Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 07 - 12/2009    Inleiding Gentse Feestendebat - Kan Obama het verschil maken?   
| thema: financiële crisis , gentse feesten  |
 

Inleiding Gentse Feestendebat - Kan Obama het verschil maken?

> Monika Triest - gepubliceerd op 30 juli 2009

Tijdens de 20ste jubileumeditie van de Gentse Feestendebatten was het onderwerp op woensdag 22 juli 2009

Obamania (kan Obama de wereld redden?)

Traditiegetrouw is er steeds een inleiding van een van de debaters. Monika Triest leidde het debat in. We publiceren hier de integrale versie ervan.

Op mijn rondreis doorheen vijf staten van de USA de vorige maand, stelde ik die vraag aan heel veel mensen van alle leeftijden en kleuren, vaak toevallige passanten. Het antwoord op die vraag dat het vaakst voorkwam was ‘als hij het niet kan, kan niemand het’. Ook af en toe een vurige tegenstander van de nieuwe president die zei ‘he is certainly intelligent, but he is making the wrong decisions’. Meest opvallend was dat ze zelf niet spontaan over hun nieuwe president begonnen te spreken. Washington is voor de inwoners van dit land heel erg ver weg. Het eerste punt van de gesprekken was elke keer ‘we zitten in een heel diepe crisis, het gaat van kwaad naar erger, het is een echte Depression’.

Ook politiek geschoolde mensen, progressieve mensen, voelen zich bijzonder onzeker over hun leven van elke dag. Het is letterlijk zo dat de meesten niet eens weten of ze morgen een job, of een huis of eten zullen hebben. Dit klinkt overal door. En het zijn niet de armsten der armen die het meest klagen, hoewel de soepkeukens meer dan overvol zitten. Het is de middenklasse, diegenen die altijd al een goede job hadden, die een huis hebben gekocht, die hun kinderen laten studeren, die gespaard hebben voor het geval van ziekte. Ernstig ziek zijn in de USA was altijd al een levensbedreigende zaak financieel, en nu meer dan ooit.

Tweede opvallend feit: Niemand spreekt nog over terrorisme, zelfs niet over 9/11, wat de vorige jaren altijd als eerste punt aan bod kwam en ongetwijfeld een diep trauma heeft veroorzaakt in het historisch inzicht en de toekomstbeelden van de meeste Amerikanen.

Irak kwam wel aan bod, en zelfs live op de televisie, tijdens de grote speech van de minister van Defensie op één van hun hoogdagen, Memorial Day, waarbij de Amerikaanse veteranen van alle oorlogen plechtig herdacht worden. Onderaan het scherm kwamen de laatste aantallen binnen van gesneuvelde Amerikanen in Irak, een soldaat die zelfmoord had gepleegd, en de naam van een doorgeslagen sergeant die een paar van zijn eigen kameraden had neergeknuppeld.

De soldaten die wel terugkeren komen doodziek terug, of als psychopaten, ook dit lezen de mensen in hun krant. Obama is er al in geslaagd de censuur op de beelden en nieuws van gesneuvelde soldaten op te heffen, hoewel het nieuws uiteraard altijd heel selectief en based is. Degelijke openbare zenders bestaan er wel, maar zijn minimaal, en moeten doorgaans gesponsord worden door hun eigen individuele kijkers en luisteraars.

De Obama-euforie, voor zover die er al was, is grotendeels voorbij, niet omdat mensen hem negatief beoordelen, maar omdat ze nog weinig geloof hebben in de toekomst. Er wordt zelfs niet meer gejuicht omdat er nu een zwarte in het Witte Huis zit. Het speelt geen rol, de crisis is er en veroorzaakt individuele en collectieve rampen. Hun geloof in henzelf, de pionier spirit is voorbij: ‘Als we Katrina niet eens kunnen oplossen, hoe kunnen we dan de problemen in de toekomst oplossen?

Die vragen klinken veel luider dan de discussies over Republikeinen tegenover Democraten.

Als er al politiek gedebatteerd wordt, is het veeleer op lokaal niveau en op het niveau van de staat. Die dingen zijn voelbaar, en de kranten geven dit dagelijks weer. Er is enorme interesse voor het gebruik van de ‘sales tax’ bv, op gemeentelijk vlak, op vlak van de staat. Mensen panikeren omdat de stad haar openbare instellingen niet meer kan betalen, zwembaden en bibliotheken sluiten, om nog te zwijgen van de leerkrachten op scholen die massaal ontslagen worden door gebrek aan goed van de lokale overheid.

De meest daadkrachtigen onder de inwoners vormen dan wel vrijwilligersgroepen, zetten zich in om de meest noodzakelijke faciliteiten overeind te houden, maar iedereen weet dat dit niet vol te houden is op langere termijn. Voor die dingen is Obama heel ver weg, als mijn school gesloten wordt, als de sportkampen afgeschaft worden voor mijn kinderen, als de plaatselijke winkels, eethuizen, benzinestations, motels gesloten worden.

Obama heeft de eerste honderd dagen meer en radicalere maatregelen genomen heeft dan sommige van zijn voorgangers in een hele ambtstermijn. Dit brengt angst en controverse teweeg, waarbij de tegenstellingen tussen Democraten en Republikeinen verbleken. Zelfs de rassenverhoudingen lijken wat uit het publieke debat verdwenen te zijn. Uiteraard lijkt dat enkel zo, want de verhouding tussen blanken en zwarten in de gevangenissen is nog altijd totaal scheef.

Obama krijgt wel nog veel krediet en blijft voorlopig geloofwaardig bij een groot deel van de bevolking, maar er zijn wel voorwaarden: ik beperk me tot reacties over zijn binnenlandse politiek:

  1. De reuzegrote investeringen die Obama doet in infrastructuurwerken, wegen, gebouwen etc zijn ten koste van ons. Wij zullen de komende jaren enorm veel belastingen betalen en dat raakt aan onze geschiedenis van zelfredzaamheid. Wij willen zelf de controle houden over ons leven, en daartoe voldoende middelen krijgen’.

    Het is net of dit individualisme ingegrift zit in de harten van de meeste Amerikanen; ze voelen het aan als een grondwettelijk recht: de Constitution and the Declaration of Independence. Vandaar dat elke collectieve strategie die Obama voorstelt in de ogen van velen eruit ziet als een radicale collectivisering. Globale of selectieve maatregelen op vlak van gezondheid, onderwijs, huisvesting, onderwijs zijn bedreigend voor velen.

  2. Het enige collectieve verzet kwam er toen de benzineprijs plots heel sterk steeg. Dat kon niet. Het massale protest heeft inderdaad die benzineprijs terug doen dalen, want de auto is daar geen luxeproduct, maar broodnodig door de enorme afstanden en door het totale gebrek aan openbaar vervoer.

    Obama zal steeds heel goed moeten wikken en wegen hoe hij zijn strategie bepaalt tussen deze beide polen: de collectieve of individuele aanpak. Dit komt het best tot uiting in zijn pogingen tot hervorming van de gezondheidszorg. In zijn campagne heeft hij aangekondigd dat hij onmiddellijk zou optreden om ervoor te zorgen dat de 50 miljoen Amerikanen die nu geen enkele gezondheidsverzekering hebben, omdat ze te arm zijn, of arm geworden zijn, toch een minimum zouden hebben. Zijn voorstel was een gemengd systeem: burgers zouden nog altijd een eigen keuze kunnen maken: als ze genoeg geld hebben of als ze een Health Insurance kunnen krijgen via hun werkgever, kan dat zo behouden blijven. Diegenen die onder een bepaalde armoedegrens leven zouden terecht kunnen bij een soort van staatsverzekering.

    Elke dag staan de kranten vol van discussies hierover. Voor Obama is dit een prioriteit, maar tegelijk een heel heikel punt, misschien wel delicater dan Irak. Hij raakt immers aan de basis-ideologie van het land, het liberalisme pur sang: ik wil en kan mezelf redden, en zal daar alles voor doen. Belast me niet met reuze belastingen.

    Tweede ideologie van ‘ik wil en kan mezelf redden’ heeft natuurlijk een grote deuk gekregen, nu mensen letterlijk uit hun huizen worden gezet omdat ze hun hypotheek niet meer kunnen betalen (en dat zijn er intussen 1 op 8). Op onze reis zagen we heel veel commerciële en publieke maar ook particuliere woningen met het plakkaat ‘on sale’. Het plakkaat blijft heel lang staan, want de huizenmarkt is nog steeds niet aan zijn diepste punt, vooral niet in de staten California, Nevada en Florida.

    Massa’s huizen staan leeg en niemand weet waar de bewoners naartoe zijn. Vermoedelijk hebben ze een caravan gekocht of gehuurd (wat varieert van 250 tot 1000 dollar) en is dat nu hun woning. Als je vraagt of dit misschien niet de schuld is van de banken, en het ongelooflijk corrupte credit card systeem, zeggen ze onmiddellijk ja, maar voelen zich oneindig bedrogen, zonder direct een oplossing te zien, met of zonder Obama.

  3. Obama heeft campagne gevoerd over tewerkstelling: put America back to work. Hij heeft stimulus money gegeven aan vzw’s, aan organisaties van openbaar nut, maar nog oneindig veel meer aan de redding van de banken en van General Motors. Daar is enorm veel kritiek op. Mensen willen uiteraard een job, maar geloven niet in het ‘bailing out’ systeem van Obama, omdat dit weer hogere belastingen zal teweegbrengen. Een dubbele houding, die iets weergeeft van de constante contradicties in de Amerikaanse ideologie.
  4. Obama zal moeten rekening houden met die ideologie op het punt van het recht om wapens te dragen. De meeste Amerikanen zijn bang dat hij grote beperkingen zal opleggen op wapenbezit. Vandaar dat er een massale toeloop is naar die wapenwinkels. Er is recent zelfs een versoepeling gekomen van wapenbezit, tenminste zolang het wapen zichtbaar gedragen wordt. Nu is het ook toegestaan op plaatsen waar het tot voor kort verboden was: zoals universiteitscampussen en nationale parken. Velen voelen dit aan opnieuw als een grondwettelijk recht: het recht om zichzelf, zijn gezin en zijn privé-eigendom te beschermen; en hier duikt iets op dat essentieel zal zijn voor het succes van Obama. De meeste Amerikanen beschouwen hun grondwet als heilig, als de beste, de meest democratische grondwet in de wereld maar ze vertrouwen doorgaans hun eigen overheid niet, vooral niet op het niveau van Washington, om deze grondwet na te leven. Alles wat ‘big government’ is, schuwen ze, vooroordelen ze. Als Obama te snel en teveel algemene maatregelen neemt, die bovendien veel geld kosten, is hij ‘big government’ met de gewone burger als eerste slachtoffer.
  5. Er zijn nog veel problemen die buiten het directe bereik liggen van Obama: de drugsmaffia bv, de agressie die elke dag zoveel mensen het leven kost, de sluiting van de plaatselijke hulporganisaties, de overvolle gevangenissen, zoveel kinderen die niet meer in een gewoon gezin opgroeien maar in noodopvang, zoals grootouders. In elke grootstad zie je kinderen die op straat leven, die rondslingeren. Ze gaan niet meer naar school, het zijn drop-outs, weten niet wat doen, en gaan dan maar ‘hang out’ met of zonder drugs. Jonge kinderen worden ingezet als koeriers voor de drugs maffia.
  6. Nog verder buiten het directe bereik van Obama liggen de media, die totaal gecommercialiseerd zijn en de allergrootste budgetten hebben en zich niet schamen om hun politieke voorkeuren bekend te maken, of om een politieke figuur compleet onderuit te halen. Om de drie minuten is er drie minuten reclame, ook tijdens het journaal. Voor een doorsnee Vlaming zoals ik is dit gewoon niet duldbaar, onverdraaglijk. De meest conservatieve en reactionaire TV-stations beschikken over reusachtige budgetten en gebruiken ze ook.
  7. Er valt zoveel te zeggen en te dromen over Obama’s kansen om een verschil te maken. De slogan ‘yes, we can’, leeft nog, maar is niet meer hoorbaar of zichtbaar op straat. Mensen verschuilen zich en proberen te overleven, letterlijk en figuurlijk. Natuurlijk zijn er nog de superrijken, wel zichtbaar hoewel grotendeels onzichtbaar binnen de omwalde bastions van privé-kastelen, met een eigen militie. Mensen vluchten ook naar de grote steden om werk; en mensen vluchten zonder te weten waarheen. Daarin lijken ze dan op de Mexicanen die als illegaal gekenmerkt staan, opgejaagd worden, vernederd, vervolgd en soms vlakaf neergeschoten aan de grens. Voor deze Mexicanen is Obama enerzijds een hoop, anderzijds ook weer ver weg, want de grenspatrouilles die we elke dag tegenkwamen zijn onverbiddelijk. Ook de progressieve Amerikanen weten niet goed raad meer met deze illegalen, ook niet met de toenemende criminaliteit die er onvermijdelijk door gesuggereerd wordt, de angst en de stress die dit alles teweeg brengt.
  8. En dan is er nog het buitenland, zoveel hoogdringende en complexe situaties die sinds de Tweede Wereldoorlog gegroeid zijn, de Tweede Wereldoorlog die nog altijd dienst ter legitimering van de missie van de Verenigde Staten als redder van de democratie in de wereld. Terwijl ik vorige maand in de USA was, zag ik een uitzending van CNN met een heel panel van deskundigen, en journalisten over de vraag ‘hoe evalueer je de eerste 100 dagen van Obama en wat moet hij doen de volgende 100 dagen?’ Eén van de thema’s was de buitenlandse politiek.

    In het congres zelf krijgt Obama blijkbaar meer krediet en medewerking van de Republikeinen dan voor zijn binnenlandse politiek. Wat iedereen, zowel conservatieven als progressieven, wel vinden is dat hij een openheid heeft gecreëerd, een sfeer van dialoog naar andere landen van de wereld. Gedaan met de As van het Kwaad. Gedaan met het diaboliseren van islam etc. Aandacht voor Afrika. Een heel heikel punt blijft nochtans het Midden-Oosten. Daarom vinden de ‘deskundigen’ ginds dat Obama eerst en vooral Iran moet aanpakken, Iran als strategisch punt in de Midden-Oosten problematiek, en dit niet zozeer voor de ‘veiligheid’ van de Verenigde Staten maar voor de stabiliteit van de regio. Obama verwacht geen applaus voor de eerste stappen die hij onderneemt naar het Midden-Oosten, Rusland, Afrika, maar niemand ontkent dat hij openingen creëert die op termijn een positief resultaat kunnen opleveren. Niemand doet voorspellingen. Daarvoor is het nog allemaal veel te vroeg.

    Wat voorlopig duidelijk is: terugtrekking uit Irak, versterking van de US-troepen in Afghanistan ‘zolang het nodig is’, steun aan Israel met een keuze voor een Twee-Staten oplossing, dialoog met Rusland, investeren in Afrika. Obama neemt geen radicale standpunten in, maar in elk geval standpunten die erg verschillen van die van zijn voorgangers. Hij zegt duidelijk ‘we don’t want a war without cause’ als les die de USA moet leren uit Irak. Wat nieuw is is zijn intensieve communicatie, ook over dat buitenlandse beleid.

  9. Tenslotte: Obama wou hoop brengen, dat heeft hij ongetwijfeld gedaan bij miljoenen Amerikanen, en niet enkel bij Zwarte Amerikanen. En ook buiten de Verenigde Staten. Of hij die hoop kan inlossen, is nu nog te vroeg om in te schatten. Zoals hij zelf zegt: ’the economic crisis will get worse before it gets better; give me time, it will not be possible in one day, not in one year, maybe not in one term. But I promise you: Together we can do it, we can bring America back on its feet’. Laat ons ook maar die hoop vasthouden.

En hier nog enkele cijfers

  • De werkloosheidsgraad is landelijk 9 % (1 juni 2009), de hoogste sinds 1967: 7 miljoen mensen. Per staat en stad kan dit sterk variëren. In Detroit bedraagt dit bv 25 %. Voor 50-plussers is de werkloosheid gestegen van 3,1 % in 2008 tot 6,4 % in 2009.
  • De armoedegrens is in 2009 bepaald op $ 17.330 per jaar voor een gezin van 3 personen. In 2007 leefden officieel 12,5 % van de bevolking in armoede; sindsdien is hun aantal sterk gestegen. Ongeveer één vierde van alle Zwarten en Hispanics leven in armoede.
  • In 2009 is het minimumloon federaal $ 7,25, maar de staten hoeven zich daar niet aan te houden. Vijf staten hebben zelfs geen wettelijk vastgelegd minimumloon. Het bedrag varieert tussen $ 2,65 en $9,92.
  • Stimulus money’ van president Obama is het extra federaal geld toegekend aan regio’s met hoge werkloosheidsgraad. In het totaal bedraagt dit $ 787 miljard, dit is $ 13 per persoon in het land. De deelstaten mogen beslissen hoe ze dit geld besteden.
  • Elk huishouden moet in 2009 12 % meer belastingen betalen dan in 2008 om de leningen van de overheid te kunnen betalen.
  • De eigendomstaks is sinds 2008 gestegen met 2,12 %, maar ook dit kan per regio verschillen. De hypotheekrentes stijgen zodat de immobiliënmarkt moeilijk herstelt. Eén op acht mensen kan nu de hypotheek niet betalen; dit het hoogste getal sinds 1972. De staten waar de meeste ‘foreclosures’ (stopzetting hypotheek en aanslag gebouwen) gebeuren zijn California, Nevada en Florida.
  • Sinds 2008 is het jaarlijks inschrijvingsgeld aan de universiteiten toegenomen met 24 %. Aan de universiteit van Arizona bedraagt het nu 212.102 oude Belgische franken.

Bronnen en aanbevolen websites:
Kaiser Family Foundation
Living Wage Calculator
National Abortion Federation
National Poverty Center
Guttmacher Institute
Ourbodiesourselves.org

Monika Triest is socioloog, onderwijsdeskundige, auteur, ex-voorzitster Vrouwen Overleg Komitee en VS-reizigster.

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Juni 2010 »
M D W D V Z Z
31 1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.