Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 2001-2008    Wie zijn de Taliban?  
| thema: democratie , oorlog en vrede , terrorisme  |
 

Wie zijn de Taliban?

De Afghaanse Oorlog ontcijferd

> Anand Gopal - gepubliceerd op 16 december 2008

Als er een exacte locatie is om de mislukking te situeren van het Westen in Afghanistan, is het wel de bescheiden politie-controlepost op de snelweg 20 minuten ten zuiden van Kaboel. De controlepost geeft de rand aan van de hoofdstad, een stad van spectaculaire spanning, opgeblazen muren en stilstaand verkeer. Voorbij dit punt maken Kaboel’s zandstenen, lage gebouwen en smalle straatjes de weg vrij voor een uitgestrekte vlakte van serene landbouwgrond omzoomd door zanderige bergen. In dit dal in de Logar-provincie bestaat de door de Amerikanen gesteunde regering van Afghanistan niet meer.

In plaats van overheidsfunctionarissen patrouilleren hier mannen met morsige zwarte tulbanden en met semi-automatische wapens over hun schouders, op uitkijk voor dieven en ’spionnen’. Het verkoolde karkas van een tankwagen die brandstof moest leveren aan de internationale troepen verder zuidwaarts ligt omgekeerd naast de weg.

De politie zegt dat zij deze gebieden niet durft betreden, vooral ’s nachts, wanneer de guerrilla de wegen beheerst. In sommige oostelijke en zuidelijke delen van het land hebben deze opstandelingen zelfs hun eigen regering opgezet die ze het Islamitische Emiraat van Afghanistan noemen (naar de naam van de voormalige Taliban-regering). Ze spreken recht in geïmproviseerde sharia-rechtbanken. Ze handelen grondgeschillen tussen dorpsbewoners af. Zij dicteren het leerprogramma in de scholen.

Nog geen drie jaar geleden had de centrale regering nog de zeggenschap over de provincies rond Kaboel. Maar jaren van mismanagement, welig tierende corruptie, criminaliteit en een steeds groeiend aantal slachtoffers onder de burgerbevolking hebben geleid tot een spectaculaire heropleving van de Taliban en andere verwante groepen. Vandaag geniet het Islamitische Emiraat de facto zeggenschap in grote delen ten zuiden en ten oosten van het land. Volgens ACBAR, een overkoepelende organisatie van meer dan 100 hulporganisaties, zijn opstandige aanvallen het afgelopen jaar gestegen met 50%. Buitenlandse militairen sterven er nu in een hoger tempo dan in Irak.

De ontluikende ramp maakt dat de Afghaanse regering van president Hamid Karzai en internationale spelers nu openlijk spreken om te onderhandelen met fracties van de opstand.

De nieuwe nationalistische Taliban

Wie zijn precies de Afghaanse opstandelingen? Elke zelfmoordaanval en ontvoering wordt meestal toegeschreven aan "de Taliban". In realiteit is de opstand echter lang niet monolithisch. Er zijn uiteraard de schimmige mullahs en met het hoofd wiegende religieuze studenten, maar er zijn ook erudiete universitairen, arme, ongeletterde boeren, en oud anti-Sovjet-commandanten. De beweging is een mengeling van nationalisten, islamisten en bandieten die niet gemakkelijk in drie of vier belangrijkste fracties kunnen ingedeeld worden. Die fracties zijn dan zelf weer samengesteld uit concurrerende commandanten met uiteenlopende ideologieën en strategieën, die het wel eens zijn over één essentieel doel: schop de buitenlanders buiten.

Het is niet altijd zo geweest.
Toen de door de VS geleide troepenmacht de Taliban-regering in november 2001 omverwierp, vierden de Afghanen de val van een verguisd en gediscrediteerd regime. "We voelden alsof we in de straten dansten", vertelde een Kaboeli mij. Wanneer de door de VS gesteunde troepen de Afghaanse hoofdstad Kaboel binnentrokken, splitsten overblijfselen van het oude Taliban-regime zich op in drie groepen. De eerste, waaronder vele in Kaboel gebaseeerde bureaucraten en functionarissen, gaf zich over aan de Amerikanen en sommigen ervan traden zelfs toe tot de regering Karzai. De tweede groep, samengesteld uit de leiders van de beweging, met inbegrip van Mullah Omar, vluchtte de grens over naar Pakistan, waar zij tot op vandaag nog zit. De derde en grootste groep - soldaten, plaatselijke commandanten en provinciale ambtenaren - versmolt rustig in het landschap, keerde terug naar boerderijen en dorpen om af te wachtte vanuit welke hoek de wind blies.

Inmiddels is het land opgesplitst door krijgsheren en criminelen. Op de gloednieuwe snelweg van Kaboel naar Kandahar en Herat, aangelegd met miljoenen dollars uit Washington, terroriseren goed georganiseerde bandieten regelmatig reizigers. "Dertig, misschien wel vijftig bandieten, sommigen in politie-uniform, stopten onze bus en schoten onze vensters eruit", vertelt Muhammadullah, de eigenaar van een busmaatschappij, die regelmatig gebruik maakt van de route. "Ze doorzochten ons voertuig en stalen alles van iedereen". Criminele organisaties, vaak met overheidsconnecties, organiseerden ontvoeringscampagnes in stedelijke centra, zoals het voormalige Taliban-bolwerk van Kandahar stad. Vaak werden gevangen genomen ontvoerden weer vrijgelaten na het betalen van smeergeld aan de juiste personen.

Binnen dit landschap van geweld en criminaliteit groeide de Taliban opnieuw met de belofte recht en orde te doen heersen. De verbannen leiding begon vanuit Quetta in Pakistan aan de reactivering van haar netwerken van strijders die opgegaan waren in de dorpen in het land. Ze versterkten de relaties met de Pathaanse stammen. (De opstandelingen, van oudsher een overwegend Pathanenbeweging, hebben nog steeds weinig invloed onder andere Afghaanse etnische minderheden zoals de Tadzjieken en Hazara’s). Met geld van rijke Arabische donoren en opleiding van de ISI, de Pakistaanse geheime dienst, konden zij wapens en expertise binnenbrengen in Pathaanse dorpen.

In het ene dorp na het andere dreven zij de resterende minderheid sympathisanten van de overheid weg door intimidatie en moord. Dan overtuigden ze de meerderheid met de belofte van veiligheid en efficiëntie. De guerrilla pastte een harde versie van de sharia toe met het afhakken van de handen van dieven en het doodschieten van echtbrekers. Ze waren wreed maar ook onomkoopbaar. Recht werd niet meer gesproken naargelang de hoogste bieder. "Er is, in tegenstelling tot voorheen, geen misdaad meer", zei Abdul Halim die in een wijk onder de controle van de Taliban woont.

De opstandelingen rekruteerden strijders uit de dorpen waar zij opereerden en die ze vaak 200 USD per maand betaalden - meer dan het dubbele van een typisch politie-salaris. Ze legden geschillen tussen stammen en landeigenaren bij. Ze beschermden papavervelden voor de uitroeiingspogingen van de centrale overheid en buitenlandse legers - een zet waarmee ze de steun van de arme boeren wonnen wiens enige stabiele inkomen immers uit de papaverteelt kwam. Gebieden onder opstandige controle kenden noch wederopbouw noch sociale diensten, maar voor dorpelingen die veel buitenlandse interventie en weinig economische vooruitgang hadden gezien onder de regering Karzai, was dit allesbehalve nieuw.

Tegelijkertijd is de ideologie van de Taliban aan een evolutie bezig. "Wij vechten om ons land te bevrijden van buitenlandse overheersing", vertelde Taliban-woordvoerder Qari Yousef Ahmadi me over de telefoon. "De Indiërs hebben voor hun onafhankelijkheid tegen de Britten gevochten. Zelfs de Amerikanen hebben een keer een opstand gevoerd om hun eigen land te bevrijden". Dit opkomende nationalistische trekje won aan aantrekkelijkheid bij Pathaanse dorpelingen die de Amerikaanse en NAVO-aanwezigheid meer en meer moe raakten.

De opstandelingen trachten ook een versie van de sharia-wetgeving in het land op te leggen. Toch hebben de beruchte puriteinse guerrilla enkele van hun meest extreme doctrines verzacht, althans in principe. Vorig jaar heeft Mullah Omar bijvoorbeeld een verordening uitgevaardigd waarbij muziek en feesten - verboden in de vorige versie van de Taliban - nu toelaatbaar zijn. Sommige Taliban-commandanten zijn zelfs begonnen met het aanvaarden van het idee van onderwijs voor meisjes. Bepaalde extremistische leiders zoals de legendarische wrede éénbenige Mullah Daddullah, waarvan de orgieën aan onthoofdingen zelfs Mullah Omar soms teveel werden, zijn gedood door internationale troepen.

Inmiddels hebben meer pragmatische leiders de teugels in handen genomen. De Amerikaanse inlichtingendiensten denken dat de dagelijkse leiding van de beweging nu daadwerkelijk in handen is van de politiek snuggere Mullah Brehadar, terwijl Mullah Omar grotendeels de positie van boegbeeld behoudt. Brehadar kan achter de boodschap tot matiging van de beweging zitten om meer steun te winnen.

Zelfs op het lokale niveau temperen een aantal provinciale Taliban-ambtenaren het Taliban-beleid oude-stijl om de lokale harten en geesten te winnen. Drie maanden geleden, in een district in de provincie Ghazni bijvoorbeeld, hadden de opstandelingen de sluiting van alle scholen bevolen. Toen stamoudsten beroep aantekenden bij de religieuze raad van de Taliban in het gebied draaiden die de beslissing terug en werden de scholen heropend.

Maar niet in alle gebieden volgen de commandanten het bevel op tegen een verbod op muziek en feesten. In veel door de Taliban gecontroleerd districten is dergelijk amusement nog steeds verboden, wat wijst op het gedecentraliseerde karakter van de beweging. Lokale commandanten voeren vaak hun eigen beleid en organiseren soms aanvallen uit zonder directe orders van de leiding van de Taliban.

Het resultaat is een gevaarlijke beweging die verschilt van district tot district. In sommige door de Taliban gecontroleerde districten van de provincie Ghazni zou een gevangengenomen Afghaan die voor een NGO werkt zeker gedood worden. In delen van de naburige provincie Wardak echter, waarvan gezegd wordt dat de opstandelingen beter opgeleid zijn en meer begrip hebben voor de behoefte aan ontwikkeling, kunnen lokale NGO’s functioneren met toestemming van de guerrilla.

De "Andere" Taliban

Afghanistan waar nooit een tekort is aan wapens en guerrillastrijders, heeft bewezen een vruchtbare voedingsbodem te zijn voor een heel scala aan rebellengroepen in aanvulling op de Taliban.

Naqibullah, een universitair student met een dun baardje, die met een zachte stem spreekt, was nog geen 30 toen we elkaar ontmoetten. We zaten op de achterbank van een geparkeerde stoffige Corolla op een pokdalige weg bij de universiteit van Kaboel waar hij geneeskunde studeerde. Naqibullah (zijn strijdnaam) en zijn vrienden op de universiteit zijn leden van Hizb-i-Islami, een groep rebellen onder leiding van de krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar en gelieerd aan de Taliban. Zijn vriendenkring ontmoet elkaar regelmatig in de universitaire slaapzaal, bespreekt de politiek en kijkt naar dvd’s van recente aanslagen.

Het afgelopen jaar is zijn groep gekrompen: Sadiq werd gearresteerd bij een poging tot een zelfmoordaanslag. Wasim werd gedood toen hij thuis probeerde een bom te assembleren. Fouad doodde zichzelf in een succesvolle zelfmoordaanslag op een Amerikaanse basis. "De Amerikanen hebben hun B-52’s", legde Naqibullah uit. "zelfmoordaanslagen zijn onze versies van B-52’s". Net als zijn vrienden heeft Naqibullah gedacht over de mogelijkheid om een "B-52" te zijn. "Maar het zou te veel burgers doden", vertelde hij me. Hij heeft trouwens plannen om gebruik te maken van zijn opvoeding. Hij zei: "Ik wil de onopgevoede Taliban onderwijzen".

Al jaren hebben de Hizb-i-Islami-strijders een reputatie van hoger opgeleid en meer werelds te zijn dan hun tegenhangers van de Taliban, die vaak analfabete boeren zijn. Hun leider, Hekmatyar, studeerde bouwkunde aan de universiteit van Kaboel in de jaren 1970, waar hij zich een reputatie eigen maakte door zuur in het gezicht van ongesluierde vrouwen te gooien.

Hij richtte Hizb-i-Islami op tegen de groeiende Sovjet-invloed in het land en in de jaren 1980 groeide zijn organisatie uit tot een van de meest extreme fundamentalistische partijen en de leidende groep in de bestrijding van de Sovjet-bezetting. Genadeloos, machtig en anti-communistisch, bleek Hekmatyar een bedreven bondgenoot van Washington dat via de Pakistaanse ISI miljoenen dollars en tonnen wapens aan zijn troepen leverde.

Na de Sovjet-terugtrekking richtten Hekmatyar en de andere Mujahedin-commandanten hun wapens op elkaar en ontketenden een verwoestende burgeroorlog waarvan in het bijzonder Kaboel zich nog niet heeft kunnen herstellen. Eénbenige Afghanen, gehandicapt door Hekmatyar’s raketten, zwerven nog steeds door de straten van de stad. Toch lukte het hem niet de hoofdstad te veroveren en zijn Pakistaanse steunpilaren lieten hem uiteindelijk vallen voor een nieuwe, nog extremere islamitische organisatie in het zuiden: de Taliban.

De meeste Hizb-i-Islami commandanten liepen over naar de Taliban. Hekmatyar verloor veel steun en vluchtte in schande gebracht naar Iran. Door zijn negatief imago was hij één van de weinige krijgsheren die geen plaats werd aangeboden in de door de VS gesteunde regering die na 2001 gevormd werd.

Dit was zijn geluk. Toen die regering stagneerde herrees hij in de rol van de opstandige leider die, net als de Taliban, inspelend op de lokale frustraties van de Pathaanse gemeenschappen langzaam aan weer Hizb-i-Islami heroprichtte.

Vandaag is, volgens Antonio Giustozzi, expert in de Afghaanse opstand aan de London School of Economics, de groep één van de snelst groeiende rebellerende bewegingen in het land. Hizb-i-Islami is sterk aanwezig in de Kaboel omringende provincies en in Pathaanse enclaves ten noorden en noordoosten van het land. Het nam afgelopen voorjaar deel aan een complexe moordpoging op president Karzai en zat achter de hinderlaag waarbij deze zomer 10 NAVO-soldaten omkwamen.

De guerrilla strijdt onder de Taliban-vlag, hoewel zelfstandig en met een aparte commandostructuur. Net als de Taliban vinden hun leiders het hun taak de Afghaanse soevereiniteit te herstellen en er een islamitische staat op te richten. Naqibullah legt uit, "De VS installeerden hier een marionetten-regime. Het was een belediging van de islam, een onrecht waar alle Afghanen tegen in opstand moeten komen".

De onafhankelijke islamitische staat waarvoor Hizb-i-Islami vecht zou ongetwijfeld Hekmatyar en niet Mullah Omar als leider hebben. Maar net als tijdens de anti-Sovjet-jihad, worden de afrekeningen grotendeels overgelaten aan de toekomst.

De Pakistaanse link

Tegenspoed is er anders overvloedig in Afghanistan. Voormalig CIA-handlanger Jalaluddin Haqqani staat aan het hoofd van een derde rebellerend netwerk, deze keer met basis in de Afghaanse oostelijke grensregio’s. Tijdens de anti-Sovjet-oorlog gaf de VS Haqqani, die nu door velen beschouwd wordt als Washington’s meest te duchten vijand, miljoenen dollars, anti-luchtdoelraketten en zelfs tanks. Functionarissen in Washington waren zo vol van hem dat voormalig congreslid Charlie Wilson hem eens de ’gepersonifieerde goedheid" noemde.

Haqqani was een vroege pleitbezorger van de ’Afghaanse Arabieren’, die in de jaren 1980 naar Pakistan kwamen om toe te treden in de jihad tegen de Sovjet-Unie. Hij zette er trainingskampen voor hen op en knoopte er later nauwe banden aan met Al Qaida dat zich aan het einde van de anti-Sovjet-oorlog ontwikkelde uit de Afghaans-Arabische netwerken. Na de aanslagen van 11 september 2001 hebben de VS wanhopig geprobeerd om hem aan hun kant te krijgen. Haqqani stelde echter dat hij geen buitenlandse aanwezigheid op Afghaanse bodem kon dulden en nam, geholpen door zijn oude weldoeners in de Pakistaanse ISI, de wapens weer op. Naar verluidt was hij het die zelfmoordaanslagen introduceerde in Afghanistan, een tactiek die er vóór 2001 nooit werd toegepast. Westerse inlichtingendiensten geven het Haqqani-netwerk, niet de Taliban, de schuld voor het grootste deel van de spectaculaire aanslagen in de recente geschiedenis - bijvoorbeeld de enorme autobom die in juli de Indiase ambassade uit elkaar rukte.

Bij de Haqqanis vecht het leeuwendeel van de buitenlandse strijders die actief zijn in het land en meestal zijn ze zelfs nog extremer dan hun tegenhangers, de Taliban. In tegenstelling tot de meeste Taliban en Hizb-i-Islami werken delen van het Haqqani-netwerk nauw samen met Al Qaida. De leiding van het netwerk heeft zich meer dan waarschijnlijk gevestigd in Waziristan, in de Pakistaanse tribale gebieden, waar het ISI-bescherming geniet.

Pakistan geeft steun aan de Haqqanis met dien verstande dat het netwerk zijn heilige oorlog binnen de grenzen van Afghanistan houdt. Dergelijke overeenkomsten zijn nodig omdat in de afgelopen jaren Pakistan’s jarenlange beleid van hulp aan militante islamitische groeperingen het land ondergedompeld heeft in een verwoestende oorlog binnen haar eigen grenzen.

Toen de Taliban en resten van Al Qaida in 2001 Pakistan binnendruppelden na de val van de Taliban-regering stelde Islamabad zich op achter de "Global War on Terror" van de Bush-regering. Het was een winstgevende onderneming: Washington leverde miljarden dollars aan hulp en geavanceerde wapens aan de Pakistaanse militaire regering en keek ondertussen de andere kant op toen dictator Pervez Musharraf zijn greep op het land verstevigde. In ruil daarvoor joeg Islamabad op Al Qaida militanten en organiseerde het om de paar maanden een show met een gevangen "hoge" leider voor de nieuwscamera’s, terwijl de leiding van de Taliban op Pakistaans grondgebied ongemoeid werd gelaten.

Hoewel het Pakistaanse militaire establishment Al Qaida nooit volledig uitgeroeid heeft - dat zou immers kunnen leiden tot het stopzetten van de stroom aan steun - hield het net genoeg druk aan zodat de Arabische militanten de oorlog verklaarden aan de regering. In 2004 viel het Pakistaanse leger de federaal bestuurde "Tribal Areas" binnen, een semi-autonome regio bevolkt door Pathaanse stammen (waar Al Qaida-strijders hun toevlucht hadden gezocht), in een eerste poging om de buitenlandse militanten met wortel en tak uit te roeien.

In de jaren erna wekte de herhaalde invallen van het Pakistaanse leger samen met een groeiend aantal Amerikaanse raketaanvallen die soms burgerslachtoffers eisten, de woede op van de plaatselijke tribale bevolking. Kleine, op stambasis georganiseerde groepen die zichzelf "de Taliban" noemden, werden actief. In 2007 waren er minstens 27 dergelijke groepen actief in het Pakistaanse grensgebied. De guerrilla won snel terrein in stamgebieden als Noord-en Zuid-Waziristan en begon zich te gedragen als een versie van de Taliban jaren 1990: ze verboden muziek, mishandelden uitbaters van drankgelegenheden en voorkwamen dat meisjes naar school gingen. Hoewel zij onafhankelijk van de Afghaanse Taliban waren, steunden ze hen ook voluit.

Tegen het einde van 2007 waren de verschillende Pakistaanse Taliban-groepen samengesmolten onder één noemer, de Tehrik-i-Taliban, onder het commando van een raadselachtige Baitullah Mehsud. De Pakistaanse autoriteiten verwijten de groep van Mehsud, gewoonlijk aangeduid als de "Pakistaanse Taliban," een reeks van grote aanslagen, waaronder de moord op Benazir Bhutto. Mehsud en zijn bondgenoten hebben sterke banden met Al Qaida en voeren een nu-weer-wel dan-weer-niet oorlog tegen het Pakistaanse leger. Tegelijkertijd trokken leden van de Pakistaanse Taliban de grens over om deel te nemen aan de strijd van hun Afghaanse collega’s tegen de Amerikanen.

Tehrik-i-Taliban bleek verrassend sterk, ze joegen regelmatig Pakistaanse legereenheden, waarvan de soldaten het verafschuwen hun landgenoten te bestrijden, op de vlucht. Maar bijna net zo snel als Tehrik was ontstaan, begonnen er zich ook barsten te vertonen. Niet alle Pakistaanse Taliban-commandanten waren overtuigd van de effectiviteit van het voeren van een oorlog op twee fronten. Een deel van het beweging die zichzelf de "lokale Taliban" noemt, heeft een andere strategie nl. het vermijden van gevechten met het Pakistaanse leger. Daarenboven is een aanzienlijk aantal andere Pakistaanse militante groepen - waaronder velen door de ISI getraind om de Indiërs te bestrijden in Kashmir - thans actief in het Pakistaanse grensgebied waar zij zich ook onthouden van de strijd tegen de Pakistaanse regering en hun vuur richten op de Amerikanen of Amerikaanse bevoorradingslijnen in Afghanistan.

Het resultaat van dit alles is een kluwen van allianties en wapenstilstanden waarin Pakistan een oorlog voert tegen Al Qaida en een gedeelte van de Pakistaanse Taliban, terwijl ze andere al-dan-niet onafhankelijke militante groepen de vrijheid laten te doen wat ze willen. Dat houdt onder meer in het overschrijden van de grens met Afghanistan, waar de Pakistaanse Taliban, Al Qaida en onafhankelijke strijders uit de tribale regio’s en elders de mix vergroten die een agent van een Westerse inlichtingendienst een "regenboogcoalitie" tegen de VS-troepen noemde.

Leven in een wereld van oorlog

Ondanks deze buitenlandse bindingen blijft de Afghaanse opstand meestal een eigen zaak. Buitenlandse strijders - voornamelijk Al Qaida - hebben weinig ideologische invloed op de meeste van de opstandelingen en de meeste Afghanen houden afstand ten opzichte van dergelijke buitenstaanders."Soms lopen groepen buitenlanders die verschillende talen spreken voorbij" zegt Fazel Wali, een inwoner van Ghazni,"we praten nooit met hen en zij praten nooit met ons".

Al Qaida’s visie van de mondiale jihad galmt niet na in de ruige hooglanden en winderige woestijn van zuidelijk Afghanistan. In plaats daarvan is de grootste zorg voor een groot deel van het land zeer lokaal: persoonlijke veiligheid.

In een wereld van eindeloze oorlog met een roofzuchtige overheid, rondzwervende bandieten en Hellfire-raketten, gaat de steun uit naar diegenen die veiligheid kunnen brengen. In de afgelopen maanden is een van de gevaarlijkste activiteiten in Afghanistan ook een van haar meest levendige: de grote, feestelijke bruiloftspartijen waar de Afghanen zoveel van houden. Amerikaanse troepen bombardeerden een dergelijke feest in juli met 47 doden tot gevolg. Daarna, in november, sloegen oorlogsvliegtuigen toe op een ander huwelijksfeest met ongeveer 40 doden. Een paar weken later was het een verlovingsfeest waar drie doden vielen.

"We beginnen nu te denken dat we niet in grote aantallen naar openbare bruiloften moeten gaan" vertelde Abdullah Wali me. Wali leeft in een district van de provincie Ghazni waar de opstandelingen muziek en dans tijdens deze huwelijksfeesten hebben verboden. Het is een sober leven, maar dat houdt Wali niet tegen ze terug aan de macht te willen. Karakterloze bruiloften, zo lijkt het, zijn beter dan helemaal geen bruiloften.


Anand Gopal schrijft regelmatig over Afghanistan, Pakistan, en de "War on Terror". Hij is correspondent van de Christian Science Monitor, een Amerikaanse krant, en leeft en werkt in Afghanistan. Voor meer informatie en artikelen uit de regio, bezoek zijn website.
Het engelse origineel van dit artikel vind je daar terug.
De vertaling is van het Kollektief Griotte waarvoor eens te meer onze dank.

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.