Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiŽle Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 2009    Ontwikkelingslanden: naar een nieuwe schuldencrisis  
| thema: duurzame ontwikkeling , financiŽle crisis  |
 

Ontwikkelingslanden: naar een nieuwe schuldencrisis

> Eric Toussaint - gepubliceerd op 8 oktober 2009

Voor de meeste landen met een gemiddeld inkomen en in het algemeen voor de landen die grondstoffen uitvoeren heeft de terugbetaling van de openbare schuld tussen 2004 en 2008 geen al te grote problemen meegebracht, en dit ondanks dat die terugbetaling een serieus gat heeft geslagen in de openbare ontvangsten van die landen(1). Inderdaad, de meeste regeringen vonden makkelijk leningen tegen een historisch lage rentevoet, zodat ze de nodige fondsen konden verwerven. Toch heeft de privť-schuldencrisis die in 2007 in de meest geÔndustrialiseerde landen is uitgebroken, voor de ontwikkelingslanden (OL) de schuldvoorwaarden radicaal gewijzigd. Die landen stevenen nu af op een nieuwe schuldencrisis.

Een stukje geschiedenis

In de loop van de twee vorige eeuwen van de geschiedenis van het kapitalisme zijn er verschillende internationale crisissen uitgebroken. Men telt er drie in de 19e eeuw en twee in de twintigste(2). Die crisissen hebben het lot van de opkomende landen rechtstreeks beÔnvloed(3). De oorzaken van die crisissen en het moment waarop ze zijn uitgebroken zijn nauw verbonden met het ritme van de wereldeconomie, meer bepaald met dat van de geÔndustrialiseerde landen. Elke schuldencrisis werd voorafgegaan door een fase van economische oververhitting in de landen van het Centrum(4) tijdens dewelke er een teveel aan kapitaal ontstond, dat voor een deel gerecycleerd werd in de economieŽn van de Periferie. De crisis ontstaat gewoonlijk naar aanleiding van een recessie of een krach die een aantal van de voornaamste industrielanden treft. De crisis die vanaf 2007-2008 uitgebroken is in de Triade(5) bevestigt deze ‘regel’.

Tussen 2004 en 2008 hebben de meeste OL hun exportontvangsten sterk zien toenemen als gevolg van de prijsstijging van de producten die ze op de wereldmarkt verkochten: olie en gas, minerale grondstoffen en landbouwproducten. Dat stelde ze in staat om zowel hun schulden terug te betalen als om de nodige kredietwaardigheid te verwerven zodat ze nieuwe leningen konden aangaan.

Daarbij komt dat de handelsbanken uit het Noorden, die vanaf de jaren 1990 hun leningen sterk beperkt hadden als gevolg van de financiŽle crisissen in de OL, tussen 2004 en 2008(6) in toenemende mate de kredietkraan opnieuw hadden opengedraaid. Andere financiŽle privť-groepen (pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, hefboomfondsen) hebben ook krediet verleend aan de OL door hun staatsbons af te nemen en ze op de voornaamste financiŽle markten aan te bieden. Ook staten hebben hun leningen aan de OL verhoogd. Dat betreft zowel China dat aan landen in de hele wereld geld uitleent als Venezuela dat geld leent aan ArgentiniŽ en de Caribische landen. Over het algemeen gebeurde dat tegen rentevoeten die een pak voordeliger waren dan deze die tot het begin van de jaren 2000 golden. Daar moet nog het overvloedige krediet gevoegd worden dat plaatselijke banken en de filialen van de buitenlandse banken in de OL zelf verstrekten.

De terugslag van 2007

In 2007 veranderde dat met de privť-schuldencrisis die de hooggeÔndustrialiseerde landen trof(7). De aanleiding daarvan was het uiteenspatten van de speculatieve zeepbel op de Amerikaanse vastgoedmarkt, die de ineenstorting van heel wat privť-schuldenmarkten met zich bracht (de fameuze subprimes, de ABCP(8), de CDO(9), de LBO(10), de ARS(11)...). Die crisis is verre van voorbij. De wereld is nog maar net bezig met te ontdekken wat daar de talrijke repercussies van zijn.

Tot juli 2007 stroomde het krediet volop. Maar dan kwamen de verschillende privť-bronnen plots droog te staan. De banken die totaal wegzakten in het moeras van de schulden begonnen elkaar te wantrouwen en aarzelden om aan elkaar nog langer geld te lenen. De regeringen van de VS, West-Europa en Japan moesten massief en herhaaldelijk liquiditeiten in het financieel systeem van het Noorden pompen (meer dan 2000 miljard dollar en euro tussen 2007-2009) om de verlamming ervan te voorkomen.

Ondertussen vonden de privť-banken, die zichzelf dan maar probeerden te financieren door waardepapier te verkopen dat niet gewaarborgd was, daar geen afnemer voor. Daardoor moesten ze hun boekhouding saneren door enorme verliezen af te schrijven, veroorzaakt door hun riskante operaties van de voorbije jaren. Om eruit te geraken hebben ze een beroep moeten doen op injecties van vers geld. In het begin kwam dat geld van overheidsfondsen van de landen uit AziŽ en de Perzische Golf. Daarna zijn de staten uit het Noorden ze massaal te hulp gesneld. Banken die niet tijdig vers geld vonden werden opgekocht door andere (Bear Stearn(13) en WAMU werden opgekocht door JP Morgan) of door de staat (in Groot-BrittanniŽ: Northern Rock Bank, Royal Bank of Scotland en de hypotheekmaatschappij Bradford & Bingley; in Nederland heeft de regering ABN Amro opgekocht en in BelgiŽ heeft de regering eventjes de Fortis Bank gekocht om ze nadien terug aan BNP-Paribas te verkopen, terwijl de Amerikaanse regering Freddie Mac en Fannie Mae heeft “genationaliseerd”, en ook nog AIG(14), enz...).

De nationalisatie van Freddie Mac en van Fannie Mae is een mooi voorbeeld van de privatisering van de winsten in tijden van economische voorspoed en socialisering van de verliezen in tijden van economische terugslag. Die twee instellingen zijn geprivatiseerd geworden op een ogenblik dat ze enorme winsten maakten. Toen in 2007 de crisis in de vastgoedsector uitbrak is de situatie van Freddie Mac en van Fannie Mae dramatisch verslechterd. Hoewel ze in 2007 aan hun privť-aandeelhouders dividenden hadden uitbetaald, hebben deze twee instellingen, nu ze plots in nood verkeerden, de hulp van de Staat ingeroepen opdat die zich over hun verliezen zou ontfermen. In een hoofdartikel schreef de zeer neoliberale The Economist van 30 augustus zelfs: “Dit is het ergste aspect van het kapitalisme: het betekent dat de aandeelhouders en de bestuurders van de winsten profiteren terwijl de belastingbetalers de rekening gepresenteerd krijgen als er verlies wordt geleden”.

Aanvankelijk hebben de meeste OL niet geleden

De aandelenbeurzen van een hele reeks OL zagen ineens het geld van speculanten toestromen, wegvluchtend uit het epicentrum (Amerika) van de financiŽle aardbeving. Het kapitaal dat plots vrijkwam na het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel, die zich over de Atlantische Oceaan heeft voortgeplant, van West naar Oost (Ierland, Groot-BrittanniŽ en Spanje werden heel zwaar getroffen en de lijst is mettertijd langer geworden) heeft zich op andere markten geworpen: de beurzen voor grondstoffen en voedingsproducten van het Noorden, wat meteen prijsstijgingen veroorzaakte, en een aantal aandelenbeurzen in het Zuiden. Maar dat heeft niet lang geduurd: in 2008 leden alle beurzen in het Zuiden zware verliezen. Weliswaar herpakten een aantal ervan zich in 2009 (China, Taiwan, BraziliŽ, Rusland...), maar voor hoe lang?

Anderzijds heeft de beslissing van de Federale Reserve (de Amerikaanse centrale bank, n.v.d.v.) om zijn belangrijkste rentevoet herhaaldelijk te verlagen, de schuldenlast van het Zuiden voor een tijdje verlicht. Maar midden 2008 onderging de situatie een radicale wijziging. Toen kenden de risicopremies voor een aantal landen een forse stijging en beperkten de banken van het Noorden het krediet waarmee de OL hun de schuldaflossingen wilden herfinancieren. In een zelfde beweging verminderden de institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, banken...) de aankoop van schuldpapier van de OL. Ze verkozen de schatkistbons van de Amerikaanse schatkist. De grondstoffenprijzen, die tot juli 2008 hoog waren gebleven, stortten brutaal ineen. Bovendien verloren de munten van de Latijns-Amerikaanse landen aan waarde ten aanzien van de dollar. Dat verhoogde alweer de kost van de buitenlandse schuld van die landen, omdat die hoofdzakelijk in dollar wordt aangerekend.

De Bank voor Internationale Betalingen (BIB) bevestigt dat: "De economische en financiŽle crisis heeft de ontwikkelingseconomieŽn (OE) in de laatste trimester van 2008 frontaal geraakt. Het failliet van Lehman Brothers, in september 2008, is gevolgd door een nooit eerder geziene terugval van de exportvraag, die dan weer samen is gevallen met een aanzienlijke weerslag op de kredietverlening door de banken en van de beleggingen in het buitenland. De wisselkoers van talrijke landen is gedaald, de waarde van de aandelen is verminderd en de kosten voor buitenlandse financieringen zijn sterk gestegen. Als gevolg van het stilvallen van de consumptie en de investeringen in de ontwikkelde economieŽn, is de exportvraag van de OE in elkaar gezakt. Dat heeft de omkeer van de kapitaalstromen veroorzaakt en een einde gesteld aan een groeiperiode die getrokken werd door de export en kon worden volgehouden door een instroom van fondsen(15)".

Daling van de deviezenreserves van de OL in 2008-2009

Nog steeds volgens de BIB, zijn de deviezenreserves van de OL beginnen te dalen : "Na eerst in 2008 een hoogtepunt te hebben bereikt, is de voorraad aan wisselreserves in veel OL sterk gedaald. In januari bedroeg die nog meer dan 4.300 miljard [dollar] voor de hele groep. [...] In de eerste trimester van 2009 echter was het niveau van de wisselreserves in Korea en India teruggevallen tot 80% van dat van juni 2008. In Polen tot 75% en in Rusland tot 65%. Als die externe schokken blijven duren is er reden tot ongerustheid, zelfs als de stocks volgens de klassieke indicatoren voorlopig nog ruimschoots voldoende zijn(16)".

De vertraging van de economische groei, die duidelijk merkbaar is in Noord- Amerika, Europa en Japan, heeft een vermindering veroorzaakt van de export van fabrieksgoederen, voornamelijk vanuit China, Mexico en andere Aziatische landen. De Chinese binnenlandse vraag zal niet in staat zijn om die vermindering van de externe vraag op te vangen.

De terugval van de economische activiteit in de geÔndustrialiseerde wereld, in China en in andere Aziatische landen, die enorme hoeveelheden grondstoffen verwerken (MaleisiŽ, Thailand, Zuid-Korea...) ťn de vermindering van het beschikbare financieel kapitaal, hebben een daling veroorzaakt van de prijs van de olieproducten en van bijna alle andere grondstoffen, ook van de landbouwproducten: "De daling van de uitgaven voor duurzame consumptiegoederen in de ontwikkelde landen gedurende de tweede semester van 2008 heeft zwaar gewogen op de export in de automobielnijverheid en in de informaticasector(TI). Wat de automobielsector betreft, die een aanzienlijk deel van het BBP van de OE vertegenwoordigt (3% in Turkije, 6% in Mexico, 8% in Korea en Thailand en meer dan 10% in Centraal Europa), is de export ingestort: bijvoorbeeld met 45% in Mexico in februari 2009 en met 54% in Turkije in de eerste trimester van 2009. [...] Bovendien heeft de vertraging van de groei in de wereld de inkrimping van de prijzen van basisproducten veroorzaakt. Tussen juli 2008 en maart 2009, is de olieprijs gezakt met 65% en die van de andere grondstoffen met 34%. [...] Welnu, de grondstoffen vertegenwoordigen meer dan 40% van de uitvoer van Latijns-Amerika en meer dan 20% van die van Mexico(17)".

Daar moet je een sterke vermindering van de geldtransfers van de migranten naar hun thuisland bijtellen. De Mexicanen, Ecuadorianen, Bolivianen die in de bouwsector van de VSA en Spanje werken werden rechtstreeks geraakt door de crisis in de vastgoedsector en verliezen massaal hun baan.

Strengere kredietvoorwaarden

Terwijl de overheidsontvangsten dalen, schieten de uitgaven om de schuld te delgen de hoogte in. De banken verkleinen hun kredietaanbod en eisen een grotere risicopremie. De verliezen die de banken moeten incasseren zijn gestaag blijven stijgen sinds 2007. Het aantal in gebreke stellingen is gestegen in het Noorden. De markt van Credit Default Swaps, afgeleide niet gereguleerde financiŽle producten die verondersteld werden de houders van schuldpapier te beschermen tegen het risico van betaalstaking, is weggezakt in de onzekerheid omdat de sommen waar het om gaat zo enorm zijn(18).

En we bevinden ons nog maar in het begin van de verharding van de voorwaarden. In juni 2008 schreef de BIB: "Zelfs als de soevereine premies (dat zijn de risicopremies die de openbare besturen aan de ontleners betalen E.T.) heel wat lager blijven dan het niveau dat waargenomen werd in vorige periodes van financiŽle turbulenties, toch zijn ze heel wat hoger dan in de eerste semester van 2007, wat meebrengt dat de financiŽle spanningen wel eens doorslaggevend zouden kunnen worden"(19). Een beetje verder voegde de BIB daar het volgende aan toe: "Wat de ondernemingen betreft is de recente verhoging van de risicopremies op hun schulden dikwijls sterker geweest dan deze van de soevereine premies, wat doet vermoeden dat sommige kredietverleners de gevolgen beginnen te voelen van strengere kredietvoorwaarden, na al die jaren van gemakkelijk krediet"(20). En dan: "In deze context van turbulentie die de banken van de geavanceerde economieŽn treft, is de tweede oorzaak van kwetsbaarheid voor een aantal ontwikkelingseconomieŽn het risico dat ze lopen dat de instroom van bankkapitaal opdroogt. In het verleden zijn die stromen herhaaldelijk en brutaal van richting veranderd, zoals in het begin van de jaren 1980 in Latijns-Amerika en in 1997 in AziŽ. "(21).

In de volgende versie van haar rapport, in 2009, bevestigt de BIB : "In Latijns-Amerika bijvoorbeeld, hebben verschillende grote internationale banken hun commerciŽle kredietlijnen in 2008 slechts voor 50-60% vernieuwd. [...] Daarenboven zijn de winstrepatriŽringen in sommige gevallen sterk gestegen, want net zoals de internationale banken, hadden veel multinationals in hun thuismarkt een grote behoefte aan liquiditeiten. Volgens de OESO, verklaren deze repatriŽringen van financiŽle middelen naar de moederondernemingen de terugval van de winstherinvesteringen en van de inkrimping van de leningen die de groepen intern, namelijk tussen hun afdelingen en filialen aangaan. Aangezien de huidige crisis vergezeld gaat van een nooit geziene contractie van de mondiale economische activiteit, is het moeilijk om te voorspellen wanneer en in welke mate de privť kapitalen terug zullen keren naar de OE"(22).

Besluit

Als gevolg van de crisis die in de hooggeÔndustrialiseerde landen is uitgebroken, zijn de leningsvoorwaarden voor de OL al aanzienlijk strenger geworden. De belangrijke wisselreserves die ze de laatste jaren hadden aangelegd hebben deze strengere voorwaarden opgevangen, maar waarschijnlijk zullen die reserves niet volstaan om die landen helemaal te beschermen. Een aantal zwakke schakels van de schuldenketen in het Zuiden werden rechtstreeks getroffen door de ineenstorting van de grondstoffenprijzen. Dat is bijvoorbeeld het geval met Ecuador (ineenstorting van de petroleumprijzen) en ArgentiniŽ (ineenstorting van de soja-uitvoerprijzen). Men heeft de toestand absoluut niet onder controle en er moet krachtdadig worden opgetreden opdat het niet nog eens de bevolking van die landen zou zijn die hiervoor een zware prijs moet betalen(23).


Nota’s

(1) In vele landen gaat 20 tot 35% van de overheidsbegroting naar de terugbetaling van de openbare schuld. In het geval van BraziliŽ bedraagt het deel van de staatsbegroting dat naar de terugbetaling van de binnenlandse en buitenlandse schuld gaat vier maal de som die besteed wordt aan onderwijs en gezondheidszorg. Zie Rodrigo Vieira de Avila, Brťsil: La dette publique est toujours bien lŗ.
(2) Zie Eric Toussaint, La Finance contre les peuples, CADTM-Syllepse-Cetim, 2004, hfdstk 7/ Zie ook Eric Toussaint, Banque mondiale : le Coup d’Etat permanent, CADTM-Syllepse-Cetim, 2006, hfdstk 4.
(3) In de 19de eeuw waren dat onder meer ArgentiniŽ, Egypte, TunesiŽ, China en het Ottomaanse rijk.
(4) (nvdv) De Amerikaanse historicus Immanuel Wallerstein deelt de wereld op in twee sferen, namelijk een centrale kern gevormd door de rijke industrielanden (hier het Centrum genoemd) en de ontwikkelingslanden (meestal voormalige koloniŽn van het Westen), die figuurlijk rond dat Centrum liggen en aldus de Periferie vormen.
(5)Met Triade bedoelt men de groep bestaande uit Noord-Amerika , Europa en Japan.
(6) "De grensoverschrijdende kredieten ten aanzien van de Groeilanden toegestaan door de banken aangesloten bij de Bank voor Internationale Betalingen werden in 2007 geschat op 2600 miljard dollar, hetzij een verhoging van 1600 miljard dollar in vijf jaar". BIB, 78e jaarlijks rapport, Bazel, juni 2008, p.44.
(7) Voor een gedetailleerde analyse van de uitbarsting van de crisis en de internationale context, zie Eric Toussaint, Banque du Sud en nouvelle crise internationale, CADTM-Syllepse, Luik-Parijs, 2008, hfdstk 9 en 10.
(8) Asset backet Commercial Papers : verhandelbare waardepapieren die door banken en andere ondernemingen op de financiŽle markt voor een korte periode (2 tot 270 dagen) worden uitgegeven. Deze stukken worden niet gewaarborgd door een tegenwaarde (een vastgoed bijvoorbeeld). Ze zijn gebaseerd op het vertrouwen dat de opkoper van die ABCP’s stelt in de bank of de onderneming die ze verkoopt.
(9) Collateralized Debt Obligations.
(10) Leveraged Debt Buy-Out. Het gaat om met schulden gefinancierde opkoopoperaties van ondernemingen.
(11) Credit Default Swaps. Een koper van zo’n CDS wil zich beschermen tegen het risico dat hij een schuld niet terugbetaald krijgt. De markt van CDS heft zich sinds 2002 erg ontwikkeld. Het volume van de sommen met betrekking tot de CDS is tussen 2002 en 2006 met een factor 11 toegenomen. Het probleem is dat deze verzekeringscontracten verkocht worden zonder enige controle door de openbare autoriteiten. De kredietverleners wanen zich beschermd tegen wanbetalers en gaan niet na of de lener wel in staat is zijn schuld terug te betalen.
(12) Auction Rate Securities. Waardepapier dat in de VSA wordt verkocht. Het gaat om krediet toegekend aan gemeenten, universiteiten (om studiebeurzen te financieren), hospitalen. De cliŽnten konden die stukken wekelijks kopen of verkopen via een opbodsysteem (“auction”). In de maanden juni-juli 2008 is die markt ingestort. De banken die deze schuldbewijzen op de markt hadden gebracht, hebben ze moeten terugkopen van hun cliŽnten en moesten bovendien een boete aan de staat betalen. Het gaat om sommen die op 330 miljard dollar worden geschat, terwijl de boeten betaald door UBS (150 miljoen dollar), Citigroup (100 miljoen dollar), JPMorgan, Morgan Stanley ... oplopen tot vele honderden miljoen dollar.
(13) Bear Stearns, de 5e zakenbank van de VSA, had zich vastgelopen in de markt van CDS.
(14) AIG, belangrijkste verzekeringsgroep, zat ook hopeloos vast in het moeras van de CDS-markt.
(15) Bank voor Internationale Betalingen, 79e Jaarrapport 2009, p.80
(16) Ibid. p. 84 en p. 04
(17) Ibid. p. 84.
(18) "Meer bepaald hadden talrijke Braziliaanse, Koreaanse, Mexicaanse en Pools bedrijven in 2007 en 2008 bij buitenlandse of lokale banken ingeschreven op contracten betreffende die afgeleide producten om hun exportontvangsten te beschermen tegen een sterke depreciatie van de plaatselijke munt of zelfs om te speculeren op een blijvende hausse. Die ingenomen posities kwamen over het algemeen niet voor in de balans van de ondernemingen. Toen de wisselkoersen ten aanzien van de dollar en de euro minder gunstig werden, hebben die bedrijven zware verliezen geleden: volgens schattingen in Korea tegen de 0,8% van het BBP en meer dan 1% in Polen". Bron: BIB, 2009, p. 89.
(19) BIB, 2008, p.55
(20)De BIB schrijft ook : "Gedurende de vijf laatste jaren heeft het bankkrediet van de privťsector een enorme ontwikkeling gekend. Van 7 percentpunten van het BBP in Latijns Amerika tot 30 percentpunten in de Centraal- en Oost-Europese landen. Het is niet onmogelijk dat die uitbreiding boven de mogelijkheid gestegen was van de ondernemingen om hun schuldpositie doeltreffend te evalueren en te bewaken...". p. 57
(21) BIB, 2008, p.56
(22) BIB, 2009, pp. 92-93.
(23) Over voorstellen voor alternatieven, zie Eric Toussaint, Banque du Sud et nouvelle crise internationale, CADTM-Syllepse, Luik-Parijs, 2008, hfdstk. 1 tot 4. Zie ook : Eric Toussaint, Quelles alternatives pour le dťveloppement humain?, ook in Damien Millet en Eric Toussaint, 60 questions/60 rťponses sur la dette, le FMI et la Banque mondiale, CADTM-Syllepse, 2008, hfdstk. 10 tot 12.


Her artikle "Pays en dťveloppement : Vers une nouvelle crise de la dette" werd vertaald door Koen Dille, waarvoor we hem eeuwig dankbaar zijn.

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.