Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 01-06/2009    Hoe uit het kapitalisme stappen?   
| thema: duurzame ontwikkeling , financiële crisis  |
 

Hoe uit het kapitalisme stappen?

Voor een civiel socialisme(1)

> Thomas Coutrot - gepubliceerd op 15 januari 2009

Thomas Coutrot is econoom, lid van de wetenschappelijke raad van Attac Frankrijk. Hij betoogt hier dat het neoliberalisme op vier pijlers steunt: vrij kapitaalverkeer, privatisering, flexibilisering van de arbeid en de absolute macht van de aandeelhouder. Die vier pijlers kreunen onder een diepe crisis. Het ziet er naar uit dat het neoliberalisme zich niet meer van die crisis zal herstellen omdat het verplicht is geweest in een dusdanige mate een beroep te doen op interventies vanwege de openbare besturen dat het systeem ten dode is opgeschreven.

Coutrot geeft vervolgens de redenen aan waarom we uit het kapitalisme moeten stappen. Daarbij verwijst hij naar de sociale, ecologische en democratische hoogdringendheid. Die maakt dat allerlei vormen van ‘regulering’ niet meer kunnen volstaan omdat dan snel zal blijken dat het kapitalisme tegen zijn grenzen aan zit.

In dat geval rijst er maar één belangrijke vraag en die is van politieke aard. Hoe kunnen we uit dat kapitalisme stappen? Vooraf merkt Coutrot op dat de sociale beweging wat dat betreft geen bevredigend antwoord heeft kunnen geven op drie fundamentele vragen die verband houden met de opeenvolgende etappes, die nodig zijn om uit het systeem te stappen, en met de methode, die hierbij moet worden gevolgd. Coutrot ziet een twintigtal stappen of acties.

Zijn conclusie luidt, en hierbij onderschrijft hij het gedachtegoed van de socioloog Erik Olin Wright: “de moderne samenlevingen zijn opgebouwd rond drie fundamentele polen: de economie, de Staat en de civiele samenleving.” Als oorzaak wijst hij vanzelfsprekend op de rol van het kapitaal in de schoot van de onderneming, en dat op twee vlakken: zijn verhouding tot de arbeid en zijn functie als de grondslag van alle mogelijke vormen van ‘investering’.

Inleiding

De huidige crisis behoort tot de grote crisissen van het kapitalisme, zoals het systeem er al gekend heeft op het einde van de XIXe eeuw en in de jaren ’30 van de vorige eeuw. We moeten ons goed realiseren dat we nog maar een begin meemaken. Er wachten ons nog een aantal grote klappen op het gebied van het bank- en geldwezen en de industrie. En vooral staan we voor een lange economische depressie. Als gevolg van een bankcrisis veroorzaakt door het uiteen spatten van een speculatieve immobiliën-zeepbel, heeft Japan een stagnatie gekend van vijftien jaar, terwijl zijn economie nochtans op sleeptouw werd genomen door de export naar China en de VSA. Vandaag vertoont de crisis planetaire dimensies, waarbij de export geen uitweg meer biedt. Dat geeft uitzicht op een periode van grote gevaren, maar ook van grote mogelijkheden. Zoals de historicus Immanuel Wallerstein onlangs in een interview verklaarde “verkeren we in een uitzonderlijke periode waarin de crisis en de machteloosheid van de machtigen ruimte laat voor de vrijheid van handelen van iedereen. Wij beschikken vandaag even over een tijdspanne waarin ons allemaal de mogelijk wordt geboden om, elk van ons, de toekomst te beïnvloeden door onze individuele vrijheid van handelen”. Zelf zou ik eraan toevoegen: ook door ons collectief optreden.

Het neoliberalisme zal deze crisis waarschijnlijk niet overleven. Dat wil echter nog niet zeggen dat ook het kapitalisme zal verdwijnen. Ziedaar het eerste punt dat ik wil ontwikkelen. Wallerstein schetst een doemscenario: “een systeem waar de uitbuiting nog gewelddadiger zal zijn dan in het kapitalisme”. We kunnen ons echter ook een ander scenario inbeelden, even waarschijnlijk hoewel ook niet een om vrolijk van te worden, namelijk “een dictatoriaal en xenofoob kapitalisme” of anders een “ecodictatuur” zoals André Gorz(2) dat kort voor zijn overlijden beschreef.

Die opmerkelijke tekst droeg als titel “De uitstap uit het kapitalisme is begonnen”. Daar gaat mijn tweede punt over. Ik wil aantonen dat als we inderdaad het doemscenario willen vermijden, het realistischer is om een uitweg uit dat systeem te overwegen dan te proberen een nieuw regulatiesysteem te bedenken, een soort van ‘groen mondiaal neo-keynesianisme(3), dat de essentiële kenmerken van het kapitalisme zou behouden, met name in de eerste plaats het afstemmen van de economie op één enkele imperatief: het nastreven van winst. In het derde deel van deze uiteenzetting zal ik een strategie schetsen om uit het kapitalisme te stappen en een organisatieprincipe voor onze samenleving proberen te formuleren, dat men met het woord van de econoom Bruno Théret zou kunnen aanduiden als “civiel socialisme”.

Waarom het niet meer goed komt met het neoliberalisme

Het neoliberalisme steunt op vier pijlers, te weten het vrije verkeer van koopwaar en van kapitaal (de utopie van de volmaakte “doorstroming”), de veralgemeende privatisering, de flexibilisering van de arbeid en de absolute macht van de aandeelhouder. Dat heeft aanleiding gegeven tot een financiële innovatie die aan elke controle is ontsnapt. Het wereldwijde financiewezen heeft monsterlijke proporties aangenomen en staat nu op het punt in elkaar te klappen. Door over de hele wereld de loontrekkers te precariseren(4) en tot onderlinge concurrentie te dwingen, heeft het neoliberalisme de aandeelhouders in staat gesteld zich de opbrengst uit productiviteitstoename helemaal toe te eigenen. Opdat men echter zou blijven consumeren heeft het systeem zijn toevlucht moeten nemen tot een nooit eerder geziene opeenstapeling van openbare en privé schulden. De episode van de subprimes(5) is slechts het topje van het enorme kaartenhuis dat op den duur wel moest in elkaar storten. Dat is dan nu ook gebeurd.

Het neoliberalisme is een samenlevingsmodel, maar wel een heel speciaal aangezien het fundamenteel antisociaal is. Het steunt op de aanname van een egocentrisch individu dat het algemeen belang realiseert door zelf in absolute vrijheid zijn eigenbelang na te streven. Het gaat uit van de onderwerping van de samenleving aan de economie. “There is no such thing as society” (De samenleving bestaat niet) beweerde Margaret Thatcher. Het proclameert de algemene ontmanteling van alles wat collectief is en van alle vormen van maatschappelijke solidariteit. Het kapitalisme is altijd al geneigd geweest om de traditionele vormen van socialisatie te vernietigen, maar de klassieke sociologen hoopten dat de arbeidsverdeling of de democratie alternatieve vormen van socialisatie met zich zouden brengen. Maar het neoliberalisme, dat volgens Michel Husson een “zuiver kapitalisme” is, en waar de kapitalistische logica volledig van elke hindernis bevrijd is, heeft geen enkele nieuwe vorm van solidariteit teweeg gebracht. De totaal vrije doorstroming van het kapitaal mondt uit in een samenleving die als water tussen onze vingers wegstroomt. Nemen we het voorbeeld van het geld, een van de grondinstellingen van onze op koopwaar gebaseerde samenlevingen. Tot nog toe kon het geldwezen niet anders dan aanleunen tegen een Staat, of toch tegen een soevereine macht. De triomf van een gemondialiseerde absoluut vrije financiële markt, en meer bepaald de veralgemening van allerlei daarvan afgeleide financiële producten, maakt het in theorie mogelijk om alle financiële waardepapieren onderling gelijkwaardig te maken. Amerikaanse economen hebben dit nieuwe verschijnsel onderzocht en zijn tot de conclusie gekomen dat we hier te maken hebben met een poging om een soort privé munt in het leven te roepen, zonder dat daar op wereldniveau een soevereine Staat tegenover staat. Deze theoretische waanidee is nu ingestort. De huidige financiële crisis zou trouwens wel eens best kunnen uitlopen op een monetaire crisis, en op de ineenstorting van de dollar, iets dat ook voor ons rampzalige gevolgen kan hebben.

In de jaren die komen, zullen de staten en dus ook de belastingbetalers verplicht zijn om het financiële systeem en het productieapparaat, die beide gecrasht zijn, weer vlot te trekken. Bij de banken en in de automobielindustrie, en later in de meeste sectoren, gaan we reusachtige faillissementen meemaken. Die kun je (misschien!) alleen maar oplossen door massale injecties van gemeenschapsgeld, door een ware explosie van overheidstekorten en/of door op grote schaal geld bij te drukken. Daar zal de neoliberale ideologie zich niet van herstellen. De periode van sociale en politieke crisis die daaruit zal voortvloeien zal zo diep zijn dat men de hiervoor aangehaalde vier pijlers van het neoliberalisme politiek niet meer zal kunnen verdedigen, toch niet binnen een systeem van wettelijkheid.

Waarom moeten we uit het kapitalisme stappen?

Wat verstaan we dan onder een nieuw regularisatiesysteem van het kapitalisme? Het betekent het inperken van de verdere ontplooiing van een politiek die uitgaat van de winstlogica, een wereldwijd groen keynesianisme dus. Natuurlijk zouden we elke eerlijke poging in die zin moeten steunen. We zien dat echter nog niet zo gauw gebeuren als we de recente verklaring lezen van de G20. Die komt immers neer op een lofzang van de neoliberale principes. In elk geval lijkt die weg onrealistisch om minstens vier redenen.

  1. «Reguleren» betekent een paar stappen terugzetten om beter te kunnen springen. Dat wil in feite zeggen dat men het kapitaal onder controle wil houden zonder te raken aan de grondslagen van zijn macht. Zolang de kapitaalbezitters over de economische beslissingsmacht beschikken zullen ze niet rusten vooraleer ze de politieke leefwereld gekoloniseerd hebben, ze (door de media volledig te overheersen) de absolute ideologische macht kunnen uitoefenen en ze de sociale bewegingen uiteen hebben kunnen spelen, en dus de vroeger afgesproken regels ongedaan hebben gemaakt. Dit is de fundamentele tegenspraak in de kapitalistische samenlevingen: enerzijds heb je een politieke sfeer waarin theoretisch elke mens één stem heeft en anderzijds de economische sfeer waar de reële macht in handen is van wie geld heeft. Goed, zullen sommigen misschien zeggen, maar als een regulering van het kapitalisme het mogelijk maakt om het gedurende enkele decennia in toom te houden, dan is dat toch mooi meegenomen... Ja, maar alleen maakt zo’n programma het niet mogelijk om een antwoord te formuleren op drie vormen van hoogdringendheid: op het sociale, het ecologische en het democratische vlak.
  2. De sociale hoogdringendheid. De kostprijs om het kapitalisme uit zijn financiële crisis te halen zal al buitensporig zijn voor de volkeren van het noordelijk halfrond, maar nog erger voor de volkeren uit het zuiden. Tenzij men er van uitgaat dat de regeringen de rijkdom zullen herverdelen door de hoge inkomensklassen en de grote vermogens zwaar te belasten. Maar dat veronderstelt een dusdanige omslag van de maatschappelijke krachtsverhoudingen dat het kapitalisme dat moeilijk zou kunnen overleven. Als de sociale bewegingen in staat zijn om een radicale herverdeling van de rijkdom op te leggen, waarom zouden ze zich dan halverwege inhouden en ook niet de economische beslissingsmacht herverdelen?
  3. De ecologische hoogdringendheid. De wereldbevolking kan zich geen nieuwe cyclus van kapitalistische groei veroorloven, zelfs geen keynesiaanse. Het kapitalisme veronderstelt onbeperkte accumulatie en groei, de vermarkting van de natuur en de menselijke verhoudingen. Welnu, het is hoog tijd om een sterke vermindering te organiseren van het energieverbruik, van de uitstoot van broeikasgassen, van de chemische vervuiling en van de arbeidsduur. Dat is iets dat het kapitalisme niet kan, tenzij onder dwang van een sociale beweging, maar daardoor wordt dan meteen ook in zijn bestaan bedreigd.
  4. De democratische hoogdringendheid tenslotte. Wallerstein beweert dat "de meesters van het systeem op zoek zullen gaan naar de zondebokken op wie ze de schuld kunnen werpen van de instorting van hun hegemonie."

Akkoord, de verkiezing van Obama is goed nieuws. Maar het afglijden naar maatregelen op gebied van veiligheid, naar een anti-migrantenpolitiek en naar oorlogsstokerij zou wel best kunnen hernemen en zelfs verergeren als de plannen om dit systeem met wat cosmetische hervormingen op te kalefateren zouden mislukken, en dat laatste is heel waarschijnlijk. Vergeten we niet dat de crisis van 1929 rechtstreeks heeft geleid tot de Tweede Wereldoorlog. Om wat er van onze politieke democratie rest te redden moet men de economische democratie kunnen invoeren, wat dus betekent dat men de beslissingsmacht van de aandeelhouders ter discussie moet stellen.

We moeten ons dus niet alleen voorbereiden om uit het kapitalisme te stappen, maar de volgende jaren gaat dat ook een actuele politieke kwestie worden. We kunnen anticiperen op de diepe sociale woede ten aanzien van het cynisme van de economische elite en van de neoliberale (en sociaal-liberale) beleidsmaatregelen. Wat stellen die inderdaad voor? Na drie decennia van stagnatie en algemene verlaging van de levensstandaard, en tegelijkertijd van een schandalige verrijking van een oneindig kleine minderheid, zouden de volkeren nu niet alleen de werkloosheid en de massale verarming moeten verdragen, maar ook nog eens een reusachtige overheveling van de openbare middelen naar het financieel systeem en de grote kapitalistische concerns, om die opnieuw vlot te krijgen. De filosoof Axel Honneth, die Jürgen Habermas in Frankfurt heeft opgevolgd, legt uit dat de sociale bewegingen niet zozeer voortkomen uit conflicten rond materiële bekommernissen maar eerder uit het besef dat ze niet erkend worden, dat ze op maatschappelijk vlak misprezen worden. We krijgen waarschijnlijk een periode waarin miljoenen mensen brutaal zullen geconfronteerd worden met de ervaring dat ze misprezen worden. De sociale strijd zal zeer zeker uitgevochten worden in de bedrijven (ondanks de werkloosheid en de werkonzekerheid die zullen toenemen), maar ook in de straat , voor de deuren van banken, en van de maatschappelijke zetel van bedrijven, op de trappen van de Beurs, op momenten dat huurders op straat gezet worden, als arbeiders hun bedrijf bezetten, als mensen zonder papieren op straat komen, enz. We mogen ook rekening houden met de opkomst van allerlei alternatieve praktijken van onderlinge hulpverlening, overlevingsstrategieën, samenlevingsexperimenten, zoals dat gebeurd is in Brazilië of in Argentinië na de economische instorting aldaar: coöperatieven, lokale ruilsystemen, enz. Opdat de maatschappelijke woede niet afgeleid zou worden naar de klassieke zondebokken, is er tegelijkertijd - ik kom daar nog op terug - een machtige beweging nodig van zelforganisatie van de samenleving én de opkomst van nieuwe politieke krachten in de schoot van de instellingen om er de maatregelen af te dwingen tot sociale omschakeling.

Hoe uit het kapitalisme te stappen?

Hoe op die vraag antwoorden ? De arbeidersbeweging stuit hier op drie kernproblemen. Wie gaat dit systeem veranderen? (de arbeidersklasse? het proletariaat ? de loontrekkers ?) In hoeveel tussenstappen? (hervorming of revolutie?). Welke methode? (Van boven uit of van onder uit? De Staat of de maatschappelijke zelforganisatie?)

Over wie het systeem gaat veranderen wil ik kort het volgende opmerken. In dat verband kun je niet meer redeneren in termen van één enkele sociale klasse. Veeleer zal het gaan om een samengaan van zeer uiteenlopende sociale krachten, die de belangen van de samenleving in haar geheel moeten verdedigen tegen de vernietigingslogica van het kapitaal en de oorlog. Er bestaat een “andersmondialistisch sociaal blok”, dat is een niet aan een klasse gebonden alliantie - men ziet ze op de sociale fora vorm krijgen - bestaande uit de arbeidersbeweging, uit de organisaties van ecologisten, boeren en feministen, uit organisaties van plaatselijke bevolkingsgroepen, bewegingen voor de vrede en voor internationale solidariteit, enz. Kortom een beweging die een veelvoud aan componenten uit de civiele samenleving in haar schoot telt en die allemaal samen, naar het woord van Karl Polanyi, het verzet tot uitdrukking brengen van de samenleving tegen de utopie van de Grote Zichzelf Regelende Markt.

In verband met de tussenstappen dient gezegd dat de revolutie niet meer kan gedacht worden in termen van de Grote Rode Avond. Deze samenleving kun je niet in een klap veranderen in een andere, ook niet na een korte revolutionaire episode. Ten eerste bestaat er vandaag niet zulk kant-en-klaar socialistisch of ‘antigroei’ project. Maar vooral ook omdat de belangrijkste les uit de mislukking van het leninisme en zelfs van het marxisme ons voorhoudt dat het socialisme niet het natuurlijk kind is van het kapitalisme, dat het niet de spontane vrucht is van zijn contradicties. Gramsci zei het al: de verandering van de samenleving veronderstelt een langdurige stellingenoorlog. In die stellingenoorlog betwist het alternatieve (m.a.w. het andersmondialistische) maatschappelijke blok de sociale hegemonie van het (neoliberale) kapitalistische blok. Dat andersmondialistische sociale blok bouwt stap voor stap zijn programma op, zijn alternatieve instellingen, zijn ideologische hegemonie, zowel op het economische als op het politieke vlak. Er bestaat geen vooraf uitgestippelde weg, geen uitgewerkt model. Er is wel een lange periode van sociale creativiteit en innovatie. Zo is het trouwens ook gegaan met het kapitalisme. Dat wil daarom niet zeggen dat een revolutionaire crisis - een “bewegingsoorlog” - vermeden zal kunnen worden, kijk naar 1789. Maar die kan er, eventueel, maar komen na een rijpingsperiode die meerdere decennia kan duren. Je kunt de geschiedenis wel niet op voorhand schrijven, maar wellicht zal later blijken dat 2008 het jaar was waarin de twee antagonistische blokken aan die “stellingenoorlog” zijn begonnen om de hegemonie te veroveren.

Het derde kernprobleem is dat van de methode. In de arbeidersbeweging bestond er een tegenstelling tussen de marxisten, die meestal het heil verwachtten van de Staat, en de libertairen, die veeleer rekenden op de basis. Akkoord, het probleem is ingewikkelder dan dat. Rosa Luxemburg, Gramsci of de aanhangers van het zelfbeheer hebben zich gedistantieerd van de aanhangers van de staatstheorie. Wat we bedoelen is dat de strategie om de samenleving te veranderen op twee benen moet lopen: staatsinterventie en autonomie van het volk. De Staat is zowel een instrument als een hinderpaal. Waarom dat zo is kan ik hier niet verder ontwikkelen, maar het heeft te maken met een onvermijdelijke tendens van verkozen mandatarissen om zich onafhankelijk op te stellen ten aanzien van degenen van wie ze hun mandaat hebben gekregen. De Staat is zowel een probleem als een oplossing. Het is dus nodig dat de sociale bewegingen de macht veroveren, maar ze moeten wel hun zelfstandigheid vrijwaren opdat ze druk zouden kunnen blijven uitoefenen op de verkozenen, ook op de meest vooruitstrevende. Er is dus tezelfdertijd een politiek programma nodig dat de overgang weg van het kapitalisme voorbereidt. Dat programma moet de interventie organiseren van zoveel mogelijk deelnemers in alle sferen van de samenleving en in de economie, maar ook in de Staat. Maar te gelijkertijd is het nodig dat er proliferatie is van allerlei initiatieven die uitgaan van de sociale bewegingen en de zichzelf organiserende civiele samenleving.

Kijken we om te beginnen naar het programma van politieke maatregelen. Wat de economie betreft kunnen we een aantal wijzigingen van de spelregels opsommen waarmee een linkerzijde die de maatschappelijke verandering nastreeft, aan het debat zou kunnen participeren, zowel op regionaal, nationaal en Europees als op mondiaal vlak. Waar het mogelijk is zou ze die zelfs al kunnen operationeel maken. Hiervoor heb ik een lijst met 11 suggesties.

  1. Het banksysteem socialiseren. De schoorvoetende manier waarop de Staat nu deelneemt in het kapitaal van de banken heeft als doel het systeem opnieuw op de sporen te krijgen om het terug aan de aandeelhouders te bezorgen. Het is echter nodig dat de openbare besturen - al naargelang het geval op regionaal, nationaal of Europees niveau - de eigendom van de banken overnemen en de loontrekkenden, de vakbonden, de gebruikersorganisaties, de milieubeweging, enz. bij het beheer betrekken. Dit betekent geen ‘verstaatsing’ maar een maatschappelijke toe-eigening, zelf verkies ik de term ‘socialisering’. Hetzelfde principe moet worden toegepast op het geheel van de openbare diensten en op de grote financiële groepen die failliet zijn gegaan. Geld en krediet moeten van dan af gezien worden als openbaar bezit, dat te belangrijk is om in de handen te laten van onverantwoordelijke aandeelhouders. De centrale banken moeten opnieuw onder politieke controle komen en leningen kunnen toestaan aan de openbare besturen opdat die hun investeringen zouden kunnen financieren.
  2. De openbare en privé investeringen heroriënteren, ondermeer door een kredietpolitiek: de intrestvoeten moeten aangepast worden, rekening houdend met de sociale en ecologische noodzaak van wat men wil produceren.
  3. De rijkdom herverdelen : het belastingsysteem hervormen, de hoge inkomens en de fortuinen aanpakken, een gewaarborgd inkomen verzekeren dat hoog genoeg is, een maximum inkomen afkondigen (in 1945 heeft Roosevelt het hoogste belastingtarief opgetrokken tot 94%)
  4. De ondernemingen moeten “gedefinancialiseerd” worden: de geldhoeveelheid die op de financiële markten circuleert moet verminderd worden (d.m.v. reglementering en taksen op de financiële transacties), het stemrecht van de aandeelhouders beperken tot de vaste aandeelhouders, de financiering op de markten verminderen, eventueel zelfs de beurzen sluiten, die toch maar een factor van instabiliteit zijn en die meer middelen afromen dan ze aan de bedrijven bezorgen.
  5. De macht in de bedrijven democratiseren: de ondernemingsraden een vetorecht toekennen over beslissingen in verband met werkgelegenheid en investeringen, in de ondernemingsraden vertegenwoordigers opnemen van de toeleveringsbedrijven en andere betrokken partijen, de overname van de bedrijven door de loontrekkers bevorderen.
  6. Democratische en gedecentraliseerde openbare diensten ontwikkelen: op het gebied van huisvesting, transport, maatschappelijke dienstverlening, enz. zodat de toegang tot de sociale rechten verbreed en zelfs gratis wordt.
  7. De werkgelegenheid minder precair maken door de sociale zekerheid te verbeteren.
  8. Een verantwoorde consumptie bevorderen: ontwikkeling van een openbaar informatiesysteem over de maatschappelijke en ecologische kwaliteit van de productie, verplichting tot transparantie vanwege de ondernemingen, met controle van de uitgebreide ondernemingsraden.
  9. De Europese eenmaking opnieuw en anders aanpakken, met als doel een vooruitstrevende harmonisatie van de sociale en ecologische omstandigheden, een Europese fiscaliteit op kapitaal, een echte begroting (5% van het BBP) en een Europees investeringsprogramma voor de energievoorziening met oog voor de duurzame energiebronnen.
  10. De internationale handel hervormen, met als doel eerlijke, op solidariteit gebaseerde handelsbetrekkingen, een mondiale kilometertaks die de herlocalisering van de productie in de hand werkt.
  11. Een nieuw internationaal monetair systeem oprichten, een nieuw Bretton-Woods negotiëren in de lijn van de toenmalige voorstellen van Keynes en het Charter van Havana dat in 1948 door de UNO werd goedgekeurd en dat een mondiale munt wilde creëren en de scheeftrekkingen in de wereldhandel verbood.

Tezelfdertijd moeten ook de politieke spelregels gewijzigd worden, de controle door de burger op de instellingen vergroten, streven naar de democratisering van de Staat: hiervoor suggereer ik 5 sporen:

  1. De zelfstandigheid van de verkozen vertegenwoordigers beperken (geen cumul, maximum duur van het mandaat, ongedaan maken van beslissingen via referendum, vergoeding van de verkozenen gelijkstellen aan het gemiddelde inkomen, vervanging van de Senaat door een kamer van burgers door het lot aangeduid...);
  2. Procedures ontwikkelen om tot meer directe democratie te komen (inspraak van de bevolking in begrotingen, referendum op initiatief van het volk...);
  3. De overlegdemocratie ontwikkelen (conferenties waar burgers met elkaar discussiëren...);
  4. De greep van de grote vermogensbezitters op de media beperken, openbare steun voor de alternatieve media en voor initiatieven van burgers in die sector;
  5. Steun voor burgerinitiatieven op het terrein van de economie, de cultuur, de volksopvoeding...;

De tweede poot van de sociale verandering is de ontwikkeling van de zelfstandigheid van het volk, het rechtstreeks betrekken van de burgers bij economische en politieke aangelegenheden. Hier stel ik voor om de strijd te voeren langs vier krachtlijnen.

  1. Burgercontrole op de bedrijven (verantwoorde consumptie, boycotacties, allianties tussen NGO en vakbonden...). Zo denk ik dat in de volgende maanden en jaren een alliantie tussen de vakbonden van de bankinstellingen en de verenigingen van consumenten, werklozen, daklozen en slecht behuisde mensen, milieuactivisten, Attac, enz. van cruciaal belang zou kunnen zijn als drager van de eis om het banksysteem te socialiseren, door druk uit te oefenen op de openbare besturen en de bankdirecties, om te komen tot een nieuwe kredietpolitiek.
  2. Ontwikkeling van netwerken van solidaire economie, van "vrije zones" die los staan van de druk van het kapitaal : eerlijke handel, netwerken van lokale productie die het voorwerp uitmaakt van onderlinge ruilactiviteiten, coöperatieven, sociale ondernemingen... Zaken die Diane Elson, een Britse marxistische econome met bijzonder stimulerende ideeën, de “socialisering van de markt” noemt.
  3. Ontwikkeling van productieve en culturele netwerken gebaseerd op een gedecentraliseerde en gratis samenwerking, naar voorbeeld van de vrije gemeenschap van het Internet. Dat is een heel belangrijk instrument om een tegencultuur in het leven te roepen, wat onmisbaar is in deze stellingenoorlog.
  4. Een permanente druk uitoefenen op de instellingen door het volk via campagnes te mobiliseren, uitgaande van de autonome structuren die de andersmondialistische beweging in het leven heeft geroepen. Denk aan het voorstel van de Britse ecologist George Monbiot om een wereldburgerparlement op te richten, als een tegenmacht voor de invloed van de internationale instellingen, en dat verkozen is door de volkeren, los van de Staatsstructuren.

Conclusie : welk model van alternatieve samenleving?

Zoals de Noord-Amerikaanse socioloog Erik Olin Wright uitlegt, zijn de moderne samenlevingen rond drie fundamentele pijlers opgebouwd: de economie, de Staat en de civiele samenleving. In het kapitalisme oefent de economie (het kapitaal) de hegemonie uit over de Staat en de civiele samenleving. In het bureaucratische “socialisme” is het de Staat die de economie en de civiele samenleving domineert, en zelfs opslorpt. In het “civiel socialisme”, is het de civiele samenleving die de hegemonie over de economie en de Staat uitoefent. Het kapitalisme streeft naar een veralgemeende vermarkting, terwijl het bureaucratisch “socialisme” steunt op de verstaatsing van de samenleving. Het civiel socialisme kan beschreven worden als een streven naar een samenleving waar de medeburgers het voor het zeggen hebben: je zou het een streven naar “civilisering” kunnen noemen(6). Het civiel socialisme wil de staat en de markt niet afschaffen, maar streeft er naar om ze geleidelijk en op heel lange termijn te overstijgen door ze te socialiseren.

De strategie die we hier schetsen zet de centrale instellingen van het kapitalisme op de helling : het despotisme van het kapitaal in de onderneming, de vrijheid van dat kapitaal om de arbeid uit te buiten met als methode de werkloosheid en de onzekerheid (in het Frans : la précarité, n.v.d.v.), de vrijheid van datzelfde kapitaal om te circuleren en te investeren, waar het maar wil. Die strategie ondergraaft de eigendomsverhoudingen van dat kapitaal. Het ondergraaft ook de mechanismen van staatsoverheersing, van de privé accumulatie van politiek kapitaal. Het is dus wel degelijk een revolutionaire strategie. Maar geen enkele van de hiervoor aangehaalde democratische stappen betekenen op zich een breuk met het kapitalisme. De democratisering en socialisering van de economie zullen het resultaat zijn van een reeks gecombineerde gedeeltelijke democratische stappen, die de macht van het kapitaal ondermijnen. Dankzij die stappen zal de civiele samenleving collectief leren hoe ze de economie en de staat zal moeten beheren. In hoeverre zal het kapitalisme zich kunnen aanpassen ? Tot waar zal de economische elite toelaten dat haar macht ontmanteld, ingekapseld, van binnen en van buiten, van onderuit en van bovenuit gecontroleerd wordt door sociale bewegingen en politieke actoren die vastbesloten zijn het democratisch principe toe te passen in alle sferen van de samenleving?

Voor dat soort van vragen is het nog veel te vroeg. Daarom is de traditionele scheiding tussen reformisten en revolutionairen niet echt operationeel op dit ogenblik. Zelf denk ik dat als het kapitaal deze stellingenoorlog begint te verliezen, het gewelddadig zal reageren. Op dat ogenblik zal de samenleving de kwestie van de eigendomsrechten op de grote productiemiddelen moeten beslechten. Dan zal de civiele samenleving haar hegemonie - de hegemonie van de democratie! - op de economie en de staat moeten vestigen. Op dit ogenblik echter bestaat er een andere, veel belangrijkere scheiding binnen de linkerzijde: moeten we de huidige neoliberale ordening organiseren zonder aan de macht van de financiën te raken of moeten we ons beraden op nieuwe democratische stappen, die steunen op de actieve deelname van de burgers aan de beslissingen die hen aangaan op alle domeinen? Vernieuwing van het neoliberalisme of uitbreiding van de democratie? Dat is de echte tweesprong waar we op korte en middenlange termijn voor zulen staan. Op de lange termijn, wanneer de maatschappelijke veranderingen zich uitdiepen, zullen de samenlevingen waarschijnlijk verplicht zijn om te kiezen tussen kapitalisme en democratie. U merkt het, net zoals u geloof ik in de deugdelijkheid van utopieën, maar wel in realistische utopieën, die geworteld zijn in de werkelijke gang van zaken der dingen en die rekenen op de lange termijn.


Nota’s:

(1) De Franse tekst heeft het over un socialisme civil , een socialisme dat uitgaat van de medeburgers. Misschien zou hier “burgersocialisme” of “socialisme van de burger” ook kunnen.

(2) Franse filosoof, socioloog en journalist, medestichter van het tijdschrift Le Nouvel Observateur, auteur van o.a. “Ecologie en politiek”; “Ecologie en vrijheid” en “Afscheid van het proletariaat”, 1923-2007.

(3) De econoom John Maynard Keynes (1883-1946) pleitte voor een vrijemarkteconomie waarin een krachtige overheid in periodes van economische vertraging of depressie de economie moest stimuleren door middel van doelgerichte investeringen met overheidsgeld, desnoods met overheidsschuld.

(4) Van het franse “précaire”, dat onzeker betekent.

(5) Subprime: Hypotheken die ver boven de financiële draagkracht gingen van de mensen die ze aangingen. Daardoor kwamen eerst die mensen in financiële nood, waarna de banken beslag op hun woning legden. Dat leidde dan weer tot een overaanbod van onverkoopbaar geworden woningen, wat de banken opzadelde met waardeloze want niet terugbetaalde hypotheekleningen, die ze in allerlei afgeleide financiële producten verstopten en zo wereldwijd aan ander banken en financiële instellingen probeerden te slijten.

(6) In de oorspronkelijke tekst Staat “une entreprise de civilisation”, waar civilisation niet verwijst naar “beschaving” maar naar een samenleving van Staatsburgers (civil: Staatsburgerlijk, la société civile: de civiele samenleving, het geheel van bewuste, actieve, georganiseerde burgers).

* Nota 2 is van de auteur van het artikel. Alle andere nota’s zijn toegevoegd door de vertaler.


Het originele artikel, Comment sortir du capitalisme ? Vers un socialisme civil, vind je op de Attac France.
De vertaling van dit artikel is van de hand van Koen Dille. Uiteraard zijn we hem daarvoor uonnoemelijk dankbaar voor.

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Juli 2010 »
M D W D V Z Z
28 29 30 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31 1
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.