Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 2001-2008    Het einde van het neoliberalisme  
| thema: financiële crisis  |
 

Het einde van het neoliberalisme

> Joseph Stiglitz - gepubliceerd op 10 november 2008

De wereld is niet mals voor het neoliberalisme, die hutsepot van ideeën gebaseerd op de fundamentalistische opvatting dat de markten zichzelf corrigeren, dat zij efficiënt de geldmiddelen verspreiden en dat zij het algemeen belang dienen. Het marktfundamentalisme heeft steun verleend aan het Thatcherisme, aan de “Reaganomics” en aan de “Washington-consensus” ; die begunstigden privatiseringen, de economische liberalisering en centrale banken die onafhankelijk zijn en alleen bezorgd om inflatie te vermijden.

Na een kwarteeuw van experimenteren in de ontwikkelingslanden, wordt duidelijk wie de verliezers zijn: niet alleen zij die een neoliberale politiek hebben toegepast hebben de koers verloren om te groeien, maar ook als er groei was, is die op buitensporige manier ten gunste geweest van de rijksten.

Zelfs als de neoliberalen dat weigeren toe te geven, toch is het zo dat hun ideologie ook is mislukt op vlak van een ander criterium, dat van de toekenning van de geldmiddelen, zoals op het eind van de jaren 90 met de investeringen in de optische kabels. Deze vergissing heeft ten minste één onverwacht voordeel meegebracht: de kost van communicatie is gedaald en India en China zijn meer in de wereldeconomie geïntegreerd.

Maar geen enkele positieve weerslag is gepaard gegaan met de slechte toekenning op grote schaal van geldmiddelen voor onroerende goederen. De nieuwe huizen die eigendom waren van families, die niet de middelen hadden om te betalen, zijn tot een ruïne vervallen en miljoenen mensen stonden op straat. In sommige gevallen is de regering moeten tussenkomen om te redden wat nog kon gered worden, en als dat niet gebeurde dan is de schade verder opgelopen. Jazeker, het overmatig investeren in onroerend goed heeft op korte termijn winsten opgeleverd: enkele Amerikanen zijn eigenaar geworden van huizen die veel groter waren dan anders mogelijk zou geweest zijn. Maar ten koste van wat voor henzelf en voor de wereldeconomie? Miljoenen mensen zullen én hun huis verliezen én hun levenslang opgespaarde geld. En de beslagleggingen in de onroerende sector hebben een vertraging van de wereldeconomie tot gevolg. Iedereen is het erover eens: de vertraging zal algemeen zijn en zal lang duren.

En nog iets, de markten hebben ons ook niet voorbereid op de verhoging van de prijs van de petroleum en van de voeding. De grond van het probleem is dat de fraseologie over de markt op selectieve wijze gehanteerd wordt: er wordt beroep op gedaan als dat in het voordeel is van privébelangen en verworpen als dat niet het geval is.

Een zeldzaam punt dat op het krediet van George W. Bush mag geschreven worden is dat de kloof tussen de fraseologie en de realiteit verkleind is, en dat in vergelijking met Ronald Reagan die, niettegenstaande al zijn gepraat voor de vrijheid van de markten, toch in alle vrijheid handelsbeperkingen had opgelegd, zoals de fameuze “vrijwillige” beperking van uitvoer van Japanse wagens.

De politiek van George Bush was erger, maar zijn verwaandheid om openlijk het Amerikaans militair-industrieel complex te dienen is veel zichtbaarder. De Bush-administratie heeft één enkele keer een maatregel genomen ten voordele van het milieu; dat was met de subsidies voor ethanol, waarvan het ecologisch belang twijfelachtig is.

Deze mengeling van fraseologie ten voordele van open markten en regeringstussenkomsten is zeer schadelijk geweest voor de ontwikkelingslanden. Men heeft hen gezegd dat ze niet meer tussenbeide mochten komen voor hun landbouw, waardoor hun boeren in gevaar kwamen tegenover de onweerstaanbare concurrentie van de Verenigde Staten en Europa. Hun boeren hadden misschien kunnen concurreren met de boeren uit het Noorden, maar ze konden niet concurreren met de subsidies. Daarom hebben de ontwikkelingslanden minder geïnvesteerd in de landbouw en is de voedingskloof nog groter geworden.

Anders gezegd, in een wereld van overvloed, zijn er miljoenen mensen in de ontwikkelingslanden die nog steeds niet kunnen genieten van het minimum aan voedsel. In veel van deze landen zal de prijsstijging van voedsel en energie rampzalige gevolgen hebben voor de minstbedeelden, want die twee maken een groot deel uit van hun uitgaven.

De woede in de wereld is voelbaar. Het is niet verwonderlijk dat de speculanten het eerst geviseerd worden. Zij verweren zich en zeggen dat zij niet de oorzaak zijn van het probleem: “Wij zoeken alleen maar wat een juiste prijs is”. Wat wil zeggen dat zij ontdekt hebben dat het aanbod onvoldoende is.

Maar hun antwoord is niet eerlijk. Als zij een prijsverhoging verwachten en veel marktschommelingen, dan zullen honderden miljoenen boeren hun voorzorgen nemen. Zij zullen meer verdienen als ze stocks maken die ze later zullen verkopen. Als ze dat niet zo doen, dan zullen ze volgend jaar hun schade niet kunnen beperken als de oogst niet zo overvloedig is. Enkele granen die aan de markt onttrokken worden door honderden miljoenen boeren een beetje overal op de planeet, dat maakt uiteindelijk een heel grote hoeveelheid.

De verdedigers van het marktfundamentalisme willen de verantwoordelijkheid voor het mislukken van de markt niet leggen bij de markteconomie maar bij de regering. Een hoge Chinese verantwoordelijke zou verklaard hebben dat het probleem was dat bij de crisis in de immobiliënsector de Amerikaanse regering niet genoeg gedaan had om de minderbedeelden te hulp te komen. Ik ga daarmee akkoord maar dat verandert de werkelijkheid niet: de Amerikaanse banken hebben de risico’s slecht beheerd, en dit wel op een kolossale schaal, met gevolgen op wereldvlak , en dit terwijl de leiders van deze instellingen met miljarden dollars schadevergoeding vertrokken zijn.

Er is vandaag een volledige loskoppeling van sociale opbrengsten en privébelangen. Als die twee niet op een zorgvuldige manier aan elkaar worden gekoppeld, kan de markteconomie niet op een bevredigende wijze werken.

Het neoliberaal fundamentalisme is een doctrine in dienst van privébelangen, die berust niet op een economische theorie. Het is nu duidelijk dat die ook niet berust op een historische ervaring. Deze les is het enige voordeel dat kan gehaald worden uit de bedreiging die op de wereldeconomie weegt.


Joseph Stiglitz is winnaar van de Nobelprijs voor economie 2001 en professor aan de Columbia Universiteit (New York).
De oorspronkelijke engelse tekst The End of Neo-liberalism? vind je op de site van het Project Syndicate.
Hartelijk dank aan Willem De Witte die de vertaling verzorgde.

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2010 »
M D W D V Z Z
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.