Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 2001-2008    Crises - het terugkerend onweer op de wereldmarkt  
| thema: financiële crisis  |
 

Crises - het terugkerend onweer op de wereldmarkt

> Elmar Altvater - gepubliceerd op 23 december 2008

George Soros bekende voor kort in een interview in Der Stern dat hij een speculant is. Daarmee zegt hij ons niets nieuws en bevestigt hij wat we allen weten: ‘we zitten midden in de diepste financiële crisis sedert de dertiger jaren’. Opnieuw een onweer op de wereldmarkt zoals Marx reeds de crises van zijn tijd noemde. De orkaan aan crises heeft heden de vastgoedmarkt, de energie- en levensmiddelenmarkt overhoopgehaald en al veel ellende voor talrijken veroorzaakt.

Toch komen de crises van de kapitalistische productiewijze niet als een natuurverschijnsel over ons, ook als Marx ze als onweer bestempelde. De oorzaken liggen in het sociaal en economisch systeem van het kapitalisme.

Crises hebben ingrijpende sociale en politieke gevolgen, dat leert de grote economische crisis op wereldvlak uit de dertiger jaren en de tijd daarna. De analyse van de crises is derhalve politiek relevant.

Crisis en kritiek

Een kritiek op de politieke economie zou overbodig zijn als de kapitalistische ontwikkeling vrij van crises en tot welzijn van allen zou verlopen. Crisis en kritiek zijn nauw met elkaar verbonden zoals de conservatieve historicus Reinhart Koselleck terecht opmerkte. Wie de crisis ontkent, moet zich met de kritiek niet bezighouden. Zo gaan de als ‘burgerlijk’ bestempelde economen van de ‘Mainstream’ juist aan de universiteiten tewerk. De belangengroepen op de vrije markt vinden steeds weer een economisch evenwicht tussen vraag en aanbod en vandaar, volgens hun veronderstelling, zijn systemen in een kapitalistische markteconomie principieel vrij van crises. Zo redeneerde reeds in het begin van de 19e eeuw econoom Jean Baptiste Say, de door Marx als ‘flauwe’ econoom bestempelde. De vaak desastreuze crises (de mondiale economische crisis na 1929, de crisis van de derdewereld ten gevolge van de schuldenlast in de jaren tachtig van de vorige eeuw, de financiële crisis in de jaren negentig of de huidige vastgoedcrisis) worden niet ontkend omdat dat belachelijk zou zijn. Maar ze worden door de neoliberale Mainstream toegeschreven aan vermijdbare economische fouten, onvoorziene externe storingen en historische toevalligheden. Dus eigenlijk aan louter toeval.

Marx daarentegen vraagt zich af waarom en hoe op regelmatige tijdstippen de contradicties in de kapitalistische manier van produceren zo op de spits gedreven worden dat ze uitmonden in een schandaal. Hij vraagt zich eveneens af hoe de spanningen uit de ‘naijver van alle elementen van het burgerlijk productieproces’ in wat hij ‘het grote gedonder op de wereldmarkt’ noemt, in een crisis tot uitbarsting komen, een crisis die de economische en sociale voorwaarden voor een heropleving vormt.

‘De crises’ zo schrijft Marx in het derde deel van ‘Das Kapital’ (MEW 25:277), zijn steeds maar kortstondige gewelddadige ontladingen van de bestaande contradicties, geweldige uitbarstingen die het verstoorde evenwicht komen herstellen’.

Hoe gaat Marx bij het analyseren van de crisis te werk? De kritiek van Marx op de politieke economie begint met goederen en hun dubbel voorkomen als gebruikswaarde en waarde. Het goed wordt door de verkoop in een door de maatschappij erkende waarde veranderd. Om te kunnen verkopen moet een kapitaalkrachtige koper worden gevonden. Maar ‘verkoop en koop kunnen uit elkaar vallen. Zij zijn dus een crisispotentialis (...) Er blijft dan over dat de meest abstracte vorm van de crisis (en dus de formalistische mogelijkheid van de crisis) die metamorfose van het goed zelf is, waarin alleen als ontwikkelde beweging van de in de eenheid van het goed ingesloten contradictie van ruilwaarde en gebruikswaarde, verder van geld en goed vervat zit’. Zo schrijft Marx in zijn werk ‘Theorien über den Mehrwert’ (MEW 26.2: 510) om verder te gaan: ‘(...) het uiteenvallen van koop en verkoop komt hier zo voor (...) dat de wijziging van het ene kapitaal, dat voortkomt uit het goed, in de vorm van geld, met de nieuwe metamorfose van het andere kapitaal moet overeenkomen. (MEW 29: 316). De mogelijkheid van een crisis zit dus in de eenvoudigste vormen van de kapitalistische productiemethode vervat.

Daaruit volgt dat wel geldcirculatie zonder crises kan plaatsvinden, als de metamorfosen van goederen in de samenleving die op arbeidsverdeling is gebaseerd, slagen. ‘Maar crises kunnen niet ontstaan zonder geldcirculatie’ (MEX 13: 77), zonder het in elkaar groeien en verstrengelen van reproductie- en circulatieprocessen van diverse kapitalen’ (MEW 26.2: 511). Deze vaststelling wordt uitgangspunt van al die theorieën die het chaotische van de marktprocessen en de daarbij ontstane wanverhoudingen voor crises verantwoordelijk stellen. In deze gedachtegang zijn crises een gevolg van het kapitalistisch gebrek aan planning. De organisatie van het kapitalisme, zo meenden Hilferding en andere marxisten uit het begin van de 20e eeuw, zou aan crisistoestanden een einde maken.

Maar zo eenvoudig is het niet

Want ten eerste wordt het geld hier alleen als middel voor goederenverkeer beschouwd. In deze optiek maakt het het uit elkaar vallen van koop en verkoop van goederen en daarbij het mislukken van de metamorfose van de goederen mogelijk. Maar ten tweede is geld ook betalingsmiddel en dus de basis voor het krediet, ja voor het huidige globale financiële systeem. ‘Maar de mogelijkheid dat een crisis gevolg van het betalingsmiddel, geld, kan zijn, is veel groter wanneer het om kapitaal gaat’ (ebd). Maar opeenvolgende afbetalingen kunnen oplopen, crediteuren kunnen hun betalingstermijnen niet zoals overeengekomen, nakomen, omdat de verwachte inkomsten wegvallen of er zijn moeilijkheden om de interesten te betalen daar de winsten verminderen. Reeds aan de basis, in goederen en geld, ligt daardoor de mogelijkheid voor een crisis nl. aan de beide kanten van de contradictie waar goederen tegenover geld staan.

Goederen en geld bestaan reeds lang van voor de opkomst van de kapitalistische productiemethode, ‘zonder dat crises voorkwamen (...). Waarom dan deze vormen hun kritische kant accentueren, waarom de contradictie die ze in zich meedroegen, nu naar buitenkomt, is uit deze structuren alleen niet te verklaren’ (MEW 26.2: 513). Crises zijn mogelijk in een samenleving die op goederen en geld is gebaseerd, maar de echte oorzaken van de crises moeten in het productie- en reproductieproces van het kapitaal worden gezocht, ook als de crises in het kringloopgebeuren optreden.

De kracht van de productiviteit tegenover het consumeren

In kapitalistische productiemethode is de rentabiliteit of de winst op het voorgeschoten kapitaal het centrale leidmotief. Als dan de winst daalt of zelfs negatief uitvalt, dan begint alles wat geaccumuleerd werd te wankelen - ook als de vergelijking met percentages en renten op financiële instellingen niet direct voor investeringen in de ‘feitelijke economie’ spreekt. Ten tijde van Marx was dat van minder belang dan nu in tijden van het geglobaliseerde, door geld gedreven kapitalisme.

Het gaat dus in de eerste plaats om de verdeling tussen inkomen door arbeid en meerwaarde, ten tweede tussen opbrengst en interest (zoals grondrente). En hier komen de tegenstellingen tussen de ‘feitelijke’ en de ‘geldeconomie’ in het door geld bezeten kapitalisme tot uiting. Dat mag men zich niet als elkaar opvolgend voorstellen, zo alsof men eerst de ‘koek’ produceert en daarna zou worden verdeeld. De verdeling is een moment van het productieproces en die begint reeds bij de verdeling van de productiemiddelen die helemaal in het bezit van de klasse der kapitalisten zitten.

De contradictie die daaruit voortkomt vat Marx in het derde deel van ‘Das Kapital’ samen. Zeer vaak is de passage over crises binnen het kapitalistisch systeem geciteerd. ‘De voorwaarden van de onmiddellijke exploitatie en die van haar realisatie zijn niet identiek. Ze vallen volgens tijd en plaats maar ook theoretisch uit elkaar. De enen zijn alleen beperkt door productiecapaciteit van de samenleving, de andere door de proportionaliteit van de verschillende productietakken en door de consumptiemogelijkheden van de samenleving.

Dit laatste is echter noch door het overheersende productievermogen noch het door het onbeperkte consumentenvermogen bepaald: maar door het consumentenvermogen op basis van antagonistische distributieverhoudingen die de consumptie van de grote massa van de samenleving tot een veranderlijk minimum binnen min of meer enge grenzen terugschroeft. Ze is verder beperkt door de neiging tot accumuleren, de neiging naar kapitaalvermeerdering en naar productie van meerwaarde op niveau van een groter wordende hiërarchie. Zo is de wet voor de kapitalistische productie.’ (MEW 25: 255).

Enerzijds oefent het kapitaal druk op de massa-inkomsten om zo de voordelen de hoogte in te jagen: anderzijds hebben de kapitalisten de arbeiders als consumenten van de goederen nodig want anders kunnen ze deze goederen niet verkopen. ‘Elke kapitalist wenst het salaris (loon) (van de arbeider) zoveel mogelijk te beperken. Hij wenst natuurlijk dat de arbeiders bij andere kapitalisten zoveel mogelijk grote consumenten van hun goederen zullen worden. Maar de relatie van elke kapitalist tot zijn arbeiders is iets anders dan de relatie van kapitaal en arbeid. (Grundrisse: 32)

In omstandigheden waarin productie op winst is gericht komen productie en consumptie in contradictie tot elkaar. Op basis hiervan ontstonden in het verleden zware theoretische controversen. Het accent kan immers op het gebrekkige consumptievermogen worden gelegd. De theorie over onvoldoende consumptie komt dan ipso facto op voor het opvoeren van bijkomende vragen om de crisis te kunnen overwinnen. Deze theoretische aanzet heeft juist in de hervormingsgezinde arbeidersbeweging en in syndicaten een lange traditie en is met de theorie van Keynes grotendeels compatibel. Toch is het volgens Max ‘louter tautologie te zeggen dat de crises uit gebrek aan mogelijkheid om consumptiegoederen te betalen, ontstaan (...). Andere consumptiewijzen kent het kapitalistisch systeem niet (...). Wil men echter hierdoor aan deze tautologie een schijn van meer motivatie geven doordat men zegt, de arbeidersklasse ontvangt een te klein deel van haar eigen product en de wantoestand wordt bijgevolg weggewerkt zodra ze er een groter deel van ontvangt. Haar loon wordt daardoor verhoogd en zo is te bemerken dat de crises elkaar juist elke keer voorbereiden door een periode waarin het arbeidsloon stijgt (...). Het komt er dus op neer dat het kapitalistisch gestructureerd productieproces omstandigheden creëert die niets met goede of kwade wil te maken hebben. Het gaat om omstandigheden die elke relatieve welvaart van de arbeidersklasse maar even toelaten en wel steeds alleen als voorteken van een crisis’ (MEW 25: 410).

De ware grens van het kapitaal is het kapitaal zelf

De klemtoon kan op de overproductie worden gelegd. Uit de theorie van de overproductie volgt de eis om de investering te beperken. Maar in beide uitgangspunten wordt telkens een stuk van de contradictie naar voren geschoven en daarbij haar schommeling in het kader van het accumuleren van kapitaal foutief beoordeeld. ‘De contradictie, heel algemeen uitgedrukt, bestaat hierin’ volgens Marx, dat de kapitalistische productiemethode een tendens bevat, gebaseerd op de absolute ontwikkeling van de productiefactoren (...). De kapitalistische productie streeft er continu naar deze grenzen die immanent met haar zijn verbonden, te overwinnen maar ze overwint ze slechts door middelen die haar deze beperkingen opnieuw en op ergere manier in contradictoire positie brengt.

De crises bereikten bij gevolg evenzeer een dieptepunt als gevolg van de immanente tegenstellingen van het kapitalistische productieproces, de tijdelijke sanering van juist het crisisgebeuren en de inleiding van een nieuwe fase in de accumulatie.

Hier berust uiteindelijk ook het op- en neergaan van het productieproces, waarbij de duur van een cyclus vooral door de afschrijvingstijd van het onveranderlijk kapitaal wordt bepaald. Want er zijn de massale investeringen in nieuwe ondernemingen die een heropleving inleiden. Hieraan komt regelmatig een einde als er te veel navolgers komen hetgeen voor overproductie zorgt. Deze marxistische idee is later door Joseph A. Schmupeter in zijn theorie over een lange termijn innovatiecyclus uitgewerkt.

Marx vat het samen: ‘de ware grens van de kapitalistische productie is het kapitaal zelf nl. het kapitaal en zijn eigen gebruik als begin- en als eindpunt, als motief en als doel van de productie; de productie is alleen productie voor het kapitaal en niet het omgekeerde. Dus niet als zouden de productiemiddelen maar middelen zijn voor een steeds grotere vormgeving van het verloop van het leven van de producenten. De grenzen waarbinnen zich het behoud en het productief maken van de kapitaalwaarde, die op onteigening en verarming van de grote massa producenten berust, alleen kunnen bewegen, zijn begrenzingen die daardoor steeds in contradictie komen met de productiemethoden die het kapitaal voor zijn doel moet gebruiken en die op onbegrensde vermeerdering van de productie, op de productie als doel op zichzelf, op volledige ontwikkeling van het maatschappelijk productievermogen van de arbeid afstevenen. Het middel - onbegrensde ontwikkeling van de sociale productiemachten - geraakt in een voortdurend conflict met de beperkte doelstelling, het productief maken van het beschikbaar kapitaal. Indien daardoor de kapitalistische productiemethode een historisch middel is, om de materiële productiecapaciteit te ontwikkelen en een voor haar aangepaste afzetmarkt in de wereld te scheppen, is ze tevens de permanente tegenstelling tussen haar historische opdracht en de daardoor op sociaal vlak ontstane omstandigheden door het produceren’. (MEW 25: 260).

Nu waren er in het verloop van de ontwikkeling van het kapitalisme zware en minder zware crises. Men kan tussen ‘kleine’ crises in de conjunctuur, lange cyclussen van ‘grote’ breuken in de structuur en sociale wijzigingen onderscheiden, tussen crises binnen de kapitalistische manier van produceren en crises van de wijze van produceren. De crises zijn enerzijds destructief. Hierin wordt kapitaal vernietigd, gaan arbeidplaatsen verloren, neemt het inkomen van de grote massa af.

Toch zijn crises tevens een soort verjongingskuur. Want de voorwaarden van een nieuwe opbloei van accumulatie worden voorbereid, de basis voor de stijging van de interesten wordt gelegd. Zonder de vernietigende crises zou er geen vernieuwing van het kapitalisme, geen herhaling van de positie van het kapitaal zijn

Crises zijn dus al het andere dan voorboden van een ineenstorting. Daarop kan men zo lang wachten als op de val van de aarde op de zon. Dat zegt Rosa Luxemburg.

De crises, bijzonder als ze de grondvesten van het menselijk bestaan, zoals in de huidige voedselcrisis, aantasten en bijgevolg als er een klimaatwijziging ingevolge de kapitalistische manier van produceren en van het consumptiegedrag komt, zijn een waarschuwing dat het zoeken naar een sociaal aanvaardbaar alternatief in het crisisvolle kapitalisme dringend is.


Almar Altvater is professor emeritus politieke wetenschappen aan het Otto Suhrinstituut van de Vrije Universiteit van Berlijn. Hij is lid van de wetenschappelijk raad van Attac Duitsland en lid van Die Linke.

De citaten in de tekst komen uit het werk van Karl Marx en Friedrich Engels: Werk 43 Bde, Berlijn 1956-1990 (afgekort als MEW), uit Karl Marx’ Grundrisse der Kritik der politischen Ökonomie, Berlijn 1953 (afgekort als: Grundrisse).


Voor het originele artikel klik op de titel Krisen - das wiederkehrende „Weltmarktsungewitter“.
De vertaling ervan werd verzorgd door Maria Voordeckers waarvoor onze welgemeende dank.

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.