Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 07-12/2009    Inleiding Gentse Feestendebat - Populisme als politiek drijfzand  
| thema: democratie , gentse feesten  |
 

Inleiding Gentse Feestendebat - Populisme als politiek drijfzand

> Anton C. Zijderveld - gepubliceerd op 30 juli 2009

Tijdens de 20ste jubileumeditie van de Gentse Feestendebatten was het onderwerp op vrijdag 24 juli 2009

De onstuitbare opmars van het populisme en LDD (en Wilders...)

Traditiegetrouw is er steeds een inleiding van een van de debaters. Anton C. Zijderveld leidde het debat in. We publiceren hier de integrale versie ervan.

Vooraf: ik ben zeer vereerd hier in Gent te mogen spreken en aan het debat te mogen deelnemen. Ik zal mij als Nederlander natuurlijk niet mengen in de uitermate complexe problematiek van België en spreek dus vooral over het populisme, zoals dat in mijn land op dit moment bestaat. In het aansluitende debat zal de focus uiteraard vooral op de Belgische situatie gericht zijn. Er zijn echter belangrijke overeenkomsten tussen de verschillende populistische bewegingen in Europa en dus ook tussen die in België en in Nederland. Ik hoop dat de zes thema’s die ik nu kort zal bespreken ook voor België interessant en misschien zelfs relevant zijn.

1. ‘Politiek populisme’ is een pleonasme, want populisme is altijd politiek. ‘Politiek’ moet dan niet verengd worden tot ‘partijpolitiek’. Politiek is in den brede alles wat de polis, de publieke zaak betreft. Anderszins moet populisme niet verbreed worden tot ‘populariteit/populair’. Dat is vaak niet-politiek.

2. Wat is populisme? Formele definitie heeft geen zin, wel kunnen de belangrijkste kenmerken genoemd worden. Ik noem er een elftal:

  • het teert op velerlei onvredes en eventuele angsten: populisme als ‘rancuneleer’;
  • het heeft geen positief beleidsprogramma, maar is vooral Tegen-van-alles;
  • het heeft een afkeer van politieke partijen, begint alijd als ‘beweging’ onder inspirerende aanvoering van een charismatische, ‘sterke’ leider met ‘sterke’ teksten;
  • het populisme heeft ook een afkeer van de representatieve democratie, wil ‘directe’ democratie en is het sterkste in de parlementaire oppositie, terwijl het wel een hekel aan het parlement heeft (‘geklets’);
  • het heeft een gegeneraliseerd beeld van het electoraat als ‘het volk’ en de ‘gewone mensen’ in tegenstelling tot de ‘elite’ in samenleving en politiek (‘zakkenvullers’);
  • dit ‘volk’ heeft altijd absoluut gelijk (vox populi, vox dei) en dit gelijk wordt verwoord door ‘de leider’ van de beweging die dus ook altijd het absolute gelijk aan zijn kant heeft; de leider kent geen twijfel en geen relativeringen;
  • populisme is extreem nationalistisch: ‘weg met de EU!’ en: ‘eigen volk eerst’ (autochtonen, ‘van eigen bodem’ versus allochtonen, ‘van vreemde bodem’) en dus
  • xenofoob: angst en afkeer voor het vreemde en onbekende, ‘de’ allochtonen;
  • heeft daarbij een zondebok nodig die via grove generalisaties empirisch kan worden aangewezen: ‘de’ islam als voedingsbodem voor het internationale terrorisme en als motor achter de ‘islamisering’ van het Westen (het schrikbeeld van een internationale samenzwering; vgl. jaren dertig: de joden en het internationale joodse complot);
  • essentieel voor het populisme zijn de media - de oude (kranten, televisie) en vooral de nieuwe (internet, blogs, etc.) media; in de nieuwe media kan anoniem geageerd (vaak: gescholden en gedreigd) worden, wat lucht geeft aan de onvredes en rancunes;
  • de meeste populisten zijn humorloos, en gespeend van zelfrelativering: lachen is altijd uitlachen, belachelijk maken.

3. Waarom is het politiek drijfzand? Een populistische beweging floreert in de oppositie, maar moet ‘partij’ worden als ze via electoraal succes gaat meeregeren wat paradoxaal is. Immers, er moet een partijorganisatie komen die meer is dan alleen maar een beweging met de leider aan de top. Ook moet er een partijprogramma zijn met positieve beleidsvoornemens en voorstellen tot het oplossen van problemen. Daarover moet onderhandeld kunnen worden in de noodzakelijke coalitie (noodzakelijk, want het is in een meerpartijensysteem niet echt denkbaar dat een populistische beweging 51% van de stemmen wint). Waar populisten altijd van gruwen: er moeten compromissen worden gesloten. Kortom, de beweging-van-het-Tegen institutionaliseert tot een partij-met-een-Voor. Maar voor wat? Al de Tegens in beleid omzetten zou een alleenheerschappij van deze partij vereisen, dat wil zeggen, een dictatuur. Uiteindelijk moet de partij water bij de wijn doen en komt daarmee in drijfzand terecht. Verder is er het probleem dat de partij mensen moet vinden die politiek aan de maat zijn, die gekwalificeerd zijn om het partijkader, de partijfractie in het parlement en de posities in de regering kunnen bezetten. Ook als die gevonden worden, heeft de populistische partij een probleem: ze doet mee aan de vermaledijde elitevorming. Dit alles is voor de populistische achterban onaanvaardbaar. Nogmaals, de partij raakt in drijfzand. Conflicten, waar populistische bewegingen altijd al een abonnement op hebben, zullen de partij verzwakken. Vaak leiden ze tot afsplitsingen.

4. Het grootste gevaar van het huidige populisme in Nederland is daarom niet zozeer de PVV en al helemaal niet het beweginkje van Verdonk, maar het feit dat het een uitdijende olievlek is die ook de democratische partijen binnendringt en in alle lagen van de bevolking (niet alleen ‘het gewone volk’ en de ‘laag opgeleiden’ in de achterstandswijken) werkzaam is. Hoe komt dit? Enkele oorzaken zijn er, waarvan wellicht de belangrijkste de volgende zijn:

  • we werden in korte tijd (niet meer dan enkele decennia) op nogal massale wijze een multiculturele en multi-etnische maatschappij;
  • we hebben daar in het hoogtij van de verzorgingsstaat slordig op ingespeeld: de ideologie van het multiculturalisme met een fout begrip van tolerantie en een verkeerd toepassen van het oordeel ‘racisme’;
  • in het neoliberale tijdperk dat ons in een ernstige financieel-economische crisis heeft geleid, nam de inkomensongelijkheid gigantisch toe en als je hardwerkend bent, veel belasting betaalt en bent opgegroeid met het idee van gelijkheid (het grote ideaal van de verzorgingsstaat), neemt de onvrede over deze ongelijkheid hand over hand toe.

5. Wat is goed aan het populisme?

  • Dat het ondoordachte (vooral ‘linkse’) multiculturalisme niet meer kan (helaas ziet men echter niet meer het verschil tussen multiculturaliteit-als-sociologisch-feit en multiculturalisme-als-linkse-ideologie);
  • dat politiek en politieke debatten weer in de belangstelling staan, burgers weer uitgedaagd worden een politieke stelling in te nemen (helaas is daarbij het nuchtere redeneren verdrongen door emotionaliteit die de nuances niet kent, noch respecteert). Kortom, dat politiek weer ‘leeft’ en de dekens in de politieke instituties worden opgeschud.

6. De vermeende afstand tussen politiek en burgers? Deze afstand is op nationaal en zeker Europees/internationaal niveau noodzakelijkerwijs groot: daar immers gaat het om grote, complexe en abstracte problemen, waar wij burgers alleen maar in grote lijnen verstand van kunnen hebben. De vele (belangrijke!) details moeten we overlaten aan onze vertegenwoordigers in de nationale en Europese parlementen. Dat is hun beroep (Max Weber: ‘politiek als beroep’), wij burgers hebben onze eigen beroepen. Anders is dat op gemeentelijk niveau: daar gaat het om de concrete en directe problemen en belangen van ons burgers - in de straten, buurten en wijken. Daar moeten de raadsleden en de burgemeesters en wethouders/schepenen dicht bij de burgers staan en omgekeerd. Daar is ook burgerlijke competentie belangrijk - een competentie die ons niet komt aanwaaien, maar die onderwezen en geleerd moet worden. (Belangrijke taak voor de ‘elites’, de leidinggevenden in de verschillende onderdelen van de moderne, complexe samenleving.) In een vitale democratie ‘tikt’ daar en niet in ‘Den Haag’ en ‘Brussel/EU’ de politiek. Ook in dit opzicht is decentralisatie belangrijk - het is de kern van een ‘bottom-up democracy’.


Anton C. Zijderveld studeerde theologie en sociologie in Utrecht en de Verenigde Staten. Hij is emeritus hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij was gastprofessor in Montreal, Osaka en München. Hij publiceert om de week een veelgelezen column in Het Financieele Dagblad.
In april 2009 stapte hij uit het CDA uit ontevredenheid over de angstige koers van de partij in de richting van de islam en hij vindt dat de Christen-democraten te weinig afstand nemen van het populisme van Geert Wilders.

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Juli 2010 »
M D W D V Z Z
28 29 30 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31 1
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.