Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 04 - 05/2010    Haïti: een schuldeiser, geen schuldenaar  
| thema: armoede , internationale instellingen , latijns-amerika , liberalisering  |
 

Haïti: een schuldeiser, geen schuldenaar

> Naomi Klein - gepubliceerd op 18 april 2010

Als we de G7-financieministers moeten geloven, staat Haïti op het punt iets te krijgen dat het al heel lang verdiende te krijgen: een zogenaamde volledige kwijtschelding van zijn buitenlandse schuld. Vanuit Port-au-Prince heeft de Haïtiaanse econome Camille Chalmers die ontwikkeling met een voorzichtig optimisme gade geslagen. De afschaffing van de schuld is een goed begin, vertelde ze op de Engelse uitzendingen van Al Jazeera, maar “nu is het tijd om verder te gaan. We moeten het nu hebben over herstelbetalingen en terugbetaling van de verwoestende gevolgen van die schuld.” Volgens haar moet de idee verlaten worden dat Haïti een debiteur is. Haïti, is haar redenering, is een schuldeiser. Het zijn wij, het Westen dat een serieuze achterstand heeft opgelopen bij het terugbetalen van zijn schuldenberg.

Onze schuld ten aanzien van Haïti heeft een viervoudige oorsprong: de slavernij, de VS-bezetting, de dictatuur en de klimaatverandering. Die claims zijn niet verzonnen en ook geen retoriek. Zij berusten op talloze schendingen van legale normen en overeenkomsten. Hier volgen, zij het veel te beknopt, de hoofdlijnen van het geval Haïti.

Wat de schuld als gevolg van de slavernij betreft. Toen de Haïtianen in 1804 hun onafhankelijkheid van Frankrijk afdwongen, zouden ze het volste recht hebben gehad een vergoeding te eisen van de machthebbers, die gedurende drie eeuwen geprofiteerd hadden van de opbrengsten van de arbeid die ze bevolking ontstolen hadden. Nochtans was het Frankrijk dat overtuigd was dat het de Haïtianen waren die de eigendom van de slavenhouders hadden gestolen door te weigeren gratis voor ze te werken. En zo verscheen Koning Charles X met een oorlogsvloot voor de kust van Haïti om de voormalige kolonie opnieuw met slavernij te bedreigen, als ze niet prompt 90 miljoen goudfrancs betaalden, zijnde tienmaal Haïti’s toenmalige jaarlijks voortgebrachte rijkdom. Aangezien het pas ontstane land geen mogelijkheid zag om dat te weigeren, maar die som ook niet kon betalen, werd Haïti vastgeketend aan een schuld waar het 122 jaar voor nodig ging hebben om ze af te betalen.

In 2003, geconfronteerd met een verlammend economisch embargo, kondigde de Haïtiaanse president Jean-Bertrand Aristide aan dat hij bij de Franse regering een eis tot schadevergoeding zou indienen voor die beroving van toen. Aristide’s voormalige advocaat Ira Kurzban, vertelde dat “het argument luidde dat het contract van toen ongeldig was aangezien het gebaseerd was op de bedreiging om de slavernij weer in te voeren op een ogenblik dat de internationale gemeenschap slavernij als een kwaad bestempelde.” De Franse regering was er toch behoorlijk mee verveeld zodat ze een onderhandelaar naar Port-au-Prince stuurde die moest proberen de zaak buiten de rechtbank te houden. Uiteindelijk geraakte het probleem vanzelf opgelost: tijdens de aanloop naar het proces werd Aristide van de macht verdreven. De rechtszaak werd afgevoerd, maar bij heel wat Haïtianen is de claim blijven leven.

Wat de schuld betreft als gevolg van de dictatuur. Van 1957 tot 1986 leefde Haïti onder het schaamteloze cleptocratische Duvalier-regime. In tegenstelling tot de schuldclaim tegen Frankrijk, werd de zaak tegen de Duvaliers voor verschillende rechtbanken behandeld. Daarbij kwam men Haïtiaanse fondsen op het spoor die leidden tot bij een uitgebreid netwerk van Zwitserse banken en tot de blootlegging van verkwistende uitgavenposten.

In 1988 won Kurzban een zaak tegen Jean-Claude “Baby Doc” Duvalier die als een mijlpaal kon gezien worden. Een districtsrechtbank in Miami oordeelde dat de afgezette potentaat “meer dan 504 miljoen $ had verduisterd van openbare fondsen.

Natuurlijk wachten de Haïtianen nog altijd op de terugbetaling. Maar dat was nog maar het begin van hun tegenslagen. Meer dan twee decennia lang drongen de schuldeisers van Haïti aan op terugbetaling van de ontzaglijke schulden die de Duvaliers aangegaan hadden en die geschat werden op 844 miljoen $. Veel van dat geld behoorde zogezegd toe aan instellingen zoals het IMF en de Wereldbank. Alleen al voor de terugbetaling van die schuld hebben de Haïtianen jaren aan een stuk tientallen miljoenen neergeteld.

Was het legitiem dat de buitenlandse geldschieters de Duvalier-schulden inden als het grootste deel van dat geld nooit in Haïti zelf was uitgegeven? Duidelijk niet. Cephas Lumina, de Onafhankelijke Specialist in Buitenlandse Schuld van de Verenigde Naties, vertelde me: “Het geval van Haïti is een van de beste voorbeelden in de wereld van een schandelijke schuldenlast. Alleen al op basis daarvan zou die schuld onvoorwaardelijk moeten worden geannuleerd.

Maar zelfs als Haïti zijn schuld integraal zou zien kwijtschelden – als! – dan verdwijnt daarmee niet zijn recht om vergoed te worden voor illegitieme schulden die het daarvoor heeft afbetaald.

De schuld als gevolg van de klimaatverandering. Dat probleem werd door verschillende ontwikkelingslanden op de klimaattop van Kopenhagen vurig aangekaart. Die klimaatschuld is glashelder. Rijke landen die spectaculair gefaald hebben door de klimaatcrisis nooit aan de orde te hebben gesteld, staan in de schuld bij de ontwikkelingslanden die weinig te maken hebben met de oorzaken van de crisis maar er wel in buitensporige mate de gevolgen van ondergaan. Kortom: de vervuiler moet betalen. Haïti heeft wat dat betreft ontegensprekelijk iets te eisen. Zijn aandeel in de klimaatverandering is verwaarloosbaar. Haïti’s CO2 uitstoot is precies 1% van die van de VS. Haïti is echter een van de zwaarst getroffen landen, gemeten met die maatstaf. Alleen Somalië is nog kwetsbaarder.

Haïti’s kwetsbaarheid voor de klimaatverandering is niet alleen, zelfs niet in de eerste plaats te wijten aan zijn geografische ligging. Het krijgt inderdaad steeds zwaarder te lijden onder hevige stormen. Maar het is Haïti’s zwakke infrastructuur waardoor uitdagingen in rampen veranderen en rampen in onoverzichtelijke catastrofen. Hoewel de aardebeving niets te maken had met de klimaatverandering, is ze een uitgelezen voorbeeld. Het is op dat vlak dat al die illegitieme schuldaflossingen uiteindelijk een verwoestende kostprijs betekenen.

Elke terugbetaling aan een buitenlandse crediteur is geld dat niet kan worden uitgegeven aan een weg, een school, een elektrische leiding. En die onrechtmatige schuld versterkte het IMF en de Wereldbank in haar politiek om ondraaglijke voorwaarden te stellen bij elke nieuwe lening, waarbij Haïti verplicht werd zijn economie te dereguleren en zijn openbare sector nog verder af te breken. Die onmogelijkheid om daarop in te gaan gaf aanleiding tot een straf in de vorm van een embargo op hulpverlening van 2001 tot 2004, wat de doodsklok luidde over de openbare dienstverlening in Haïti.

Dat verhaal moet nu uitgebracht worden, want het dreigt zich te herhalen. Na de aardbeving zijn Haïti’s schuldeisers al bezig met misbruik te maken van de dramatische behoefte van dat land aan hulp. Zij hebben de sector van de kledingindustrie(1) vijf keer in volume doen toenemen, terwijl het uitgerekend gaat om een activiteit die zowat de hoogste uitbuitingsgraad kent. Haïti wordt bij onderhandelingen daarover niet gehoord; men behandelt het als een passieve ontvanger van hulp, niet als een volwaardige en menswaardige partner in een proces van heropbouw en restitutie.

Een erkenning van de schuld die de wereld heeft ten aanzien van Haïti zou die vergiftigde dynamiek radicaal wijzigen. Daar begint de echte weg naar herstel: het erkennen van het recht van de Haïtianen op een billijke vergoeding.

Het interview met de econome Camille Chalmers werd afgenomen door mijn partner Avi Lewis voor een grondige reportage – “Haiti: The Politics of Rebuilding” - die door de Engelstalige zender van Al Jazeera werd uitgezonden. Die reportage biedt een treffend beeld van een volk dat overloopt van ideeën over hoe het zijn land wil heropbouwen volgens principes van soevereiniteit en billijkheid. Dit gaat nu eens niet over de passieve slachtoffers die we op zovele andere zenders hebben kunnen zien. De producer van dat programma was mijn voormalige collega Andréa Schmidt, een van de belangrijkste onderzoeksters van de Shock Doctrine. Al wie niet wil dat het kapitalisme alweer een nieuwe ramp veroorzaakt, dit keer in Haïti,(3) zou die reportage moeten zien.


Nota’s van de vertaler:
(1) de zogenaamde sweatshops
(2) je kan de reportage zien in onze rubriek Oog
(3)een zinspeling op Naomi Kleins boek: The Shock Doctrine: The Rise of Disaster Capitalism.

Naomi Klein is een journaliste die al veel prijzen heeft gewonnen. Als columniste publiceert ze in verscheidene bladen. Ze is de auteur van de internationale en door de New York Times hoog geprijsde bestseller The Shock Doctrine: The Rise of Disaster Capitalisme. Haar vorige boeken zijn onder meer de internationale bestseller, No Logo: Taking Aim at the Brand Bullies (pas heruitgegeven in een 10e verjaardag editie) en de tekstverzameling Fences and Windows: Dispatches from the Frontlines of the Globalization Debate (2002). Haar meest recente stukken staan te lezen op www.naomiklein.org.
De vertaler van dienst Koen Dille wordt hartelijk bedankt.

Spip-redacteur:   francis
 

Reageer op dit artikel

 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.