Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 01 - 03/2010    Hoe het joodse volk werd uitgevonden  
| thema: midden-oosten  |
 

Hoe het joodse volk werd uitgevonden

Over de zionistisch-nationalistische mythe van de gedwongen ballingschap

> Shlomo Sand - gepubliceerd op 28 maart 2010

De 12 stammen Zijn joden een volk? Een Israelische historicus – Shlomo Sand – komt met een nieuw antwoord op deze vraag. In tegenstelling tot wat altijd gedacht wordt, is de diaspora niet ontstaan uit de verbanning van de Hebreeërs uit Palestina, maar uit opeenvolgende bekeringsgolven in Noord-Afrika, Zuid-Europa en het Midden-Oosten. Daarmee wordt net een der pijlers van het zionistische gedachtegoed aan het wankelen gebracht, dat ervan uitgaat dat joden afstammelingen zouden zijn van het koninkrijk van David en niet – God behoede het! – de erfgenamen van Berberkrijgers of van Chazaarse ruiters.

Elke Israeli weet maar al te goed dat hij de directe en enige afstammeling is van het joodse volk, dat bestaat sinds het de Thora (1) heeft ontvangen in de Sinaï. Iedereen gelooft dat dit volk zich vanuit Egypte heeft gevestigd in Eretz Israel (het Land Israel), ‘het beloofde land’ waar het glorieuze koninkrijk van David en Salomon werd gesticht, dat later uiteen viel in de rijken van Juda en Israel. Zo weet iedereen ook dat het volk twee keer een ballingschap heeft doorgemaakt: na de verwoesting van de eerste tempel, in de 6e eeuw vóór Christus, en vervolgens na die van de tweede tempel, in het jaar 70 na Christus.

Er volgde een omzwerving van bijna 2000 jaar: de beproevingen van het volk brachten het in Jemen, in Marokko, in Spanje, in Duitsland, in Polen en tot in hartje Rusland. Desondanks slaagden zij er steeds weer in de bloedband tussen de verre gemeenschappen in stand te houden. Op deze manier veranderde het unieke karakter niet. Aan het einde van de 19e eeuw werden de omstandigheden rijp voor de terugkeer van het volk naar zijn oude vaderland. Zonder de genocide zouden als vanzelfsprekend miljoenen joden Eretz Israel weer hebben bevolkt, waarvan zij immers al 20 eeuwen droomden.

Ongerept lag Palestina erbij in afwachting van haar oorspronkelijke bewoners die het opnieuw zou doen opbloeien. Want Palestina was van hen, en niet van die Arabische minderheid (de Palestijnen) die, verstoken van een eigen geschiedenis, er toevallig is terechtgekomen. Daarom ook waren de oorlogen van het dolende volk gerechtvaardigd om weer bezit te nemen van het land, en misdadig was het gewelddadige verzet van de lokale bevolking.

Waar toch komt deze lezing van de joodse geschiedenis vandaan?
Welnu, het is de schepping van getalenteerde reconstructeurs-van-het-verleden uit de tweede helft van de 19e en eerste helft 20e eeuw. Uit hun rijke verbeelding en op basis van fragmenten uit religieuze kronieken, zowel joodse als christelijke, is een samenhangende ononderbroken genealogie voor het joodse volk bedacht. Ontegenzeggelijk omvat de geschiedschrijving van het jodendom een veelheid aan benaderingen. Maar de polemieken in haar midden hebben nooit de grondgedachten in twijfel getrokken die grotendeels aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw zijn ontstaan.

Toen er dingen aan het licht kwamen die in strijd zouden kunnen zijn met dat beeld van een lineair verleden, vonden deze nauwelijks weerklank. Als stevig op elkaar geklemde kaken blokkeerde het nationale gebod iedere tegenspraak en afwijking van de heersende opvatting. Aan deze halfzijdige verlamming zijn vooral de instituten voor joodse geschiedenis debet. Dit zijn vakgroepen die speciaal in het leven zijn geroepen voor het vergaren van kennis over het joodse verleden. Ze werken afgezonderd van de vakgroepen voor geschiedenis, of wat in Israel ‘algemene geschiedenis’ heet. Zelfs de juridische discussie over de vraag ‘wie is een jood?’ liet deze historici koud. Voor hen is een jood iedereafstammeling van het volk dat 2000 jaar geleden tot ballingschap werd gedwongen.

Deze ‘bevoegde’ vorsers naar het verleden hebben ook niet deelgenomen aan de discussie die de ‘Nieuwe Historici’ aan het einde van de jaren tachtig opwierpen. Het merendeel van de spelers van dit openbare debat kwam uit andere takken van wetenschap, of zelfs van buiten de universitaire wereld: sociologen, oriëntalisten, linguïsten, geografen, politicologen, literatuuronderzoekers en archeologen zetten nieuwe bedenkingen uiteen over het joodse en zionistische verleden. In hun gelederen zaten eveneens deskundigen uit het buitenland. Uit de afdelingen voor ‘joodse geschiedenis’ klonken daarentegen slechts bange en conservatieve geluiden, gehuld in een apologetische retoriek op basis van de gangbare opvattingen.

Stichtingsmythen onderuit gehaald

Kortom, in zestig jaar is de Israëlische nationale geschiedschrijving nauwelijks vooruitgekomen, en dat zal op korte termijn waarschijnlijk ook niet gebeuren. Toch werpen de feiten die aan het licht zijn gekomen, voor elke integere historicus op eerste gezicht verrassende maar wel fundamentele vragen op.

Mag de Bijbel beschouwd worden als een geschiedenisboek? De eerste moderne joodse historici, zoals Isaak Marcus Jost of Leopold Zunz zagen dit in de eerste helft van de 19e eeuw niet zo: in hun ogen vormde het Oude Testament een bundel theologische geschriften van de joodse religieuze gemeenschappen van na de verwoesting van de eerste tempel. Het zou tot de tweede helft van de 19e eeuw duren om historici te vinden, in de eerste plaats Heinrich Graetz, met een ‘nationale’ kijk op de Bijbel: het vertrek van Abraham naar Kanaän, de uittocht uit Egypte, of zelfs het verenigde rijk van David en Salomon, vormden ze om tot verhalen van een authentiek nationaal verleden. Sindsdien zijn de zionistische historici onophoudelijk deze ‘bijbelse waarheden’ blijven herhalen, en werden ze dagelijkse kost in het nationale onderwijs.

Maar dan doet in de loop van de jaren tachtig een aardbeving de stichtingsmythen schudden op hun grondvesten. De vondsten door de ‘nieuwe archeologie’ weerspreken de mogelijkheid van een grootschalige uittocht in de 13e eeuw voor onze jaartelling. Zo heeft Mozes ook niet de Hebreeërs vanuit Egypte naar ‘het Beloofde Land’ geleid, om de eenvoudige reden dat het gebied in die tijd deel uitmaakte van Egypte. Bovendien is er nooit enig spoor gevonden van een slavenopstand in het Farao-rijk, noch van een plotselinge verovering van het land van Kanaän door elementen van elders.

Evenmin bestaan er overblijfselen van het weelderige koninkrijk van David en Salomon. De vondsten van het afgelopen decennium wijzen op het bestaan in die periode van twee koninkrijkjes: Israel, de machtigste, en Juda, het latere Judea. Ook werden de bewoners van Juda in de 6e eeuw vóór Chr. Niet tot ballingschap veroordeeld: enkel Juda’s politieke en intellectuele bovenlaag moest zich in Babylon vestigen. Uit deze beslissende ontmoeting met de Perzische godsdienst zou het joodse monotheïsme geboren worden.

Het jodendom, een godsdienst met bekeringsijver

Heeft de verbanning van het jaar 70 na Chr. inderdaad plaatsgevonden? Paradoxaal genoeg heeft deze ‘pijler’ van de geschiedenis van de joden, waaraan de diaspora haar oorsprong dankt, niet eens aanleiding gegeven tot het geringste onderzoek. En wel om een heel prozaïsche reden: aan de hele oostflank van de Middellandse Zee hebben de Romeinen nooit enig volk verdreven. Met uitzondering van tot slavernij gebrachte gevangenen bleven de bewoners van Judea op hun land wonen, zelfs na de verwoesting van de Tweede Tempel.

Sommigen van hen bekeerden zich in de 4e eeuw tot het christendom, terwijl de grote meerderheid zich aansloot bij de islam na de Arabische verovering in de 7e eeuw. De meeste zionistische denkers wisten dit maar al te goed: zowel Yitzhak Ben Zvi, de latere president van de Staat Israel, als David Ben Goerion, stichter van de staat, beweerden het tot 1929, het jaar van de grote Palestijnse opstand. Beide mannen vermelden herhaaldelijk dat de Palestijnse boeren afstammelingen zijn van de bewoners van het oude Judea.(2)

Als er vanuit het geromaniseerde Palestina nooit een verbanning heeft plaatsgevonden, waar komen dan die talrijke joden vandaan die sinds de klassieke oudheid het hele Middellandse Zeegebied bevolken? Achter het gordijn van de nationale geschiedschrijving schuilt een opmerkelijke historische werkelijkheid. Vanaf de opstand der Maccabeeën in de 2e eeuw vóór Chr. tot de opstand van Bar-Kochba, in de 2e eeuw na Chr. was het jodendom de godsdienst met de grootste bekeringsdrang. De Hasmonese koningen hadden al eerder de Edumieten ten zuiden van Judea en de Ituriërs uit Galilea onder dwang bekeerd en ingelijfd bij ‘het Volk Israels’. Vanuit dit Judeo-Hellenistische koninkrijk zou het jodendom uitzwermen over het hele Midden-Oosten en de streken rond de Middellandse Zee. In de 1e eeuw van de christelijke jaartelling ontstond in het huidige Koerdistan het joodse koninkrijk Adiabene, als eerste in een reeks koninkrijken dat zich zou verjoodsen.

De geschriften van Flavius Josephus zijn niet de enige getuigenis van de bekeringsdrift der joden. Van Horatius tot Seneca, van Juvenalis tot Tacitus hebben heel wat Romeinse schrijvers hierover hun vrees geuit. De Misjna en de Talmoed(3) keuren de praktijk van het bekeren goed, hoewel, onder toenemende druk van het christendom, de Talmoed-geleerden hun bedenkingen erover uitpreken.

De overwinning voor de religie van Jezus aan het begin van de 4e eeuw maakt geen einde aan de verspreiding van het jodendom, maar ze drijft de joodse bekeringsdrang wel terug naar de buitengrenzen van de christelijke wereld. Zo ontstaat in de 5e eeuw in het gebied van het huidige Jemen een sterk joods koninkrijk met de naam Himyar. De afstammelingen van Himyars onderdanen zullen na de zege van de islam, en tot op de dag van vandaag vasthouden aan hun geloof. Voorts vertellen Arabische kroniekschrijvers ons over het bestaan van verjoodste berberstammen in de 7e eeuw: wanneer aan het einde van die eeuw de Arabische legers Noord-Afrika bereiken probeert de legendarische joodse koningin Dihya al-Kahina hun opmars tot staan te brengen. Joods geworden berbers zullen later deelnemen aan de verovering van het Iberisch schiereiland, en de fundamenten leggen voor de bijzondere symbiose tussen joden en moslims die zo kenmerkend is voor Hispano-Arabische cultuur.

De belangrijkste massabekering vindt plaats tussen de Zwarte Zee en de Kaspische zee: het betreft het uitgestrekte Chazaarse koninkrijk in de 8e eeuw. De verspreiding van het jodendom brengt van de Kaukasus tot aan het huidige Oekraïne vele gemeenschappen voort, die na de Mongoolse invallen in de 13e eeuw in groten getale naar Oost-Europa trekken. Aldaar zullen ze, samen met de joden uit de zuidelijke Slavische streken en uit het Duitse gebied de basis leggen voor de grote Jiddische cultuur.(4)

Deze verschillende oorsprongsgeschiedenissen van de joden komen aarzelend voor in de zionistische historiografie tot aan de jaren zestig; daarna schuiven ze steeds vaker naar de marges alvorens geheel te verdwijnen uit het publieke geheugen in Israel. In 1967 kon het niet anders dan dat de veroveraars van de stad van David de directe afstammelingen zijn van diens mythische rijk, en niet – God behoede het! – de erfgenamen van Berberkrijgers of van Chazaarse ruiters. De joden gaan dan door voor een specifiek ‘ethnos’ dat na een ballingschap en zwerftocht van 2000 jaar tenslotte naar zijn hoofdstad Jeruzalem terug is gekeerd.

De voorstanders van dit lineaire en ondeelbare verhaal beroeren niet alleen het geschiedenisonderwijs: zij halen er ook de biologie bij. Vanaf de jaren zeventig trachten in Israel opeenvolgende zogenaamde wetenschappers met alle mogelijke middelen een genetische verwantschap aan te tonen tussen de over de wereld verspreide joden. Daarmee wordt onderzoek naar de ‘oorsprong van bevolkingsgroepen’ een legitieme en geliefde bezigheid in de moleculaire biologie, waarin het mannelijke Y-chromosoom zich een ereplaats verwerft als een soort joodse Clio(5) in de ongebreidelde zoektocht naar de enigheid van de oorsprong van ‘het Uitverkoren Volk’.

Deze historische opvatting vormt de basis voor Israels identiteitspolitiek, en het is juist daar dat de schoen wringt! Het geeft ruimte aan een essentialistische en etnocentrische definitie van het jodendom, die voedsel geeft aan een segregatie waarmee afstand wordt geschapen tussen joden en niet-joden – zowel Arabieren als Russische immigranten en gastarbeiders.

De zionistische bril

Zestig jaar na haar stichting weigert Israel zich te zien als een staat voor al haar burgers. Bijna een kwart van hen wordt niet als joods beschouwd, en naar de geest van haar wetten behoort deze staat hen niet toe. Daarentegen stelt Israel zich voortdurend voor als de staat van alle joden ter wereld, zelfs wanneer het niet langer vervolgde vluchtelingen betreft, maar wettige staatsburgers die in volwaardige gelijkheid leven met hun niet-joodse landgenoten. Anders gezegd rechtvaardigt een etnocratie zonder landsgrenzen de ernstige discriminatie die deze uitoefent tegen een deel van haar burgers door zich te beroepen op de mythe van de eeuwige natie die in het ‘Land van haar Voorvaderen’ hersteld wordt.

Het is niet eenvoudig een nieuwe joodse geschiedenis te schrijven niet bezien door een zionistische bril. Het licht dat door deze bril schijnt, verandert in uitgesproken etnocentrische kleuren. Nu is het zo dat joden van oudsher hier en daar religieuze gemeenschappen hebben gecreëerd, meestal door middel van bekering. Deze gemeenschappen vormen dan ook geen ‘ethnos’, met één unieke oorsprong die veroordeeld was tot een ballingschap van 20 eeuwen.

Het is bekend dat de ontwikkeling van elke geschiedschrijving – zoals elk moderniseringsproces – de fase doormaakt waarin de natie wordt uitgevonden. Gedurende de 19e en een deel van de 20e eeuw heeft het begrip natie miljoenen mensen beziggehouden.

Tegen het einde van de vorige eeuw begonnen deze illusies in duigen te vallen. Steeds meer onderzoekers zijn de grote nationale verhalen gaan ontleden, met name de mythen over de gemeenschappelijke oorsprong die zo geliefd waren bij de kroniekschrijvers. De identiteitswanen van gisteren zullen morgen plaats maken voor andere identiteitswanen. Net zoals elke persoonlijkheid vloeiende en afwisselende identiteiten maakt, is ook de geschiedschrijving een identiteit in beweging.


Nota’s

(1) De Thora is de stichtingstekst van het jodendom. De Hebreeuwse stam ‘yara’ betekent onderwijzen. De Thora heet ook wel Pentateuch en bestaat uit de eerste vijf boeken van de Bijbel: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

(2) Vergelijk David Ben Goerion en Yitzhak Ben Zvi, ‘Eretz Israel’ in het verleden en in het heden (1918, in het Jiddisch), Jeruzalem, 1980 (in het Hebreeuws); en Ben Zvi, Onze bevolking in het land (in het Hebreeuws), Warschau, Comité Exécutif de l’Union de la Jeunesse en het Joods Nationaal Fonds, 1929

(3) De Misjna wordt beschouwd als het eerste geschrift van de rabbijnse literatuur, en is voltooid in de 2e eeuw van onze jaartelling. De Talmoed is een verzameling rabbijnse discussies aangaande de wetten en gebruiken en de geschiedenis van de joden. Er bestaan twee versies van de Talmoed: de Palestijnse, geschreven tussen de 3e en 5e eeuw, en de Babylonische, die voltooid is aan het einde van de 5e eeuw.

(4) Het Jiddisj is een Slavisch-Duitse taal met Hebreeuwse leenwoorden. Zij werd gebezigd door joden in Oost-Europa.

(5) In de Griekse mythologie was Clio de muze van de geschiedenis.

Comment fut inventé le peuple juif http://www.monde-diplomatique.fr/2008/08/SAND/16205 werd in 2008 gepubliceerd in 2008 in Le Monde Diplomatique
Het werd vertaald door Adri Bron en gepubliceerd in Soemoed een publicatie van het Nederlands Palestina Komitee. We mochten het met plezier overnemen, waarvoor dank.


Shlomo Sand is hoogleraar Geschiedenis aan de Unversiteit van Tel Aviv en auteur van The Invention of the Jewish People; Londen: Verso Books, 2009; 332 pp.

noot van de redactie:

Opmerkelijk is het verschil tussen de titel van Engelse vertaling van het bovengenoemde boek van Shlomo Sand (The Invention of the Jewish People) en de Franse (Comment le people juif fut inventé). De laatste (Hoe het Joodse Volk werd uitgevonden) doet natuurlijk meer recht aan de inhoud. Natuurlijk rijst de vraag welke politieke conclusies Sand zelf uit de resultaten van zijn langdurige research heeft getrokken.

Die zijn teleurstellend: er mag dan nimmer van een joods volk sprake zijn geweest, inmiddels bestaat er – aldus Sand – wel een Israelisch volk. Dat dit laatste, zijns inziens, in 78 procent van het historische Palestina een dominante positie moet blijven innemen, blijkt uit het feit dat hij zich in interviews heeft uitgesproken tegen implementatie van het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen en vóór een zogenaamde twee staten-oplossing. Kortom, door hem worden geen radicale conclusies getrokken uit het onderuit halen van een van de mythes waarmee de Zionist Enterprise haar koloniale praktijken decennialang met succes naar een Westers publiek heeft weten te verkopen. Sand heeft voorts verklaard, dat hij met de publicatie van zijn boek heeft gewacht, totdat zijn benoeming als hoogleraar aan de Universiteit van Tel Aviv rond was, ‘want binnen de academische wereld in Israel moet een prijs betaald worden voor het uiten van opvattingen zoals hij die huldigt’.


Spip-redacteur:   francis
 

Reageer op dit artikel

 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.