Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 2009    Kamercommissie grote fiscale fraude  
| thema: fiscaliteit  |
 

Kamercommissie grote fiscale fraude

Bloemen en lof… maar hoe nu verder ?

> Koen Meesters - gepubliceerd op 8 december 2009

In de wirwar van kamercommissies viel het de laatste tijd haast niet op. De financiële crisis was zelf meer op het voorplan. Maar ongeveer tegelijkertijd met de onderzoekscommissie over de bankencrisis werkte in de schaduw daarvan nog een andere een rapport af. Op 7 mei 2009 leverde de onderzoekscommissie over de grote fiscale fraudedossiers (“de commissie over de fiscale fraude”) haar eindrapport af. En dat is - soms bitter, soms hoopvol - een mooi stuk werk geworden.

Misschien is de door de bankencommissie geworpen schaduw wel een zegen geweest. De puntjes werden duidelijk eens op de i’s gezet. Bijvoorbeeld, de inleiding in dergelijke verslagen is - toegegeven - meestal iets om snel over te slaan. Hier is dat echter niet het geval. Hier wordt immers duidelijk het belang aangegeven van de hele discussie. Fiscale fraude is geen dode materie. Het is heel eenvoudig: iedere euro die ontdoken wordt, vertaalt zich in een hogere belastingdruk voor de anderen. Het is asociaal gedrag, waarvan de ontduiker de rekening ook gepresenteerd krijgt, zelfs zonder dat hij betrapt wordt. Op het ogenblik dat iemand meer ontduikt dan een ander heeft die al redenen om zich bekocht te voelen. Toch gaat men in het inleidend enthousiasme wel redelijk ver.

Men citeert de beroemde maar ook een beetje bijzondere professor Schneider om de zwarte economie te schatten. Hij schuift een percentage zwarte economie naar voren van ongeveer 21,5%. Nu zijn schattingen van fraude altijd al een beetje nattevingerwerk geweest, maar professor Schneider schat dus de zwarte economie, en daaruit volgt dan een schatting van de fraude op basis van ondermeer de belastingdruk. M.a.w., hoge belastingdruk geeft hoge fraude. De cijfers uit de studie zijn dan direct geduid, maar daarom niet geheel waar. Volgens die schatting zou ongeveer 30 miljard euro per jaar ontdoken worden. De meeste schattingen liggen wel in die lijn, zij het meestal een beetje lager. Zelfs dan blijft het bedrag enorm. En al bij al, men beklemtoont duidelijk wat zeer belangrijk is: frauderen is volstrekt asociaal gedrag.

Hoe maak je een dergelijke evaluatie? ‘Vanuit eigen ervaring’ leek de beste weg. En vermits ervaring de optelsom is van alle fouten, werden belangrijke fout gelopen dossiers opnieuw van onder het stof gehaald. Het verslag accentueert drie geruchtmakende zaken. Het eerste geval is het bekendste: het dossier-Beaulieu. Dit werd zo lang getrokken in tijd dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens besliste dat de redelijke termijn om te vervolgen overschreden werd, en dat de daders dus niet meer vervolgd mochten worden.

"
Onlangs poneerde minister Reynders op een symposium van de investeringsbank Puilaetco dat het bankgeheim niet zal verdwijnen, het zal eerder een light versie worden. Dat belooft voor de toekomst.

"

Vervolgens heeft men het over de FBB. De FBB oftewel de forfaitaire buitenlandse belasting was in principe niet verboden: het betekende eigenlijk dat men van de belasting in België een gedeelte kan aftrekken dat gebaseerd is op de belasting die men in het buitenland verschuldigd is. Hoeveel? Dat is niet vast bepaald, dat hangt af van de dubbelbelastingverdragen. Maar Belgische banken zetten begin jaren ’90 constructies op via Uruguay, Zuid-Korea en Italië om via deze techniek de belastbare basis in België fictief op nul te brengen. En dat is wél strafbaar.

Ten slotte richt men zich tot het dossier over de kasgeldvennootschappen. Dit betekent het vermogen van bloeiende ondernemingen leeg halen via voorbereide constructies en overdrachten. Op ongeveer een jaar tijd (begonnen op 28 mei 2008) passeerde een hele rits experts de revue. Na een jaar leidt dit tot een eindverslag van ongeveer 272 pagina’s + bijlagen.

Niet in het minst is het een documentaire schat geworden voor alle mogelijke vergelijkingen en procedures in de buurlanden… tot verre buurlanden. U wil weten hoe het met het bankgeheim in Oekraïne is gesteld? Geen probleem, het staat er in.

Maar wat dan met de inhoud? Het verslag is zeer omvattend en vrij technisch. Misschien moet een veelheid aan teksten op deze manier samengevat worden.

Uitgangspunt: fraudebestrijding moet vóór rechtvaardige taxatie

Het is zonneklaar dat de fiscale fraude een verstoring van de markt teweegbrengt en de economie ontwricht. Het is dan ook nuttig om te verduidelijken dat fiscale fraude de concurrentiepositie en de koopkracht aantast van de Belgische ondernemingen en particulieren die zich wél nauwgezet houden aan de naleving van de fiscale verplichtingen. Maar daarenboven moet het ook duidelijk zijn dat we de lasten maar rechtvaardig kunnen verdelen en onze verzorgingsstaat maar kunnen handhaven als iedereen zijn steentje bijdraagt. Bovendien gaven de voorspellingen van de staatsinkomsten voor de eerste vijf maanden van dit jaar een verlies aan van 13,05%. Dit vertegenwoordigt ongeveer € 5 miljard minder inkomsten. Dat verlies moet ergens worden goedgemaakt, en nog het liefst bij de fraudeurs, waar zeker het potentieel voorhanden is.

Bestrijding van sociale en fiscale fraude moeten hand in hand gaan

Het verslag maakt eigenlijk een belangrijke link. Sociale fraude is niet alleen een zaak van uitkeringsfraude, zoals de liberalen steeds opnieuw lijken te poneren. Ook mensen die te weinig inkomen aangeven zijn fraudeurs. Niet alleen voor de ontdoken belastingen. Ook voor de sociale voordelen (bv. studiebeurzen) die ze onterecht optrekken of RSZ-bijdragen die ze niet betalen.

Uit de talrijke ondervragingen in de onderzoekscommissie blijkt een gebrekkige samenwerking en informatie-uitwisseling tussen fiscus en parket, tussen fiscus en RSZ. Bovendien wacht men in heel wat gevallen veel te lang om effectief strafklacht neer te leggen bij het parket. Coördinatie is nodig. Verspreiding van een onderzoek over verschillende administraties blijkt contraproductief te werken.

Vereenvoudiging van fiscale wetgeving

De nodige middelen voor een doeltreffende fraudebestrijding zullen pas beschikbaar zijn als men ook werk maakt van een vereenvoudiging van de fiscale procedurewetgeving.

Terecht geeft men aan dat bijvoorbeeld uiteenlopende verjaringsregels vervolging bemoeilijken, niet vergemakkelijken. Het is cruciaal dat hier de eenvoudigste maatregelen éérst worden genomen: als men de procedure harmoniseert en vereenvoudigt, spreekt het voor zich dat het moeilijker is om procedurefouten te maken en ontsnappingsroutes op te zetten. Een heerlijk eenvoudige, maar doeltreffende aanbeveling. Maar men moet natuurlijk wel garanderen dat de termijnen lang genoeg blijven, teneinde de fiscus en de belastingplichtige de ruimte te geven om hun rechten te kunnen doen gelden.

Alle fiscale fraudedossiers moeten op een duidelijke en rechtvaardige wijze worden behandeld. Of dit gebeurt na administratieve of gerechtelijke procedure, dan wel door het sluiten van een minnelijke schikking, maakt zeker uit, maar kan worden ingedeeld op basis van het belang van de overtreding.

Men lanceert hier opnieuw het una via-principe. Of het nu burgerlijk of strafrechtelijk is: laat de bestraffing in één keer gebeuren en laat de procedures elkaar niet verlammen. Procedureel zit daar ook wat in, maar het mag wel nooit zover leiden dat de straffen afzonderlijk blijven en dat de fraudeur dus steeds gemakkelijker wegkomt. Aan de ernst van de straffen is ook het gewicht af te wegen dat een samenleving aan dat probleem geeft. Daarenboven zei een controleur me dat het huidige de facto gedoogbeleid een verdere verschrompeling veroorzaakt van de effectiviteit van controles. Volgens het rapport heeft de man gelijk.

Men geeft de minister van Justitie trouwens ook een injunctierecht. Net zoals in, bijvoorbeeld, strafzaken mag hij aan het parket vragen om gevallen van mogelijke fraude te onderzoeken. Dit moet ook helpen actiever fraudeurs op te sporen.

Informatie-uitwisseling binnen FOD Financiën en met andere overheidsinstanties

Gewoon informatie uitwisselen van mogelijke fraudeurs is op dit moment al problematisch. De onderzoeksbevoegdheden van de verschillende fiscale administraties moeten op elkaar worden afgestemd en gemoderniseerd, geeft men aan. Daarnaast moeten de data-bases van verschillende diensten (administratie, politionele onderzoekers, parket…) gekoppeld worden om de aanbevelingen praktisch uit te voeren.

"
Het is bitter dat men een actiepunt wil maken van dingen die vijf jaar geleden al in orde hadden moeten zijn. Men wil nu een basis creëren voor datamining, en een basis voor het uniek dossier, dat al een paradepaardje was van de strategische nota Jamar in 2003.

"

Het stemt bitter dat men een actiepunt wil maken van zaken die vijf jaar geleden al in orde hadden moeten zijn. Men wil nu een basis creëren voor datamining, en een basis voor het ‘uniek dossier’, dat al een paradepaardje was in de strategische nota-Jamar in 2003. Maximaal gebruik van de elektronische gegevensuitwisseling binnen de overheid, stond indertijd al hoog ingeschreven in het regeerakkoord. Men wil nu de actiepunten en nummering van de dossiers gelijktrekken. Je kunt je afvragen of deze beloften tóen méér waren dan louter woorden. Voor alle duidelijkheid: we kunnen hier niet boos om zijn, maar wel bitter: dit is een indicatie van de huidige stand van fraudebestrijding. Versterking van de parketten

Om de werking van de parketten te verbeteren, dient zeker iets gedaan aan het personeelsprobleem.

  • De nodige opleiding voor de betrokken ambtenaren voorzien om steeds met de laatste technieken mee te zijn, en er adequaat op te kunnen reageren.
  • Loopbaanmogelijkheden voorzien voor gedetacheerde fiscale ambtenaren bij de parketten. Men moet deze mensen perspectief bieden op een carrière, zodat ze in die rol ook kunnen groeien.
  • Voldoende juristen en referendarissen voorzien die het parket en de onderzoeksrechters zullen bijstaan.
Daarnaast moet je een fiscaal parket uitbouwen. De oprichting van een fiscaal auditoraat, enkel bevoegd voor vervolging van fiscale en financiële fraude zou zo de specialisten kunnen groeperen. Op die manier raken complexe fiscale dossiers niet ondergesneeuwd door andere dossiers. Als de fiscus een fraudedossier vaststelt, moet hij dit in de toekomst dadelijk melden aan het fiscaal auditoraat, dat zal beslissen of het hetzij volgens de administratieve hetzij volgens de strafrechtelijke weg afgehandeld wordt. Ook moet de fiscus zélf die weg bewandelen.

Het zelfde geldt voor onderzoeksrechters. Ook zij moeten zich meer kunnen specialiseren in de ingewikkelde fiscale en financiële materie.

Aanpassing van “Wet-Franchimont” en Charter van de belastingplichtige

De onderzoekscommissie kwam tot de vaststelling dat in alle onderzochte dossiers door de advocaten van fraudeurs regelmatig gebruik werd gemaakt van de mogelijkheden, geboden door de Wet-Franchimont, om de procedures te bemoeilijken en te rekken. Genoemde wet is eigenlijk een wet die de belangen van de verdachte en de slachtoffers in strafzaken beschermt door hen eerlijke procedures te garanderen, en, bijgevolg, een eerlijk proces. Maar de moeilijkheidsgraad van fiscale fraudedossiers biedt sommige advocaten de mogelijkheid technieken te gebruiken om de strafzaken jaren te rekken. Het Charter van de belastingplichtige beperkt de samenwerking tussen fiscus en parket heel erg, wat in de vervolging van fraude soms onbedoelde hindernissen veroorzaakt.

De Wet-Franchimont moet - mede in het licht van deze problematiek - opnieuw geëvalueerd worden, zonder echter dat voor fiscale misdrijven een apart ‘regime’ of een uitsluiting van de wet kan worden opgelegd. De wet is zinnig, maar net zoals voor het Charter van de belastingplichtige indertijd wordt aangegeven dat ze, door de grote trukendoos van sommige fraudeurs, een rechtvaardige vervolging in de weg kan staan. Evaluatie is dus zeker nodig.

Daarom zal men ook het Charter van de belastingplichtige (uit 1984!) tegen het licht moeten houden vanuit het oogmerk: hoe een juist evenwicht vinden tussen rechten en plichten, tussen bescherming van het privéleven en een vermoeden van fraude, en daarnaast zien hoe de samenwerking tussen gerecht en fiscus kan verbeteren.

Goede werking van FOD Financiën

Men wil investeren in de vorming en uitrusting van de ambtenaren die de fraude te lijf gaan. Op zich zeker een goede zaak. Gelukkig erkent men de ongelijke strijd die de stroper tegen de boswachter voert.

Maar wie controleert de controleur? Met dat voor ogen wil men een Comité F oprichten. Een comité zoals dat, bijvoorbeeld, ook voor de politie al bestaat (Comité P). Via dit orgaan zou het parlement de werkzaamheden voortdurend kunnen opvolgen. De controle op de werking van de fiscale administratie, minstens in het kader van de opsporing en vervolging van fiscale fraude, liet in het verleden te wensen over. Een extra permanent controleorgaan oprichten is zeker iets om kritisch te volgen. Het mag namelijk niet de bedoeling zijn een orgaan in het leven te roepen dat de controleurs voortdurend op de vingers kijkt, of dat een beleidslijn gaat uitzetten los van de bevoegdheden van de minister van Financiën. Wel mag het een orgaan zijn dat de structurele problemen van de fraudevervolging verder opvolgt. Dat is méér dan welkom. Het zal even afwachten worden om te zien hoe dit comité zijn taken zal invullen.

Daarnaast wijst het verslag ook duidelijk op de verantwoordelijkheden van de stroper. M.a.w., grote transacties doe je zelden alleen: er is een heel net van raadgevers bij betrokken (notarissen, fiscalisten…). Zij moeten natuurlijk hun kennis gebruiken binnen de wet. Meewerken aan fraudebestrijding is voor hen een zeer zwaar misdrijf. Als ze meewerken aan het opzetten van fiscale fraudeconstructies moeten ze zwaar worden gestraft, wat ook de manier van vervolging is.

Het bankgeheim

Niet verrassend: de fraudecommissie constateert dat het bankgeheim een obstakel is voor een efficiënte strijd tegen de fiscale fraude.

Daarom ligt het voor de hand dat we de reglementering in België aanpassen en de administratie toestaan de banken te bevragen als men aanwijzingen heeft van fraude. Voor het ACV is dit altijd een strijdpunt geweest. Maar nu heeft de kamercommissie dit onderschreven. Gezien de Europese verplichtingen (spaarrichtlijn) en de aanhoudende druk van sommige rechtbanken moest men vroeg of laat hieraan toegeven. Maar minister van Financiën, Reynders, geeft zich nog steeds niet gewonnen. Onlangs poneerde hij op een symposium van de investeringsbank Puilaetco dat het bankgeheim niet zal verdwijnen, het zal veeleer een light versie worden. Dat belooft voor de toekomst: minister Reynders’ droom van het fiscale paradijs België wordt niet zonder slag of stoot opgegeven.

Ook op een ander heikel punt heeft de onderzoekscommissie geprobeerd nagels met koppen te slaan. Dat de fraudeur te vaak ontkomt, is na lezing van dit rapport - en zeker van het verslag over de concrete grote fraudezaken - geen understatement. Daarom dringt de commissie aan op een mogelijke gelijkvormige regeling van alle schulden op een minnelijke manier door de administratie. In de volksmond: je moet er een akkoord over kunnen sluiten. Is dit goed? Principieel moet je zeggen: neen. Het is moeilijk verteerbaar dat de staatsecretaris voor de coördinatie van de fiscale fraude hier onmiddellijk een actiepunt van maakt. Heeft hij dan helemaal ongelijk? Dat nu ook weer niet. Het is te verantwoorden dat men akkoorden sluit met de fraudeurs waarbij men alles, inclusief boetes, terugbetaalt. Maar niet voor alles. En zeker niet het initiatiefrecht en beslissingsrecht voor vervolging afkoopbaar maken door de fraudeur. De parallellen zijn dan effectief te trekken met het cijnskiesstelsel of, beter nog, met de loteling. De arme moet zijn burgerplicht (in dit geval de dienstplicht, maar ook belasting betalen is er één) vervullen. Als je geld genoeg hebt, kun je die burgerdienst naast je neer leggen. Maar alles geeft aan dat het de commissie menens is een evenwichtig systeem uit te werken. Als een dergelijk systeem wordt opgebouwd, wil men ook alle huidige manieren om belastingen te ‘regelen’ uitsluiten. Mooiste voorbeeld is het genaderecht. Misschien weinig bekend, maar het bestaat nog altijd: men kan zich rechtstreeks tot de minister van Financiën wenden om vrijstelling te vragen van administratieve boetes van de belastingen. Men wil dit niet volledig afschaffen, maar wel minstens overdragen naar een administratief orgaan. Op zijn minst moet dat het voordeel in zich dragen van een onpartijdige beoordeling van de aanvraag.

Maar men kiest daar nog niet in, of te weinig: de ruling komt ook nog eens om de hoek kijken. De rulingcommissie werd enige jaren geleden opnieuw opgericht en moest dienen om belastingplichtigen met een ingewikkelde financiële situatie een spoor van rechtszekerheid te geven. Je kunt je situatie aan de fiscus voorleggen om te proberen een akkoord te vinden over hoe je concreet moet worden belast. Maar dat is redelijk ontspoord: het kader daarvan is niet goed geregeld, en de commissie moest vaak - zonder veel eigen bevoegdheden - dienen om constructies op het randje van het wettelijke te legaliseren. Nu heeft men gezegd dat er een duidelijk kader moet komen. Jammer dat men niet verder ging. Blijkbaar dient deze commissie niet waar ze moet voor dienen. Hopelijk maakt men gebruik van het opstellen van een juridisch kader om haar rol te beperken tot waarvoor ze wél moet dienen. Maar laten we duidelijk zijn: hoe beter men, bijvoorbeeld, de wetgeving harmoniseert en verduidelijkt, hoe minder dat dergelijke commissies nog nodig of nuttig zijn. In ieder geval lijkt het een positief punt dat men alvast hier het Rekenhof de bevoegdheid wil geven om toezicht te houden op gesloten akkoorden.

Internationaal

Alles hangt vast aan alles: als je je verplichtingen wil voldoen en wil meewerken aan fiscale openheid, dan moet je je plicht vervullen. Die zegt dat België in relatie met andere landen zoveel mogelijk gegevens moet uitwisselen. Dat is ook hoog tijd. Als ons land nog veel langer was gaan dwarsliggen, had de OESO België effectief kunnen bestempelen als belastingparadijs. Onlangs werd dit maar op het nippertje vermeden. Maar als je je meer en meer bindt om aan gegevensuitwisseling te doen, dan moet je het erbij nemen dat de strijd tegen belastingparadijzen dient verder gezet. Gelukkig blijft men ook daarin consequent. Er komt een task force binnen de FOD Financiën die zich ermee gaat bezig houden, en er komen meerdere maatregelen die willen versterken dat bedragen die uit tax havens komen tóch belastbaar zijn in België . Besluit

Dit verslag heeft grote waarde. Maar hoe zal al dit moois in de praktijk worden omgezet?

De commissie meent het alvast ernstig: men vraagt een regelmatig verslag van de regering over de opvolging van deze aanbevelingen en een permanente werkgroep om deze aanbevelingen in tekst om te zetten. Bovendien heeft ongeveer iedere democratische partij dit onderschreven, wat toch een sterk signaal is.

De toekomst zal uitwijzen of de windstilte en de bankencrisis tot een mooi rapport (maar dode letter) hebben geleid of dat het de meerderheid echt ernst is met het gevecht tegen de demon ‘fiscale fraude’.


Koen Meesters is adviseur op de ACV-studiedienst.
Dit artikel verscheen eerder in De gids op maatschappelijk gebied, van juni 2009 en werd overgenomen met toelating van de redactie. Waarvoor onze dank.

Spip-redacteur:   francis
 
 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.