvan door de markt bepalen. Een aantal van zij die echt begaan zijn met het klimaat hebben zich daardoor laten verleiden. Het leek hen billijk om een prijs te vragen voor iets wat tot dan toe werd verspild. Maar die methode is dubbel gevaarlijk. Enerzijds houdt ze geen rekening met de chemische en biologische draagkracht van de aarde. Ze organiseert alleen maar de mogelijkheden om al dan niet toegang te verkrijgen tot de markt. Anderzijds, zolang dat de winst voortkomende uit de activiteiten die deze CO2 veroorzaken hoger is dan de kostprijs ervan, zal de uitstoot niet verminderen. Dat is wat in de praktijk gebeurt. Om dat te veranderen moet men een internationale politieke regeling bedenken, die dwingend bepaalt hoe groot de maximum uitgestoten hoeveelheden mogen zijn en tegen welke prijs dat mag gebeuren. Die prijs moet de vorm van een taks aannemen wil men verkrijgen dat de maximum toegelaten uitstoot gerespecteerd wordt. Fundamenteel is de markt immers niet in staat om zich te voegen naar een logica van algemeen belang. De markt is alleen bekommerd om een prijs die het maximum aan winst genereert. Ze kan geen respect opbrengen voor de maatschappijkeuzes van de burgers, en evenmin rekening houden met de grenzen van de leefbaarheid.
Een voorwaartse vlucht in de kernenergie, waarmee sommige regeringen het energietekort willen afwenden, is onder die voorwaarden absurd. Het Internationaal Energieagentschap erkent zelf dat kernenergie geen oplossing kan brengen, want die energie zal nooit meer dan 6% van de primaire energie kunnen dekken en nauwelijks 3% van de totale energiebehoeften. Uiteindelijk dwingt de ecologische crisis ons opnieuw na te denken over de houding van de mensheid ten aanzien van begrippen zoals vooruitgang, wetenschap en natuur, en dat in totaal andere termen dan die van alleen maar de economie. Wat te doen? Er moet onmiddellijk op wereldvlak een algemene maatregel aangenomen worden: ophouden met de regulering over te laten aan alleen de markt en opteren voor een regulering in de vorm van een openbare dienst. Daarvoor moet men gebruik maken van de hefbomen die de Mondiale Gemeenschapsgoederen (MGG)(6) vormen. De andersglobaliseringsbeweging en de maatschappelijke en politieke bewegingen moeten zich meester maken van die hefbomen en ze aanwenden om zich te verzetten tegen al diegenen die de bewoners van de planeet en de planeet zelf in de toestand hebben gebracht waarin die zich nu bevindt. Alles wat nodig is de hele mensheid te verzekeren van de essentiële noodzakelijkheden van het leven moet in een of andere vorm van collectief openbaar beheer toegeëigend of opnieuw toegeëigend worden. Een eerste, niet limitatieve schets toont voldoende aan hoe omvangrijk die taak is en tevens hoe diepgaand de verandering op alle gebied zou zijn: klimaat en milieu, gezondheid en onderwijs, culturele en biologische diversiteit, iedereen laten delen in de kennis, voedselzekerheid, vrede, financiële stabiliteit, beschikbaarheid van drinkbaar water en energie... Natuurlijk veronderstelt de selectie - ondermeer in volgorde van hun belangrijkheid - van die MGG, het gebruik ervan en hun financiering een democratische praktijk, die overigens nog moet worden uitgedacht. En die goederen zullen ook permanent aangepast moeten zijn aan de behoeften en de keuzes van de volkeren. Eens we zo ver zijn, moeten we een assemblee aanduiden in de schoot waarvan moeten worden vastgesteld welke MGG’s daarvoor in aanmerking komen. Vandaag is de Organisatie der Verenigde Naties het best geschikt om die rol op zich te nemen. Dat zou trouwens de gelegenheid kunnen zijn om de soms radicale hervormingen door te voeren die Attac eist om de UNO echt multilateraal te maken. Vanzelfsprekend gaat het dan niet om te stemmen over “resoluties” van het soort waarvan er al honderden bestaan maar die nooit worden uitgevoerd. Wat in zulk multilateraal en democratisch kader wordt beslist, moet vanzelfsprekend door iedereen worden gerespecteerd. Alleen een brede wereldwijde samenwerking zal de klassieke struikelblokken vermijden zoals het fenomeen van de “free rider” (degene die zich onttrekt aan de collectieve taken) of zoals het “dilemma van de gevangene”, waar de wedijver de slechtste oplossing doet kiezen. Om die samenwerking operationeel te maken moet men beschikken over de nodige hulpbronnen. Men moet ze weliswaar opsporen, maar onvindbaar zijn ze zeker niet. Talrijke onderzoeken, ook van het IMF en de OESO, tonen aan hoe een belangrijk deel van de arbeidsinkomsten getransfereerd wordt ten voordele van kapitaalinkomsten. De Europese Commissie, die er trots op mag zijn dat ze daar in belangrijke mate mee toe bijgedragen heeft, bevestigt dat in een studie uit 2007(7). Tussen 1975 en 2006 bedroeg die transfer meer dan 12% van het BBP. Met andere woorden: zo’n 1.200 miljard euro werden aldus aan de werkenden onttrokken om overgeheveld te worden naar de aandeelhouders en kapitaaleigenaars! Natuurlijk is die transfer niet aan tovenarij toe te schrijven. Enerzijds werden de lonen losgekoppeld van de arbeidsproductiviteit en anderzijds werd er tussen 1993 en 2007 een algemene vermindering van de belasting op de bedrijfswinsten doorgevoerd. Wereldwijd kwam dat neer op een verlaging van de aanslagvoet van 38% naar 27%, waarbij de Europese Unie het nog beter deed, want zij verlaagde dat percentage tot 24%. Men kan zich dus zonder veel moeite inbeelden dat er wel degelijk een ruime manoeuvreerruimte bestaat, op voorwaarde natuurlijk dat men de bestaande orde aanvecht, wel te verstaan op wereldvlak, om een algemene, voor iedereen gelijke gerechtigheid te bereiken, waarbij terzelfder tijd de plaag van de belastingontwijking vermeden wordt. Taksen die , gecoördineerd door de UNO, over de hele wereld worden geheven, zijn daar de goede oplossing voor, om niet te zeggen dat ze in een niet eens zo ver perspectief zelfs de enige oplossing zijn. Er moeten dringend drie soorten van taks worden ingesteld als men de huidige toenemende aftakeling wil afremmen: De eerste reeks heeft betrekking op het geheel van de financiële activiteiten, waarvan in deze financiële crisis voldoende is aangetoond hoezeer ze het hele systeem leegzuigen. Elke dag dat er wisseloperaties en beursactiviteiten plaats vinden, circuleren er bijna 5.000 miljard dollar zonder dat daar nauwelijks taks op wordt geheven. En dat terwijl de directrice van de PAM, Josette Sheeran, verklaart dat ze ten gevolge van het gebrek aan financiële middelen moet kiezen tussen een vermindering van het aantal uitgedeelde voedselpakketten of een beperking van hun inhoud. Als de burgers van deze wereld het zouden willen, dan konden er aldus elk jaar meer dan 1.000 miljard dollar (niet eens 2% van de wereldproductie) worden verzameld om de collectieve goederen te financieren, die ze beslist zouden hebben te produceren of van vernietiging te vrijwaren. Deze heroriëntering van de hulpbronnen is de conditio sine qua non om te ijveren voor een alternatief, niet productivistisch ontwikkelingsmodel, dat in kwaliteit beantwoordt aan de maatschappelijke noden, dat voorts steunt op hernieuwbare energiebronnen en op de samenwerking tussen de volkeren, in plaats van op een veralgemeende vrijhandel en de concurrentie. Al die maatregelen doorvoeren is technisch perfect mogelijk. Er is maar één aanzienlijke hindernis te nemen en dat is voldoende politieke wil opbrengen. Die moet komen van de burgers die het beslissen om hun regeringen te dwingen die nieuwe richting te kiezen. Dat moet deel uitmaken van een reeks stappen die moeten leiden tot de hernieuwde afkondiging van de rechten van de mensen of, nog algemener, van hét recht in deze wereld. Noten: bij de tekst: (1) Meer uitleg hierover staat in de Lettre du Conseil scientifique nr.6 en in het verslag van het seminarie dat op 21 juni 2008 in de Sorbonne werd gehouden “Spéculation et crises: ça suffit!” en www.stop-finance.org) (2) C. de Boissieu, J.-H. Lorenzi en O. Pastré, « Contenir la crise financière », Le Monde, 28 augustus 2008. (3) Dat bestaat erin geld te lenen om een bedrijf te verwerven terwijl men de aangegane schuld afwentelt op dat bedrijf zelf. Je doet je aankoop dus betalen door diegene bij wie je hebt gekocht, en bovendien profiteer je nog van het hefboomeffect dat de rendabiliteit van je eigen fondsen doet toenemen, in een hogere mate dan de normale rendabiliteit van het geheel van kapitalen. Zie ook: (LBO ou comment les fonds d’investissement accélèrent la déstructuration des rapports sociaux) (4) S. Chen, M. Ravallion, « The Developing World Is Poorer Than We Thought, But No Less Successful in the Fight against Poverty » Policy research working paper, 4703, augustus 2008 (5) De gegevens zijn absoluut ondubbelzinnig. Maar als men zich beperkt tot het aanduiden van de anthropische aard van de klimaatsontregeling, dan heeft men niets gezegd over de respectieve verantwoordelijkheden: in de VS is de CO2-uitstoot per inwoner bijvoorbeeld 200 maal hoger dan in Niger. De OESO, trouw aan haar ideologische keuzes, geeft in een rapport («Perspectives de l’environnement de l’OCDE à l’horizon 2030”) een duidelijke aanbeveling: “een aanpak veralgemenen die gebaseerd is op de marktmechanismen met de bedoeling te komen tot een grotere efficiency en tot meer marktaandelen dankzij innovatie”. De markt, ziedaar de redding van de wereld! Een samenvatting ervan vind je op de site van Attac France. (6) “Mondiale Gemeenschapsgoederen” (MGG) of “Collectief Bezit van de Mensheid” zijn goederen die niet privé kunnen worden toegeëigend omdat ze van essentieel belang zijn voor het leven (water, lucht, klimaat, wetenschappelijke en andere kennis...) en die, meestal, maar op z’n best kunnen worden aangewend als ze gemeenschappelijk bezit zijn en door niemand zijn toegeëigend. (7) Europese Commissie, Employment in Europe, Report 2007, hoofdstuk 5, “The labour income share in European Union”, p.4. Zie de voorstelling ervan door J.Cossart: "Rapport de la Commission européenne sur l’emploi en Europe". (8) Wij gaan hier niet in op de details van wat er kan worden gerealiseerd, noch op de absolute realiseerbaarheid ervan. Zie het document “Rapport Landau”. bij de afbeeldingen: (a) Bron : Europese Commissie, Employment in Europe, Report 2007, hfdstk. 5, « The labour income share in European Union » p.4. (b) Bron : Le Monde, 13 april 2008. (c) Bron: Internationaal Energieagentschap Dit is eens te meer een vertaling van Koen Dille, waarvoor onze gemeende dank. Hier vind je het oorspronkelijke franse artikel.
Spip-redacteur:
francis
|
In- & Uitschrijven
Trefwoorden
|
|
|
Attac
Vlaanderen | Statistieken | Privé-ruimte | Alle rubrieken | Alle documenten
Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken. ![]() Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie. |
||