Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 2001-2008    Wall Street heeft de dollar verloren  
| thema: financiële crisis  |
 

Wall Street heeft de dollar verloren

> Harald Schumann - gepubliceerd op 23 december 2008

De gokkers van Wall Street hebben niet alleen de banken verloren, ook het kostbaarste privilege van Amerika: de dollar, de sterkste munt. De euro, de yen en misschien zelfs de Chinese yuan zullen spoedig zijn plaats innemen.

In oktober 2007 bracht Josef Ackermann, hoofd van de Duitse Bank en voorzitter van het Institute of International Finance in Washington een vrolijke boodschap: het verloop van de crisis die uit de wereldwijde handel met verdachte hypotheken is ontstaan, toonde aan dat de meeste instellingen fundamenteel sterk zijn. Ook wereldwijd is het financiële systeem fundamenteel gezond. Dit meende de leidende bankier van Europa en hij waarschuwde voor een overreactie van de kant van de politiekers. De staat, zo luidde de nauwelijks verholen dreiging, zou zich toch beter buiten het bestrijden van de crises houden.

De vergissing had niet groter kunnen zijn. Elf maanden na Ackermanns’ fundamenteel verkeerde inschatting zit de economie over gans de wereld in de ergste financiële crisis sedert de jaren 30 van de vorige eeuw.

Van de vijf grote, voorheen onafhankelijke investeringsbanken van Wall Street, zijn er nog maar twee over en ook hun toekomst is onzeker. De regering van de VS moest de twee grootste hypotheekbanken van het land en het voorheen grootste verzekeringsconcern ter wereld nationaliseren hun verliezen op de belastingbetaler verhalen om een nog ergere catastrofe te voorkomen. Te gelijkertijd heeft de centrale federale reserve (FED) miljarden kredieten tegen erg dubieuze garanties toegekend en de basisrente lager dan het inflatiecijfer bepaald. Minstens 500 miljard dollar staatsgeld staat onder vuur. Het deficit van de staat groeit explosief en bij de FED draaien de persen op volle toeren.

Dit gebeuren betekent een historische wending in de geschiedenis van het geglobaliseerde kapitalisme waarvan de gevolgen alleen maar groter zullen zijn dan de nieuwe regeling van de buiten controle geraakte financiële industrie.

Men kan voorzien dat de vernietiging van het kapitaal in het hart van de economie van de VS ook het begin van het einde van de sedert meer dan zestig jaar durende hegemonie van de dollar in de wereldeconomie met zich meebrengt.

Want anders dan in de vorige crises treft deze crash de VS in een periode waarin hun economie bijzonder kwetsbaar is geworden. De oorzaak ligt in hun toegenomen afhankelijkheid van het toestromen van kapitaal uit het buitenland. Vorig jaar berustte meer dan 5% van de economische prestaties in de VS op de bereidheid van buitenlandse investeerders in de stabiliteit van de dollar te geloven en te investeren in Amerikaanse waardepapieren. Daardoor konden de staat en de burgers, zoals reeds sedert jaren, elke dag voor 2 miljard dollar meer goederen en waren verbruiken dan ze zelf produceerden.

Dit deficit van de sterkste munt van de VS is in principe een bijna onvermijdelijk fenomeen voor het land vanwaar de sterkste munt komt. Terwijl het overwegende deel van de handelstransacties en van de financiële transacties in dollars wordt verricht en bovendien veel mensen uit staten met onzekere valuta sedert jaren in dollars sparen, kan de Amerikaanse noodbank veel meer van haar gedrukte en elektronisch behandelde greenbacks in omloop brengen dan dat er een reële economische tegenwaarde in het land is. Haast automatisch kan Amerika daardoor meer invoeren dan het uitvoert of zoals de New Yorkse valutaspecialist Brad Setser het uitdrukt: ‘de buitenlanders leveren ons hun goederen en daarvoor krijgen ze van ons papier met de foto’s van onze dode presidenten’.

Anders dan bij de andere landen met een deficit, volgt voor de VS dat hun daaraan verbonden schuld tegenover het buitenland, schuld in hun eigen muntwaarde is. Als de waarde van de dollar daalt, is dat een bijkomend voordeel. Automatisch vermindert de schuld in verhouding tot de andere munten- een ‘exorbitant privilege’ zoals eens de Franse naoorlogs president, Charles de Gaulle, woedend zei.

Op basis van dit mechanisme konden de Amerikaanse politici dicht bij de financiële wereld altijd deze vooropgestelde stelling volgen, die John Connally, de minister van Financiën onder president Richard Nixon, bekend om schandaalpraktijken, zijn Europese collega’s voorhield: ‘de dollar is wel onze munt maar jullie probleem’.

Zo stemden de FED-directeuren hun politiek uitsluitend af op de situatie van de Amerikaanse binnenlandse economie. Kantelde de conjunctuur, dan startten ze de noodprocedure en namen een waardevermindering van de dollar erbij, ook al bracht het voor hun leveranciers over de gehele wereld ernstige verliezen met zich mee. Als inflatie dreigde, deden ze de rente en de dollarkoers stijgen, ook als dat derdewereldlanden met buitenlandse schulden deed ten onder gaan. Aan het statuut van de dollar als sleutelvaluta veranderde niets. Integendeel, elke crisis dreef nog meer speculanten naar de als ‘veilige haven’ beschouwde Amerikaanse kapitaalmarkt.

Maar sedert de eeuwwisseling is de machtsverhouding in het globale monetaire systeem grondig verschoven. De bewakers van de dollar hebben overdreven, hun schuldenmachine loopt warm en ze verliezen de controle.

Hieraan heeft niet als laatste de legendarische ongekroonde koning van de Greenback, Alan Greenspan, schuld. Toen de toenmalige FED-directeur in 2000 met negatieve renten de Amerikaanse economie opnieuw op toerental bracht, overwoog hij niet dat China, de grootste handelspartner van de VS, zich met alle macht tegen een waardevermindering van de dollar zou verzetten. De kapitalisten in Peking hadden reeds vroeg ontdekt dat niets de stijgende groei van hun land beter op peil hield dan een stabiele wisselkoers. Waar meer dan de helft van de economie van de buitenlandse handel afhankelijk is, geeft een vaste koers de ondernemingen lange termijn zekerheid. Juist daardoor hadden Zuid-Korea en Taiwan succes gekend en ook het Duitse Wirtschaftswunder berustte helemaal op het tot 1973 geldende vaste koerssysteem van de westerse wereld.

In navolging van dit voorbeeld voert de Centrale Bank van China sedert 1995 met ijzeren hand een stabiele koers van de yuan tegenover de dollar, om het even hoe de koers van de dollar in de rest van de wereld bepaald wordt. De strikte controle van het kapitaalverkeer behoedde het land vooreerst voor de crisis op de Aziatische markt en dan tegen de Greenspan- dollarvulkaan. Toen deze de waarde door lage interest in een dalende koers bracht, begon de Chinese Centrale Bank alle binnenkomende dollars in Peking tegen een vaste koers van de yuan te ruilen en bij voorkeur in Amerikaanse staatsleningen te belegen. Als gevolg daarvan groeide het Chinese handelsoverschot met de VS en de reserves. Met zijn 1800 miljard dollar bezit China de grootste schat aan deviezen aller tijden.

Een analoog fenomeen doet zich voor in de Golfstaten. Omdat olie tegen dollars wordt verhandeld, hebben ook de olie-exporterende landen aan de Perzische Golf hun valuta aan de dollar gekoppeld. Bijgevolg groeiden hun vermogens in dollars op bijna dezelfde manier explosief zoals in China.

Samen drukken de staten van het informele dollarblok uit het Nabije en Verre Oosten op die manier met de aankoop aankopen van VS-fondsen de renten op de Amerikaanse kapitaalmarkt. Daardoor droegen ze er niet alleen toe bij dat de Amerikaanse burgers meer consumeerden en meer huizen bouwden dan ze zich konden veroorloven maar ook dat Amerika op het gebied van schulden tegenover het buitenland nu ver vóór Brazilië ligt. Tegelijk werd de Amerikaanse economie erg afhankelijk van de beslissingen van het economisch leiderschap in Peking en aan de Arabische Golf. Als deze alleen maar zouden stoppen met Amerikaanse fondsen te kopen, dan resulteerde de huidige crisis in een dollarcrash.

De gevolgen zouden vernietigend zijn. Het deel van de bevolking dat tot het minder verdienend deel van de VS behoort, zou regelrecht verarmen terwijl ingevoerde goederen van welke aard ook, van benzine tot elektrische apparaten drastisch duurder zouden worden. Het stoppen van de vraag zou automatisch in recessie, hoge werkloosheid en een snel stijgend deficit van de staat uitmonden.

De gevolgen zouden geen enkel land onberoerd laten. Tenslotte is ongeveer de helft van de waardepapieren in de wereld in dollars. Vermogenbeheerders zouden overal tegelijk in paniek papieren dollars op de markt gooien, faillissementen van banken en geldreserves zouden volgen en het ganse systeem van de globale productieketen en kapitaalaandelen zou wankelen. Dan zou ten langen leste de crisis ook op politiek vlak niet meer onder controle kunnen worden gehouden. Antiglobalisten van allerlei aard zouden in veel staten de macht kunnen grijpen en juist zoals ten tijde van de grote depressie het globale handels- en financieel systeem overhoophalen.

De goede kant van dit scenario: geen enkele staat op de wereld is er in geïnteresseerd het zo ver te laten komen. De dollarbom is krachtig, maar niemand zal ze met opzet ontsteken. Geen enkele van de betrokken banken zal zonder moeite een crash oplossen. Het zou hun alleen maar schade berokkenen. De econoom uit Harvard, Lawrence Summers, noemde daarom deze stand van zaken ‘het evenwicht van de financiële angst’.

Helaas is er geen reden om gerust te zijn. Want nu stelt de regering van de VS het fragiele evenwicht zelfs helemaal in vraag. Terwijl ze de crisis, die uit Greenspans politiek van het goedkope geld voortkwam, met nog goedkoper geld bestrijdt, loopt ze het risico op een meedogenloze ontwaarding van de dollar en bruskeert ze haar crediteuren. De ironie van het verhaal wil dat het niet de rentehongerige speculanten zijn die de Amerikaanse overconsumptie financieren, maar de leiders van de staten die stabiliteit voor hun uitvoer willen op de voornaamste afzetmarkt. Daarom bleef de grote val van de dollar tot nu uit.

Maar ook het geduld van de mensen van de geleide economie in Peking, Riad of Dubai heeft grenzen. Als hun gigantische dollarvermogens worden ontwaard, moeten ze reageren. De beste mogelijkheid om hun verliezen te compenseren zou zijn, de deur voor investeringen openstellen. Als ondernemingen uit China en de oliestaten met de dollars van hun centrale banken ongehinderd productieve Amerikaanse ondernemingen konden kopen, zouden ze de inflatie niet vrezen.

Juist deze uitweg heeft het Amerikaanse Congres echter in grote mate versperd omdat veel kiezers zich laten vangen door de angst voor China en door de openlijke afwijzing van Arabische beleggers die worden aanzien als een gevaar voor de staatsveiligheid. Daardoor mislukte zelfs de verkoop van de derdeklasse oliefirma Unocal aan China of de aankoop van een paar havenbedrijven door een onderneming uit Dubai.

Maar: maar wie zijn hand openhoudt, kan niet ongestraft tegelijk de vuist ballen. Daarom is het nu maar een kwestie van tijd tot de Amerikaanse crediteuren naar een alternatief zoeken.

Daar de Chinese regering gaarne op lange termijn plant, zal het vermoedelijk niet van vandaag op morgen gebeuren. Maar met de opwaardering van de yuan, beetje bij beetje, zijn de planologen in Peking begonnen met zich te bevrijden uit hun afhankelijkheid van de Amerikaanse export.

De oliestaten stoten opnieuw aan de grenzen van hun monetair beleid. Hoe langer ze zich met het aankopen van dollars schrap zetten tegen de opwaardering van hun munt, hoe meer eigen geld ze in omloop brengen. Daardoor wordt de inflatie in de Golfstaten bijna met twee cijfers aangegeven. Vroeg of laat zullen daardoor alle olie-exporteurs het voorbeeld van Koeweit volgen en hun muntwaarde naar een verzameling van muntstelsels richten.

Als het goed loopt, zal dit een proces van veel jaren zijn en de Amerikaanse economie de tijd laten om zich aan te passen. Maar, of het nu door een crash of door langzame erosie gebeurt, één ding schijnt wel zeker: de tijd dat de Amerikaanse dollar als enige munt voor de handel loopt ten einde. De euro, de Japanse yen en misschien zelfs de Chinese yuan zullen spoedig gelijkwaardig zijn en de Amerikaanse economie zal met veel minder steun van de rest van de wereld verder moeten dan tot nu toe het geval was. Zo zijn de gokkers van Wall Street niet alleen hun banken kwijtgespeeld maar ook het kostbaarste privilegie van de VS.


Harald Schumann is een Duits auteur en onderzoeksjournalist.

Voor het originele artikel klik op de titel Die Wall Street hat den Dollar verspielt.
De vertaling ervan werd eens te meer verzorgd door Maria Voordeckers waarvoor onze welgemeende dank.


Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.