Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 2009    Gebroken vitrines of niet, we zullen ook een politieke tegenmacht moeten ontwikkelen  
| thema: andersglobalisme  |
 

Gebroken vitrines of niet, we zullen ook een politieke tegenmacht moeten ontwikkelen

> Eric Goeman - gepubliceerd op 2 december 2009

Firenze, november 2002.
Het Eerste Europees Sociaal Forum. Sinds de slag om Seattle in 1999 was de “beweging der bewegingen” (Naomi Klein) of “de beweging voor mondiale rechtvaardigheid” (Susan George) niet meer uit het wereldnieuws geweest.

Na drie dagen van informatie verzamelen en de intellectuele batterijen op te laden tijdens de vele seminaries en ateliers en een dag van euforie met een betoging door de straten van het gastvrije Florence met honderdduizenden deelnemers moest iedereen opnieuw huiswaarts om zoals Susan George had opgeroepen "meer dan ooit aan de slag te gaan, want de taak die ons wacht is groot en de strijd zal zwaar zijn, zowel de strijd tegen de oorlog als het gevecht tegen de verdere vermarkting van de wereld door bvb. de GATS".

Volgens mij is het vooral historisch dat een sociale beweging nog nooit zo divers en pluralistisch is geweest en bovenal nog nooit zo mondiaal georganiseerd, ook dank zij de nieuwe technologie en communicatiemedia waardoor de beweging ook “een netwerk van netwerken” werd. De bedoeling van deze slotmeeting was vooral - om temidden van alle noodzakelijke diversiteit - de mobilisaties en agenda’s op elkaar af te stemmen om op die manier tot echt Europese en mondiale mobilisaties te kunnen komen.

De spits werd afgebeten door twee dames, zeer verschillend van leeftijd, de ene Italiaans, de andere Argentijns: de ene was de nog jonge moeder van Carlo Giuliani, de activist die in Genua in juli 2001 werd doodgeschoten door de politie, de andere een oude vrouw en afgevaardigde van de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo in Buenos Aires. Beiden brachten ze een verhaal van strijd en hoop: beiden hadden ze hun zoon (of andere familieleden in het geval van de Dwaze Moeders) verloren die streden voor een betere wereld. Beiden probeerden ze uit dit eerste Europees Sociaal Forum en uit de grote manifestatie van solidariteit moed te putten om de strijd verder te zetten tot er een dag komt waarop democratie, mensenrechten en rechtvaardigheid zouden zegevieren.

Ook toen staken reeds de eerste sektarische tendensen de kop op maar kregen weinig of geen vat op de beweging door de complexiteit en de verscheidenheid ervan. Alhoewel de neo-stalinistische en neo-leninistische zelfbenoemde voorhoedes bleven dromen de beweging te kunnen domineren, controleren of om te smeden tot een politieke voorhoedepartij, sloegen al deze pogingen te pletter op één van de grote krachten van de beweging: de complexe diversiteit, de honderden deelstrijden, de culturele autonomie.

Wanneer deze groepen erin zouden slagen de beweging te veroveren was de kans meer dan groot dat zij met hun oudbakken concepten en recepten de beweging zouden verstikken.
Want de andersglobalistische beweging was voor velen ook een laboratorium, niet alleen voor een andere manier van leven en omgaan met elkaar, maar ook voor een nieuwe politiek van betrokkenheid en solidariteit, de combinatie van leven, strijd en gelukkig zijn.

Zoals een Braziliaanse kameraad het verwoordde: “We mogen niet bang zijn om af en toe gelukkig te zijn”. Niet het volgen van de enige, ware, juiste politieke lijn, maar het verbinden van verschillende lijnen was de grote opdracht waarvoor de beweging zich geplaatst zag. En inderdaad daardoor heeft de beweging tot vandaag haar eigenheid bewaard, maar door geen politieke prioriteiten te kunnen stellen heeft het haar op fundamentele ogenblikken aan de noodzakelijke kracht om veranderingen af te dwingen ontbroken.

De andersglobalistische beweging moest herdacht worden als een nieuwe menselijke emancipatiebeweging op lange termijn. Ze moest inderdaad zowel de fundamentele verworvenheden van de arbeidersgeschiedenis, van de verovering van de democratische rechten en vrijheden, van het verzet van volkeren tegen koloniale en imperialistische overheersing in het Zuiden en de nieuwe imperatieven die volgden uit de financialisering van de markten en de nieuwe ecologische agenda onder druk van de klimaatcrisis, integreren in een beweging van mondiale tegenstemmen.

De andersglobalistische beweging had mondiaal en Europees een historische fase bereikt, vooral na het succes van het Tweede World Social Forum in Porto Alegre, waar andersglobalisten, ngo’s en vakbondsafgevaardigden belangrijke stappen naar elkaar gezet hadden en deze pogingen om de verscheidenheid aan strijdthema’s (en strijdculturen) aan elkaar te linken consolideerden in Firenze tijdens het eerste Europees Sociaal Forum waar 59.000, vooral jonge mensen, mensen zich inschreven voor 340 ateliers, seminaries en workshops.

Een historische fase na de turbulente gebeurtenissen in 2001, de repressieve criminalisering van de beweging in Göteborg en Genua met als hoogtepunt de moord op onze Italiaanse kameraad Carlo Giuliani, de hallucinante aanslagen tegen de WTC torens op 11 september in New York, de daaropvolgende "amerikanisering" van het denken (wie niet met ons is is tegen ons), de dominantie van de neoconservatieve Bush-doctrine en het sluiten van de politieke rangen in de strijd tegen het internationale terrorisme, uiteindelijk uitmondend in het platbombarderen van Afganistan.

De apostels van de neoliberale globalisering grepen dit godsgeschenk aan om de beweging onderuit te halen. Antiglobalisme werd gelijkgesteld aan anti-amerikanisme en anti-amerikanisme met een vrijbrief voor terrorisme. Wie acties voerde tegen de almacht van transnationale corporaties was ook in staat om de WTC torens naar beneden te halen als symbolen van de vrije kapitaalstromen en de mondiale financiële markten. We werden in één mand geduwd met Osama Bin Laden als objectieve bondgenoten van fundamentalistische terreurnetwerken.Tegelijkertijd werden we de hoek geduwd van een “vrijheid-blijheid” generatie met een groot gebrek aan normen en waarden.

Het verwijt van Yves Simon, één van de kinderen van mei ’68 aan de huidige generaties luidde: “Wij hadden mooie idealen, al liepen ze allemaal stuk. Maar jullie zijn cynisch. Jullie hebben zelfs geen idealen”. “Dat is”, zo zegt hij, “de kwaal van het huidige fin de siècle: het verstoken zijn van hemel en hel, het niet meer kunnen hebben van dromen, het met de rug naar de toekomst staan en zich niet op het verleden kunnen beroepen’. Dat niet-meer-kunnen-hopen leidt tot verlies aan illusies, gevoelloosheid, cynisme, ’de aids van de droom’, die mensen hun weerstand doet verliezen.

Men kan natuurlijk de andersglobalistische beweging veel verwijten en er moet ook meer dan kritisch geanalyseerd worden, want teveel leiders, woordvoerders en organisaties uit de beweging zitten te diep in de euforie van het zichzelf ophemelen en sterker voordoen dan men is. Maar wat zeker de beweging niet kan verweten worden is cynisme, gebrek aan idealen, gebrek aan morele principes, gebrek aan ethisch handelen. Ik zou bijna zeggen, er overheerst een overdaad aan idealisme en morele principes. Het andersglobalisme is een sociale, morele mondiale reactie tegen het immorele neoliberalisme.

De andersglobalistische beweging is erin geslaagd om tijdens belangrijke momenten nieuwe allianties aan te gaan, o.a. met de vredesbeweging (vooral in de aanloop van de dreiging door de VS en UK met een oorlog tegen Irak begin 2003) en de syndicale beweging en heeft de strijd tegen het neoliberalisme verbonden met de strijd tegen de oorlog. Zoals Victor Agnoletto, voorzitter van het Genua Sociaal Forum, het ooit uitdrukte: “Iedereen is welkom in de beweging, er zijn slechts twee voorwaarden: je bent tegen het neoliberalisme en tegen de oorlog, want het neoliberalisme en de oorlog (de militarisering van het economisch liberalisme) zijn twee kanten van dezelfde munt of anders gezegd de oorlog is het andere gezicht van het neoliberalisme”.

De andersglobalistische beweging wilde een basisdemocratische en pluralistische beweging zijn, gekenmerkt door politieke en culturele diversiteit, een emancipatorische en educatieve sociale beweging gestoeld op morele principes zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit. De belangrijkste slogans werden: "onze wereld is niet te koop" en "een andere wereld is mogelijk". De eerste is een politiek signaal tegen de vermarkting en kolonisering van de samenleving, de tweede een schreeuw van hoop, optimisme, van mogelijkheden tot verandering. De andersglobalistische beweging, nu een beetje buitenspel gezet of misschien wel zelf in de “buitenspelval” van het weerbare systeem gelopen, heeft tien jaar voor Barack Obama “change” op de politieke agenda proberen zetten, zo radicaal mogelijk, van onderop.

Door het radicale karakter van het verzet - waarbij vergaderingen van de WTO en de G8 onmogelijk werden gemaakt - stortten de intussen zelf volledig gecommercialiseerde media zich op deze beweging. De massamedia hadden echter weinig of geen belangstelling voor onze concrete alternatieven maar vooral oog voor een aantal "gewelddadige fenomenen" (o.a. de mythische “Black Block’s”) en voor de "leiders" en “mediatieke woordvoerders” (Naomi Klein, Noreena Hertz).

Na enkele spectaculaire jaren en manifestaties waarbij de beweging in een mediatieke roes leefde, is intussen de grote mediabelangstelling sterk geluwd en zelfs grotendeels verdwenen. Zelf zijn we enkele jaren in die mediatieke valkuil getrapt: de massamedia wilden spektakel en wij boden ze dat spektakel. We probeerden intussen wel alternatieve media en onze eigen communicatiekanalen uit te bouwen maar toen de reguliere media ons lieten vallen, moesten we toch vaststellen dat we via onze eigen kanalen er moeilijk in slaagden sociale en culturele grenzen te doorbreken.

Alle strategieën hebben de politieke elites en de economische machthebbers tot nog toe gevolgd om ons te minimaliseren: óf ze probeerden de beweging voor hun karretje te spannen, óf ze probeerden de politieke boodschappen te marginaliseren of ze probeerden activisten te criminaliseren. Ook in eigen land hebben zogenaamde “grote geesten” zoals Guy Verhofstadt en Louis Tobback, een ridicule karikatuur van de beweging proberen maken. Alles is ons intussen naar het hoofd geslingerd: we zouden nostalgisch zijn, nihilistisch, schijnrevolutionairen, verwende middenklassekinderen, domkoppen, nietsnutten, romantische dromers, wereldvreemde smurfen, gewetenloze geweldenaars. We werden zelfs politieke hooligans en terroristen genoemd.

Intussen wilde de beweging serieus genomen worden: we hadden alternatieven ontwikkeld en we wilden die alternatieven op de politieke agenda schuiven van WTO, GATS, G8, IMF, Wereldbank, Europese Unie. Die ommezwaai is o.a. gebeurd tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie in 2001 waarbij wij bewezen geweldloze grote manifestaties te kunnen organiseren en waarbij wij het vooral over de inhoud van onze kritiek wilden hebben.

Zo kreeg ook het Sociaal Forum van België vorm, een “open ontmoetingsruimte van organisaties en bewegingen van de burgersamenleving die zich verzetten tegen het neoliberalisme, tegen de dominantie van het kapitaal en elke vorm van imperialisme”. Bijna 170 organisaties werden lid van het Forum dat inderdaad een aantal grote betogingen (tegen GATS, tegen de Bolkesteinrichtlijn, voor een sociaal Europa) en een aantal interessante discussiedagen heeft georganiseerd, maar bijna nooit heeft kunnen wegen op de politieke agenda. Eventjes is er een historische doorbraak geweest op 1 juli 2004 toen na jaren strijd de wet op de Tobintaks gestemd werd in het Belgische parlement. Sinds die dag heeft geen enkel land in Europa dit voorbeeld gevolgd alhoewel er jaren tijd is voorbijgegaan aan Europees lobbywerk op alle mogelijke niveaus.

We moeten inderdaad eerst en vooral durven vaststellen dat op veel strijdterreinen de steun van de oudste sociale beweging ter wereld, namelijk de syndicale beweging, onontbeerlijk geweest is en dat de luttele successen die geboekt zijn in de voorbije jaren (zoals afbouw van de Bolkesteinrichtlijn, vertragen van liberalisering van publieke diensten) mogelijk gemaakt zijn door de strijdbaarheid van die syndicale beweging. In landen waar de syndicale beweging veel zwakker staat dan bij ons, of in landen waar de verhoudingen tussen de vakbonden en de “traditionele” andersglobalisten veel moeilijker verloopt, is het pad nog grilliger.

Ten tweede moeten we durven stellen (en waarschijnlijk gaan beide auteurs van dit boek hier niet helemaal mee akkoord) dat we nauwelijks of niet hebben gewogen op de mondiale sociale, economische, ecologische en politieke agenda’s. Natuurlijk hebben we af en toe eens flink een samenkomst van de WTO of G8 kunnen verstoren (alhoewel ook steeds minder omdat ze zelf geleerd hebben uit de voorbije ervaringen en de samenkomsten steeds meer organiseren op bijna onbereikbare plekken) maar hun agenda van neoliberale globalisering en dominantie van de financiële markten hebben ze steeds verder ontwikkeld. Tegen alle vormen van protest en verzet in, hebben de politieke elites gekozen voor “business as usual”.
Intussen werd het duidelijk dat tegen 2006 de beweging in een neergaande fase zat.

Wallerstein zegt: “Volgens mij kan de hedendaagse wereldsituatie als volgt samengevat worden: (1) Na een 500-jarig bestaan, verkeert het wereldkapitalisme, voor het eerst, in een ware systemische crisis en bevinden we ons momenteel in een overgangsfase. (2) De afloop is intrinsiek onzeker, hoewel er, eveneens voor de eerste keer in die 500 jaar, een reëel perspectief is op fundamentele wijzigingen, die eventueel progressief zouden kunnen zijn, ook al bestaat er daar geen enkele zekerheid over. (3) Het hoofdprobleem voor de mondiale linkerzijde bestaat erin dat haar klassieke strategie voor de transformatie van de wereld (ontwikkeld tijdens de 19e eeuw) thans, op dit scharniermoment in de geschiedenis, aan diggelen is geslagen. De linkerzijde wordt dan ook met een enorme onzekerheid en zwakte geconfronteerd. Kortom, zij verkeert in een algemene sfeer van een lichte depressie.

De beweging had alternatieven bij de vleet, maar kreeg geen greep op de politieke besluitvorming, kreeg weinig of geen politieke invloed. Sommigen zullen dit een pessimistische vaststelling noemen, maar het is volgens mij de realiteit.
Is de beweging daarom mislukt? Aan het einde van haar krachten? Neen, natuurlijk niet.
Eerst en vooral, los van het gebrek aan grote belangstelling van de massamedia, is de beweging er na tien jaar nog altijd. Sommigen spreken zelfs van het einde van de neergaande fase en verklaren onomwonden “de renaissance van het andersglobalisme”.

Dit is gesteund op de massale aanwezigheid (140.000 deelnemers) tijdens het voorbije Wereld Sociaal Forum in Bélem, Brazilië. In Vlaanderen kan ongeveer niemand dit weten want de belangstelling zelfs van de “kwaliteitskranten” is ongeveer geslonken tot nihil.

De politieke discussie is zeker niet dood, is integendeel springlevend in de sociale fora. De doorbraak van linkse regeringen en het aan de macht komen van linkse en centrumlinkse presidenten in Latijns-Amerika heeft ook geschud aan de verhoudingen binnen de beweging. Het zou natuurlijk erg zijn mocht de mondiale beweging voor sociale rechtvaardigheid, in het jaar waarin de grootste en diepste financiële crisis sinds 1929 mondiaal doorbrak en het neoliberalisme (alleszins ideologisch) aan het wankelen ging, geen opgaande fase kennen. Inderdaad, geconfronteerd met een systemische crisis, waarbij een ecologische – en voedselcrisis, werden gevolgd door een financiële en economische crisis, haalde de beweging al haar alternatieven boven.

Toch werd de beweging niet alleen geconfronteerd met deze crisissen, maar ook met veranderingen in het kapitalisme zelf. Terwijl de kloof tussen arm en rijk, tussen de concentratie van rijkdom enerzijds en de brutale dumping van honderden miljoenen mensen anderzijds, steeds breder werd, brachten twee decennia van neoliberale globalisering veranderingen teweeg in de wereldorde.

De opkomende markten, zoals China, India, Brazilië en Rusland willen niet alleen hun nieuwverworven economische status uitspelen, maar ook wegen op de mondiale politieke besluitvorming. Ineens werd de beweging geconfronteerd met verschuivende machtsverhoudingen. Concreet ontstond er naast de aloude G8, de club van de acht rijkste landen ter wereld, ineens de G20. Hoe moest men actie voeren tegen de G20? Kon dat op dezelfde radicale wijze als tegen de G8?

Op hetzelfde tijdstip verdween na acht jaar George W. Bush en zijn neoconservatieve republikeinse kliek in de coulissen. Het werd het jaar van Barack Obama en van “change” en “hoop”. Onder andere een jonge Amerikaanse generatie en veel zwarten hadden gekozen voor “verandering”. Kon men Obama, die inderdaad direct een aantal veranderingen aankondigde (zoals de sluiting van de Guantanamo-gevangenis en maatregelen tegen de klimaatopwarming) op dezelfde manier tegemoet treden als zijn voorganger? Uiteindelijk koos een grote groep binnen de beweging voor een mobilisatie tegen de G20 onder de oproep: “Wij zullen niet opdraaien voor hun crisis. Voor anti-imperialistische, antikapitalistische, antiracistische, feministische, ecologistische en socialistische alternatieven”. Voor een werkelijke renaissance bleef de massamobilisatie tegen de G20 in Londen beneden alle verwachtingen.

Er waren nog mobilisaties in Latijns-Amerika, Spanje, Duitsland, Frankrijk, Brussel, maar ik vind geen enkele reden tot euforie. De beweging voor mondiale rechtvaardigheid heeft een momentum in de geschiedenis, namelijk een systemische crisis waarbij zelfs de beheerders van het kapitalisme hun vertrouwen in één van de dogma’s van het neoliberalisme zoals deregulering opzegden, niet kunnen aangrijpen om massaal en gezamenlijk te mobiliseren, laat staan te wegen op de politieke agenda van de G20, laat staan het tij fundamenteel te keren en het neoliberalisme een nekslag toe te dienen.

Na tien jaar andersglobalisme, en vooral veel symbolische acties en protesten en manifestaties met daarbovenop het slopende en niet-transparante lobbywerk, woedt de strijd in onze steden harder dan ooit. In de straten van onze steden kunnen we linken leggen tussen de sociale, ecologische en economische gevolgen van de neoliberale globalisering en lokale actievormen, actiegroepen en actiethema’s. En laten we heel duidelijk zijn, dit is mooi op papier maar in de dagdagelijkse praktijk zeer, zeer moeilijk.

Hier kunnen lokale sociale fora een verbindende, opbouwende rol spelen. In de straten van onze steden wonen en overleven de uitgeslotenen, de overtolligen, mensen zonder papieren, mensen zonder stem, de wegwerpproducten van de globale competitieve arbeidsmarkt, de kanslozen, de machtelozen, kinderen van de wind en vernederden.

Het is de grote zwakte van onze huidige beweging: de scheiding tussen de in meerderheid blanke middenklasse-activisten en de eerste slachtoffers van de neoliberale globalisering die zich in ons midden bevinden, in de socio-culturele getto’s van onze steden.

We zullen in de beweging twee grote gaten moeten dichten: het groeiende gat tussen de militante andersglobalist, de nieuwe wereldreiziger, de niet te stuiten kosmopoliet en een veel grotere groep van andersglobalisten die niet over de centen of over de tijd beschikken om overal ter wereld de confrontatie met de vertegenwoordigers van de macht aan te gaan.

Ten tweede de immense kloof tussen de andersglobalistische beweging en een groeiende groep van gedumpten. Indien we deze kloven niet kunnen dichten, tussen de globalen en de lokalen en tussen de andersglobalisten en de grootste slachtoffers van de globalisering mogen we onze arrogante euforie laten varen. Deze strijd zal in de straten van onze steden worden gestreden. Als het Belgisch Sociaal Forum een taak heeft dan is het boven alles deze taak.

Ludieke acties zijn misschien leuk voor de media, de dialoog met de uitgerangeerden is van levensbelang voor de democratische ontwikkeling van de beweging. De bewegingen die een stem verlenen aan de mensen zonder papieren, inderdaad “de mondiale uitzendkrachten”, zijn één van de belangrijkste speerpunten van de andersglobalistische beweging, want zij ondersteunen de strijd om erkenning van de mondiale slachtoffers van het neoliberalisme en de ontwortelende deregulering.

Het immorele graaien heeft klappen gekregen de voorbije maanden maar toch probeert het financiële systeem zich zonder veel kleerscheuren en structurele ingrepen te herstellen om over te gaan tot “business as usual”. De regulering van de financiële markten is vooral een kreet gebleken, een make-up operatie. Terwijl het stof van de bancaire crisis gaat liggen en de verwoestende sociale gevolgen van de economische crisis gevoeld worden door miljoenen werknemers, migranten en werklozen recht het systeem zijn rug.

De dictatuur van het entertainment en de verstikkende onverschilligheid van een groot deel van de middenklassen (zowel in het Westen als in het Zuiden en Oosten) zitten samen aan de feestdis en overwoekeren de sluimerende revolte van de machtelozen. Rechts staat klaar in Europa om – soms desnoods met steun van de sociaal-democratie als het niet anders kan – het neoliberale programma uit te voeren: de verzorgingsstaat afbouwen, de sterke staat uitbreiden, zoveel mogelijk arbeid precariseren, de kracht van de vakbonden breken, de macht van het financiële kapitaal vestigen.

Ook de andersglobalistische bewegingen zullen meer dan ooit moeten keuzes maken. Kiezen in welk kamp we willen staan. Aan wiens kant we gaan staan. Om even Jan Marijnissen (ex-voorzitter Nederlandse SP, Socialistische Partij) te citeren: “Het marktfundamentalisme en het monetarisme ondersteund door een doorgedreven concurrentiedwang en consumptieterreur hebben de ‘fundamenten van de beschaving aangetast’. Mensen, neem je verantwoordelijkheid en dóe iets. Hou de samenleving bij elkaar.

Dat is de betekenis van de strijd voor de mensenrechten, voor de sociale rechten, van alle werkers zonder papieren. Zij zeggen allemaal: “Mensen neem je verantwoordelijkheid, doe iets. Kijk de andere kant niet uit.” De andersglobalistische strijd moet proberen de samenleving bij elkaar te houden. Proberen het weefsel van de beschaving te herstellen dat ondermijnd wordt door het sloopwerk van de markt.

Sommigen zijn zeer pessimistisch. Zoals de Nederlandse sociaaldemocratische oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking en speciale VN gezant Jan Pronk. Volgens hem gaat “de globalisering over lijken”. De tegenstelling tussen arm en rijk wordt groter, het aantal armen neemt toe ondanks de plechtige belofte van de wereldleiders het armoedeprobleem voor 2015 te halveren. En dat gebeurt volgens de oud-minister allemaal ‘willens en wetens’. Dat willens en wetens slaat volgens hem op een wereldwijde middenklasse, die het proces van de globalisering stuurt en die niet anders kan dan de armen als een baksteen te laten vallen.

Als zij dat niet zouden doen, zouden zij zelf niet kunnen profiteren. Hulp – dat wil zeggen maatschappelijke bijstand, maar ook internationale ontwikkelingshulp – helpt onvoldoende. De noden zijn te omvangrijk en de kosten te hoog. Het alternatief, systeemverandering, is strijdig met de belangen van degenen die de economische vooruitgang sturen en ervan profiteren.

De middenklassen wensen volgens Pronk de ellende niet te zien. Men kijkt weg, of er langs heen. Voor hen tellen deze mensen niet. Zo gaat het er in alle eilanden van rijkdom aan toe. Jan Pronk: “Welbeschouwd bestaat de wereld uit eilanden van rijkdom, die dankzij de moderne communicatiemiddelen, dankzij de globalisering, hecht met elkaar verbonden zijn. Met elkaar genereren ze een onvoorstelbare welvaart. Maar die is voor elkaar bestemd, niet voor de onderklasse. Hoe anders valt het te verklaren dat er voor 2,4 miljard mensen geen behoorlijke plaats is om te kakken? En de plechtige beloften van de wereldleiders kunnen we vergeten. Dat zijn maar woorden. Papier. Als het de wereldleiders echt menens is, dan zou men de schulden van arme landen kwijtschelden en radicaal een streep halen door alle landbouwsubsidies. Om met de Zuid- Afrikaanse ex-president Mbeki te spreken: globalisering is apartheid.”

En inderdaad na tien jaar verzet, protest en strijd, heeft de andersglobalistische beweging geen reden tot euforie. We zijn er nog, we liggen niet op apegapen, zijn niet ontmanteld. Maar we zijn te traag. Ontberen een minimale vorm van “discipline” en durven geen “prioriteiten” in de strijd te stellen. Daardoor rent iedereen door elkaar heen en ontbreekt het op historische momenten zoals met de huidige financiële en in het kielzog economische crisis (gevoegd bij een ecologische en voedselcrisis) aan politieke collectieve speerpunten. Indien we een andere wereld willen voor de meerderheid van de mensen, zullen we niet alleen de macht en de “politiek” moeten veranderen, maar ook een politieke tegenmacht moeten ontwikkelen. Dat kunnen we tenminste reeds leren uit de Latijns-Amerikaanse ervaringen van de voorbije jaren. Het Zapatisme is mooi en poëtisch, maar zonder macht dwing je geen veranderingen af.

Gebroken vitrines zijn geen noodzaak en leveren weinig of niets op bij het opbouwen van een tegenmacht. Toch zullen er nog veel vitrines sneuvelen en gebroken worden wanneer mensen opkomen voor hun sociale rechten. Voor de rechten waar ze als mensen recht op hebben. Een onbekend iemand schreef op een verlaten muur in Bogota: “Laten we het pessimisme voor betere tijden bewaren.

Of zoals Ramses Shaffy het zong: “We zullen doorgaan. Met de wankelende zekerheid om door te gaan. In een mateloze tijd. We zullen doorgaan. Tot we samen zijn.


Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.