Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiŽle Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 01 - 03/2010    Over schnaps, de verkoop van een paar Griekse eilanden en de soberheid die komt  
| thema: financiŽle crisis , internationale financiŽn  |
 

Over schnaps, de verkoop van een paar Griekse eilanden en de soberheid die komt

De inzet van de huidige krachtmeting in de Europese Unie

> Stephen Bouquin - gepubliceerd op 30 maart 2010

Reeds in februari stonden alle kranten stonden er vol van. Na DubaÔ, met haar wolkenkrabber van 850 meter en haar kunstmatige stranden, was het de beurt aan Griekenland om op de rand van de faling te staan. Sindsdien is de redding van Griekenland een echt feuilleton geworden.

Wie gaat er nu ingrijpen? Duitsland, als voornaamste economie van de Europese Unie kan moeilijk zwijgen. Maar zelf ingrijpen? Onmogelijk want dan barst er een fiscale revolte los. De Duitsers zien het niet zitten tot 67 jaar te moeten gaan werken om de Grieken te redden van het bankroet. Dat is althans het argument van de liberalen. De Duitse liberaal Frank Schšffer stelde in Der Spiegel dat men “een alcoholicus niet geneest door hem een nieuwe fles schnaps te geven”. Anderen vroegen zich af of de Grieken niet beter Korfoe en al hun eilandjes zouden verkopen...

Het water staat hoog want Griekenland kampt inderdaad met een overheidsdeficit van 12,9% in 2009. Griekenland staat eveneens bekend als het land dat de omvang zijn overheidsschuld verdoezelde. Dit zonnige land is echter niet het enige dat creatief omging met zijn statistieken: “Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, ItaliŽ, Portugal hebben ook hun overheidsrekeningen geoptimaliseerd met de hulp van Goldman Sachs of Barclays” stelde onlangs Le Monde (19 februari).

Ook Frankrijk werd in een recent verleden (2007) door de Commissie aangemaand nauwkeuriger te zijn in de cijfers met betrekking tot het begrotingstekort.

Overheidsschuld scheert hoge toppen

Overal horen we hetzelfde liedje: de overheidsschuld wordt problematisch. Het is natuurlijk zo dat heel wat landen van de EU de begrotingsnormen van het Stabiliteitspact niet meer halen. De prognoses zijn somber voor 2010: Griekenland zal een begrotingstekort van 13% benaderen, het Verenigd Koninkrijk 12,4%, ItaliŽ haalt de 10%, Frankrijk overstijgt de 7%, ofte iets meer dan BelgiŽ en Duitsland (6%). Waar komen deze tekorten vandaan?

Eerst en vooral heeft de recessie van 2008-2009 minder fiscale inkomsten veroorzaakt. Minder economische activiteit betekent minder belastingen. In tweede instantie heeft de overheid massaal geld in de economie gepompt, of beter in de financiŽle instellingen die overstag gingen. In BelgiŽ heeft het redden van Fortis, Dexia, KBC om en bij de 25 miljard euro gekost. Last but not least, stijgt het overheidstekort omdat de overheid massaal geld is gaan lenen op de internationale kapitaalmarkten, via het verkopen van staatsbons of obligaties(1). Op het ogenblik dat de aandelen een bodemkoers kennen, vertegenwoordigen de staatsobligaties interessante beleggingen. Immers, welke staat gaat er nu failliet?

Er wordt vandaag paniek gezaaid met de “torenhoge” staatsschuld. Deze is inderdaad sterk gestegen in een aantal landen (tabel 1). Maar anderzijds is dit ook niet nieuw. Tijdens en kort na de tweede wereldoorlog hebben we ook een fenomenale overheidsschuld gekend. Of deze schuldenberg nu problematisch is of niet wordt bepaald door de economische groei van de volgende jaren.

Voor de periode 2010-2013 voorspelt niemand nog een groei van 2 ŗ 3% in de EU. Erger zelfs, er wordt gevreesd voor een double dip of een lange periode van stagnatie(2). Dit zijn vandaag de meest waarschijnlijke scenario’s en dit betekent dat er de komende jaren niet veel fiscale inkomsten zullen zijn (bij ongewijzigd beleid, natuurlijk). Daarnaast kan de overheidsschuld ook een wurgend effect hebben vanaf het ogenblik er een ‘rentesneeuwbal’ tot beweging komt. Hier hebben we het dan over het te traag terugbetalen van een schuld met rentevoeten van 5-6% waardoor de schuld blijft aangroeien, zelfs zonder nieuwe leningen. In het verleden heeft men dergelijke wurging steeds ontweken via devaluatie en inflatie(3). Maar deze opties worden vandaag vrijwel onmogelijk gemaakt op het niveau van ťťn land, zeker voor de lidstaten van de eurozone. De Europese Centrale Bank, met op de achtergrond Duitsland, weigert elke stap in deze richting te aanvaarden.

Het casinokapitalisme draait weer op volle toeren

In september 2009, tijdens de G20 top in Pittsburg werd er met vele woorden gepraat over de moralisering van het kapitalisme en de regulering van het beursgebeuren. De olifant baarde een muis. Vandaag, bijna twee jaar na het begin van de financiŽle crisis (september 2008), staat men nergens. Sinds 2009 hebben de hedge funds hun speculatief handelen op de zeer winstgevende staatsobligatiemarkten geconcentreerd. Op wereldvlak hebben de Staten tussen september 2008 en maart 2009 bijna 4000 miljard dollar gepompt in het gaande en staande houden van de banken en financiŽle instellingen. Dit is bijna de helft van het BBP van de VS. Deze massale injectie van geld was niet afkomstig van de verkoop van goudvoorraden of valuta maar werd voornamelijk bekomen door het uitschrijven van staatsobligaties. De overheid verzekerde de solvalibiteit van gehavende instellingen via kapitaal dat afkomstig was van leningen.

Daarnaast hadden de Europese Centrale Bank of de Amerikaanse FED beslist om hun basisrentevoeten zeer laag te houden (0,5 ŗ 0,8%). Een lage rentevoet betekent dat geld goedkoop wordt. Het maakt het lenen van geld tussen banken bij de Centrale Bank of tussen banken onderling dus ook zeer goedkoop. Maar aangezien de reŽle economie in elkaar stuikte opteerden de banken voor snelle winst en maximaal rendement. In plaats van krediet te verschaffen aan de reŽle economie en vooral de KMO’s die structureel met een cashtekort zitten, kozen de banken opnieuw om te speculeren op de beurzen. De financiŽle markten kwamen terug tot leven en in het najaar 2009 werden er allerlei rallies (korte-termijnspeculaties) gehouden.

De economische vooruitzichten waren positief en de meeste OESO-landen gingen terug aanknopen met economische groei in 2010. Ook de aandelen van bedrijven stegen opnieuw. Maar de prognoses waren te optimistisch en de zenuwachtigheid keerde terug. Terecht, want de solvabiliteit en het liquiditeitstekort van de financiŽle instellingen had te maken met de subprimes en de vastgoedsector. De subprimes werden ingeschreven als activa (ofte bezittingen) maar het stijgen van het aantal wanbetalers veroorzaakte hun ontwaarding. De benaming toxic assets of rotte appelen betekent niets anders dan activa die niets meer waard zijn. Vele van deze toxic assets zitten verstopt in de jaarrekeningen van de banken en werden aldaar verborgen gehouden dankzij het massaal injecteren van geld door de staat.

De financiŽle crash van 2008 stemt overeen met een massale en globale ontwaarding van alles wat er op de beurs verhandeld kon worden. Daarom zegt men dat er toen een speculatieve bubbel is gesprongen. Enfin, niet helemaal want de staat heeft terug lucht in de bubbel geblazen, of heeft kunstmatig de waarde op peil gehouden via het verstrekken van cash en waarborgen. Hierdoor is er een nieuwe bubbel ontstaan, deze van de overheidsschuld.

Griekenland als makkelijk doelwit

De financiŽle markten begonnen met speculeren op de overheidsschuld sinds december 2009. Griekenland was hierbij de ‘target’ bij uitstek(4). Griekenland is de zwakke schakel binnen de Eurozone. Het heeft een economie die afhankelijk is van massatoerisme (28% van BBP) en beschikt daarnaast enkel over een artisanale landbouw en een pocketindustrie. Volgens de econoom Makis Cavouriaris (Universiteit Paris 8-Saint-Denis) is het echter volkomen verkeerd te stellen dat de overheidschuld het gevolg is van verkwistend beleid : “Het overheidstekort is gestegen van 7% van het BBP naar bijna 13% in minder dan 12 maanden. Meer dan 8 miljard euro werden in de Griekse banken gestopt om deze te redden. Dit is een veelvoud van de jaarlijkse tekorten aan inkomsten ten gevolge van de fiscale fraude”(Humanitť, 19 maart 2010).

De hedge funds(5) hebben eerst miljoenen euro’s Griekse staatsobligaties gekocht en pas daarna de befaamde Credit Default Swaps (CDS). Dankzij de massale verkoop van staatsobligaties (zonder verlies) hebben de hedge funds de waarde van hun CDS de hoogte ingepompt. Als bepaalde speculanten ineens tegelijkertijd al hun Griekse staatsobligaties verkopen, dan daalt hun rating. En hoe slechter deze is, hoe meer de verzekering tegen wanbetaling waard is. De speculatieve actie ten aanzien van Griekenland had tot gevolg dat haar staatsobligaties als junkbonds werden bestempeld. Maar de CDS van hetzelfde land waren plots veel meer waard. Ten gevolge van deze speculatieve actie werd Griekenland met een financieel hartinfarct bedreigd. Leningen om andere leningen terug te betalen werden onmogelijk. Zonder financiŽle hulp was het risico groot dat de regering Papandreou de Eurozone zou verlaten. Andere staten zouden kunnen volgen, wat de euro als eenheidsmunt de facto zou doen exploderen. En dit brengt ons bij de ‘PIIGS’, een letterwoord dat staat voor Portugal-Italy-Ireland-Greece-Spain. Dit zijn allemaal landen met een relatief hoge staatsschuld en ‘ongezonde’ openbare financiŽn; allemaal landen (zeker Spanje en Ierland) die zeer ver waren meegedreven in de speculatie op vastgoedmarkten.

Europa schiet tekort

Het water zeer hoog aan de lippen van bijna alle Europese staten en gezien er sinds 2008 nog steeds geen letter is neergeschreven van regels en wetten die het criminele speculatief handelen aan banden zouden moeten leggen, moeten de regeringsleiders wel garanties leveren aan de ‘banksters’ of de speculanten die vandaag staten en volkeren gijzelen. Soberheid of het drastisch inperken van de uitgaven is de enige optie voor de regeringsleiders. Nieuwe inkomsten zijn moeilijk te vinden in tijden van recessie of trage groei en dus blijft snoeien in de uitgaven de enige optie.

De enige optie? Welnu, Duitsland drukt ook de lonen en ondersteunt aldus haar export, met als prijs een dalende consumptie op binnenlands vlak. Dit heeft ook een weerslag op de andere landen van de eurozone. Ook zij vinden minder afzet in Duits gebied. Daarnaast beschikt de EU zelf over weinig hefbomen.

Er bestaat immers geen ťcht budget en de EU heeft ook geen reservefonds voor de eurozone. De gouverneur van de Europese Centrale Bank, Jean-Claude Trichet, liet duidelijk verstaan dat Europa niet te hulp mocht komen aan een land in moeilijkheden: “De verdragen voorzien een clausule van niet-ingrijpen en de regels moeten gerespecteerd worden. Artikel 123 van het verdrag van Lissabon verbiedt het de ECB en de (nationale) centrale banken krediet te verstrekken aan Europese lidstaten. Er blijft de EIB/BERD over of nog de structuurfondsen van de Europese commissie maar het verdrag laat niet toe dat er geholpen wordt indien er een ‘buitengewoon begrotingstekort’ optreedt”. De Europese Unie is en blijft een vrijhandelszone zonder eigen economische middelen.

De huidige schuldencrisis zou wel eens de zwanenzang van de euro kunnen worden. Indien Griekenland niet geholpen wordt, dreigt het naar het IMF te stappen, wat symbolisch een eerste stap is buiten de euro. Bondskanselier Angela Merkel is bereid om dit risico te nemen want voor het Duitse kapitaal staat er niets boven een sterke munt (zoals voordien het geval was met de Deutsche Mark). Maar wat als andere landen volgen?

Bij de vorige Europese recessie van formaat (1991-1993) hadden landen zoals ItaliŽ, Portugal en Spanje nog de keuze om te devalueren om zo hun economie ondersteunen. In de huidige context van fiscale crisis bestaat deze reddingsboei niet meer. Vanuit het oogpunt van de financiŽle markten en van het productief kapitaal blijft er ťťn optie over: een drastisch overheidsbeleid waarbij de gevolgen van het overheidsingrijpen worden verhaald op de loontrekkenden, de ambtenaren, de sociale begrotingsposten.

Sociale afbraak van formaat

Van de Griekse regering wordt verwacht dat ze het begrotingstekort met 4% inperkt op ťťn jaar tijd, en met 10% op drie jaar tijd. Om dit waar te maken worden de lonen van de ambtenaren gedurende drie jaar bevroren, worden onderwijs- en gezondheidsuitgaven beperkt, premies op de lonen (dikwijls meer dan 1/3 van het nettoloon) worden niet meer uitbetaald terwijl de BTW op allerlei producten wordt verhoogd van 6 naar 21 %. Ook wordt de pensioengerechtigde leeftijd opgetrokken tot 63 jaar. De voornaamste doelstelling van dit drastisch dieet is de geloofwaardigheid van de overheidsfinanciŽn te herstellen zodat de staat kan en mag blijven lenen.

Hetzelfde is aan de gang in Spanje en daar is het soberheidsoffensief ook begonnen. De Spaanse premier Josť-Luis Zapatero stelde einde januari zijn package voor: 50 miljard besparingen op twee jaar tijd via het bevriezen van alle uitgaven. In 2010 zou slechts ťťn op de 10 pensioengerechtigden van de openbare diensten vervangen worden en daarnaast zou de arbeidsmarkt nog flexibeler moeten zijn. De pensioengerechtigde leeftijd zou opgetrokken worden tot 67 jaar (vandaag 65 jaar).
Portugal zit op dezelfde weg hoewel aldaar de besparingen vooral gebeuren via het ontmantelen van allerlei fiscale niches.
Ierland is reeds begonnen in het voorjaar 2009 en indien het Verenigd Koninkrijk nog even het snoeimes in de schuif laat liggen, dan is het omdat er binnenkort algemene verkiezingen zijn.

Als we het geheel van maatregelen in Europa in beschouwing nemen, dan mag opgemerkt worden dat de bevolkingen en meer bepaald de ambtenaren en de loontrekkende categorieŽn het kind van de rekening zijn. Besparingen op onderwijs, openbare dienstverlening, lonen en pensioenen gaan hand in hand met verhogen van BTW op alledaagse producten, verlengen van de loopbaan en verminderen van pensioenen.

Dit alles kan moeilijk sociaal genoemd worden. Maar het onrecht gaat in feite veel verder. Herinner u even: de banken werden gratis en voor niets door de overheid gered via geldleningen die de belastingbetalers, ofte de gewone mensen, nu moeten ophoesten. Maar wie wordt er rijk van het terugbetalen van deze overheidsschuld ? Inderdaad, het zijn grotendeels dezelfden als diegenen die we gered hebben in het najaar 2008-voorjaar 2009. Indien deze aanpak zich doorzet, betekent dit dat we tweemaal door dezelfden te grazen zijn genomen.

De inzet van de huidige krachtmeting

Vandaag zijn Griekenland, Spanje en Portugal aan de beurt. Maar morgen zal het de beurt zijn aan het Groot-BrittanniŽ, Duitsland, BelgiŽ en Frankrijk. Geen twijfel mogelijk. Indien de Zuid-Europese landen de soberheidskuur geslikt hebben – beter, indien de sociale weerstand gebroken is – kan men snel argumenteren dat ook wij ‘boven onze stand’ leven; dat ook wij te veel op krediet geleefd hebben. Vandaag wordt de soberheid nog uitgesteld omdat men wil vermijden dat de economische recessie langer aanblijft(6). Men wil eerst terug aanknopen met de economische groei en pas dan de hakbijl (selectief) bovenhalen. Maar de prognoses zijn maar al te onzeker in deze tijden van crisis en het is zelfs zeer waarschijnlijk dat de (conjunctuur gebonden) economische groei nog enige jaren op zich laat wachten:
ten eerste omdat de stijgende werkloosheid ook de beschikbare koopkracht vermindert;
ten tweede omdat de industrie nog steeds geconfronteerd wordt met overcapaciteit van 10 ŗ 15% en
ten derde omdat, na het redden van de banken, er ‘geen geld’ meer is om een relancebeleid te voeren gericht op het ‘verduurzamen’ van de economie (energie, transport, huisvesting).

De regeringen van de Europese Unie, en zeker van de eurozone, zitten in een impasse. Het Keynesiaanse beleid met overheidsinterventies van de vorige twee jaar was een nuttig intermezzo om het financieel kapitalisme te redden. Vandaag en morgen zal, vanuit een systeemconform denken, terug gegrepen moeten worden naar privatiseringen om aldus snel cashgeld te bekomen, ťn naar het verminderen van de arbeidskost, om aldus de export op peil te houden. Het eerste gaat de overheid verder uitkleden en de markt meer armslag geven, het tweede gaat de patronale bijdragen nog maar eens verminderen en bijgevolg de sociale zekerheid ondermijnen.

In zijn intussen befaamde nota kondigt Frank Vandenbroucke dit alles in feite reeds aan, maar wel op een andere wijze, met name die van de fataliteit. Zo stelt hij (p.4-6) dat de budgettaire strategie die het mogelijk moest maken de vergrijzing te betalen er niet meer zal zijn in de komende 5 ŗ 10 jaar: “In 2015 een budgettair evenwicht bereiken veronderstelt een sanering die dieper snijdt dan wat we in de jaren ’80 en ’90 hebben meegemaakt” (p.5).

Onze meest liberale socialist zou zijn reputatie weinig eer aandoen indien hij het dramatische scenario niet zou koppelen aan een solidaristische aanpak. Ik refereer hier naar zijn pleidooi voor het uitbouwen van een ‘bodembescherming’ of een sociale vloer voor pensioenen en sociale uitkeringen en de herbevestiging van de noodzaak herverdeling van rijkdom hoog op de politieke agenda te houden. Hoe en wat hier nu precies mee bedoeld wordt, is echter voorlopig nog een groot vraagteken.

De inzet van het komende decennium wordt alleszins duidelijker, en dit in heel Europa. Ofwel verdwijnen de restanten van het Europees sociaal model, ofwel blijft de sociale bescherming overeind. De nimmer aflatende drift in kapitaalsaccumulatie heeft ditmaal voor een wereldrecessie gezorgd. De staten hebben het financiŽle systeem gered maar dreigen nu zelf ten onder te gaan, of ten minste jaren gebukt onder de schuldenlast van de reddingsoperatie. Het is vandaag duidelijk geworden wie men de rekening wil presenteren. In Zuid-Europa volgen sinds enkele maanden algemene stakingen zich op in versneld tempo. In een volgende bijdrage bekijken we hoe deze acties verlopen, welke eisen er gesteld worden. Kortom, met welke wapens de linkerzijde en de vakbeweging verzet biedt. Verzet is er en zal er zijn maar om te winnen is er meer nodig.


Nota’s:

(1) Een obligatie is een schuldbewijs voor een lening die door een overheidsinstelling, een onderneming of een instelling is aangegaan. In tegenstelling tot aandelen die variabele dividenden verzekeren hebben ‘obligaties’ een vast rendement van 5 of 6% op jaarbasis. Obligaties hebben een vervaldatum van 5, 10 of 15 jaar maar kunnen intussen wel doorverkocht worden. Om ontwaarding tegen te gaan moet de schuldenaar vaste interest blijven doorbetalen.

(2) Economische stagnatie, vaak simpelweg stagnatie genoemd, is de term voor een periode met een trage economische groei. ’Traag’ wordt door sommigen gedefinieerd als langzamer dan de potentiŽle groei die macro-economen hadden voorspeld. Anderen spreken van stagnatie als de economische groei lager uitvalt dan 2-3%.

(3) Een muntdevaluatie doet de export stijgen want de prijzen van de producten dalen dankzij een lagere muntkoers. Daarnaast krimpt de schuldenberg omdat het geld minder waard is: 200 miljard schuld is nog steeds 200 miljard in nominale termen, maar niet in reŽle termen.

(4) Hoe is dit in zijn werk gegaan? De aankopers van staatsobligaties kunnen zich verzekeren tegen niet-terugbetaling via ‘securities’ ofte verzekeringen. Het zijn de befaamde Credit Default Swaps. Elk land krijgt een ‘rating’ via notatie-agentschappen die bepalen of de ‘bonds’ (obligaties) AAA of BBB (dit zijn de ‘junk bonds’) krijgen. Wanneer de overheid onvoldoende garanties biedt waardoor kan aangenomen worden dat ze haar overheidsschuld zal beheersen, dan gaan de bezitters van de staatsobligaties deze verkopen. Hierdoor stijgt de ‘spread’ van de CDS op de afgeleide markten die overigens totaal ondoorzichtig zijn. Men begrijpt dus beter waarom de speculanten er belang bij hebben in te zetten op een mogelijk wanbetaling. Het aanwakkeren van de vrees van faillissement van een staat doet immers de CDS stijgen.

(5) ‘Hedge funds’ ofte hefboomfondsen zijn beleggingsfondsen die al dan niet risicovolle portefeuilles beheren van beleggers. Banken leveren aan deze hefboomfondsen een deel van de geldsommen die ze rechtstreeks of onrechtstreeks beheren.

(6) Besparingen zijn ‘pro-cyclisch’ ofte recessieversterkend omdat ze een domper leggen op de consumptie der gezinnen.


Stephen Bouquin is hoogleraar arbeidssociologie. Antwerpen/Brussel/Amiens, 14-17 maart 2010

Spip-redacteur:   francis
 

Reageer op dit artikel

 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Januari 2018 »
M D W D V Z Z
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.