Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 08 - 10/2011    Nieuwe Belgische regering: Afbraak van de verzorgingsstaat of de rijken laten meebetalen?  
 

Nieuwe Belgische regering: Afbraak van de verzorgingsstaat of de rijken laten meebetalen?

> Opinie Eric Goeman - gepubliceerd op 13 oktober 2011

Het communautaire stof is eindelijk neergedwarreld over de regeringsonderhandelingen en men kan zich buigen over het sociaal-economische luik, over de toekomst van onze verzorgingsstaat, over wat mensen echt in hun portemonnee zullen voelen. Het debat wie met wie en wie zeker niet is alleen de versluiering van het echte debat: vooral besparen of op zoek gaan naar nieuwe inkomsten? Dit is een fundamenteel debat tussen een linkse en rechtse visie op de inrichting van onze samenleving.
Lees verder...

Dat er met zulke politieke contrasten water in de wijn zal vloeien is onoverkomelijk, maar of de wijn uiteindelijk zal gedronken worden door de gewone mensen of door de grote vermogens en multinationals wordt bepaald door de krachtsverhoudingen. Open VLD wil niet met Groen om het kapitaal te ontzien, CD&V wil niet zonder Open VLD (en dus daardoor niet met Groen!) om een tegengewicht te bieden aan fiscale ingrepen, SP.A wil liefst met Groen! om het linkse front te versterken. Want het is duidelijk: indien rechts deze confrontatie wint wordt de overheid ontvet, zwaar gesaneerd in publieke uitgaven, meer belastingen geheven op consumptie, vooral de ondernemingen en bedrijven gespaard, de arbeidsmarkt verder geflexibiliseerd.

Rechts is sinds weken in de aanval, in verspreide slagorde weliswaar, maar met eenzelfde doel: de neoliberale economische eisen van de Europese Commissie tot nieuw Belgisch model verheffen.
Laten we een kleine reis maken doorheen het eisenlijstje van de rechtse economische en politieke elites. De aanval werd ingezet door negen organisaties die de werkgevers van het hele land en van alle sectoren vertegenwoordigen. Het gaat om het federale VBO, het Vlaamse Voka, de Waalse UWE, en het Brusselse BECI. Daarnaast ook de KMO-verenigingen UNIZO en de Waalse UCM, het ‘Agrofront’ en UNISOC, de federale koepel van de werkgeversorganisaties van de social profitsector Hun boodschap aan de politieke onderhandelaars klonk duidelijk en vastberaden: het sociaal-economische en budgettaire programma moet uitgaan van de zes aanbevelingen van de Europese Unie. En voor de budgettaire sanering moet worden uitgegaan van een verdeelsleutel ‘80/20 of beter’: minstens 80 procent bezuinigingen en hoogstens 20 procent bijkomende belastingen, hetgeen reeds in veel landen van de EU is opgevolgd. Verder scharen ze zich ook achter de Europese aanbevelingen zoals “langer werken, de uitgaven van de vergrijzing in toom houden, en de pensioenleeftijd koppelen aan de stijgende levensverwachting”; “het concurrentievermogen vrijwaren door de loonvorming in toom te houden én het indexsysteem te hervormen en de werkloosheidsuitkeringen te laten dalen na een tijd”, en “minder belastingen op arbeid leggen en meer op consumptie”.(pleidooi voor regressieve belastingen, hetgeen altijd het zwaarst is voor de lagere klassen, en een verdere afbouw van ons progressief belastingssysteem betekent)

Ze vrezen dat de formateur en linkse partijen zoals SP.A, Ecolo en Groen! vooral oor zullen hebben naar degenen die pleiten tegen besparingen zoals de vakbonden en het maatschappelijk middenveld. Daarom ook het kleurrijke en gezwollen taalgebruik zoals “de ondernemingen en de economie zouden zo bedolven worden onder een lawine van nieuwe lasten” en “het verder zetten van het Belgische model (de sociaaldemocratische verzorgingsstaat) zal ons verder voeren naar Zuid-Europese afgronden, naar collectieve verarming”.

Het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) deed daar nog een schepje bovenop: “De 7 miljard euro besparingen die de regering in 2012 moet doorvoeren, mogen niet leiden tot hogere belastingen, maar moeten gevonden worden aan de uitgavenzijde. Het NSZ ziet vooral mogelijkheden om te besparen in de sociale zekerheid, de gezondheidszorg en het overheidsapparaat. Besparingen in die domeinen moeten 7 miljard euro kunnen opbrengen, luidt het. Met hogere belastingen daarentegen, zou men "ondernemend België helemaal doodknijpen".

Intussen zorgde burggraaf Davignon voor een beetje afleiding door een pleidooi te doen voor vrijwillige liefdadigheid, een tijdelijke crisisbelasting voor de rijksten. Maar hij vergat er niet bij te vertellen dat eerst en vooral de overheid moest gesaneerd worden.

De rijken die positief ingingen op het mediatieke voorstel van de burggraaf waren duidelijk niet dik gezaaid en er volgde een ijzige stilte.

Alleen baron Paul Buysse trok nog eens een aantal bekende registers open. ‘Probeer de echte rijken in ons land maar eens te vinden. Heel wat vermogende Belgen al lang hun huiswerk hebben gemaakt en hun fortuin in belastingparadijzen zoals Luxemburg en Monaco hebben ondergebracht. Als de belastingverhoging erop neerkomt dat de Belgen die hun hele leven hard gewerkt hebben nog wat harder worden aangepakt, dan hebben de Belgische beleidsvoerders het nog altijd niet begrepen.”

Inderdaad baron Buysse doet een scherpe vaststelling: we kunnen de rijke Belgen niet vinden, echter niet omdat ze hun fortuinen hebben ondergebracht in belastingparadijzen, maar omdat er in België geen vermogenskadaster bestaat. En laten we wel wezen, die veel geplaagde rijken zijn ook helemaal geen vragende partij voor het organiseren van een vermogenskadaster. En de baron introduceert ook een nieuwe fiscale prachtterm: vanaf nu spreken we af dat belastingen ontwijken (legaal) en belastingen ontduiken (illegaal), dus verschepen naar Monaco of Luxemburg, gewoon “uw huiswerk maken” is.

Het rare is ook dat wanneer men het heeft over een belasting voor de rijksten er geschermd wordt met “het hard aanpakken van de Belgen die hun hele leven hard gewerkt hebben”. Waarom werken de gewone mensen, de werknemers, die het merendeel van de belastingen ophoesten, wiens lonen of weddes gekend zijn zonder vermogenskadaster en die geen vermogen bezitten om te parkeren in Monaco, nooit hard?”

Even later kwam Roland Duchatelet, voorzitter van voetbalclub Standard Luik, op de proppen die als notoire liberaal niet hoog oploopt met vermogensbelastingen en zeker niet met de overheid: “Het is goed dat Etienne Davignon spreekt over een zin voor verantwoordelijkheid, maar ik vind dat we die zin voor verantwoordelijkheid vooral bij de overheid moeten gaan zoeken. Ik vind het pervers dat men nu begint te spreken over bijkomende belastingen, welke die ook moge wezen, als je weet dat de helft van de welvaart die in België ontstaat, afgevoerd wordt naar de overheid.”

Zeer populair in de neoliberale ideologie, die nog steeds hoogtij viert in het crisisrijke Europa: het aanwakkeren van het wantrouwen tegenover de overheid, dus tegen politiek en politici. Het zijn altijd en alleen de ondernemers die voor de welvaart zorgen (werknemers zijn vooral een kost en een rem op de winstmaximalisatie) en de politiek (en met hen de vakbonden) probeert het ondernemen te reguleren of in het neoliberale denken “te dwarsbomen”. Belastingen zijn een onderdeel van het dwarsbomen en natuurlijk zit de uitsmijter of mogen we zeggen het venijn in het staartje van de uitspraak: “de helft van de welvaart wordt afgevoerd naar de overheid”. Alsof de overheid dus een vijand is. De helft wordt afgevoerd niet zomaar naar de overheid, maar naar onze verzorgingsstaat om voor zoveel mogelijk mensen welvaart aan welzijn te koppelen via publieke dienstverlening. Of wil Roland Duchatelet geen publieke diensten genieten misschien zoals gezondheidszorg en zorg? Of hoeven zijn kinderen geen degelijk en toch goedkoop (bijna gratis) onderwijs? Moeten de musea niet ondersteund worden waardoor de inkomprijzen zo goedkoop zijn dat alle lagen van de bevolking van de kunsten kunnen genieten? Moeten die musea misschien opnieuw alleen voor de elites opengesteld worden? Belastingen omschrijven als private welvaart die afgevoerd wordt naar een soort “bodemloos vat” dat de overheid moet voorstellen, alsof met die belastingen niet het welzijn van de meerderheid van de burgers en zeker de werknemers wordt bevorderd, getuigt van sociale perversiteit.

Ook Jong VLD roerde ineens de trom over mogelijke vormen van vermogensbelastingen. Voor hen was “een bijkomende belasting op economisch succes en investeringen geen optie in een land dat bijna het hoogste overheidsbeslag ter wereld hanteert. Ons land staat voor de moeilijke opdracht haar overheidsfinanciën te saneren. De oplossing niet in het invoeren van meer belastingen maar wel in het radicaal ontvetten van de overheid. Een kleine belasting op zeer grote vermogens is slechts een symbolische stap die nauwelijks bijdraagt aan de oplossing van het probleem. De oproep tot vermogensbelastingen leidt de aandacht afleidt van wat echt moet gebeuren: besparen.

Hadden we iets anders verwacht vanwege Jong VLD? Prachtig is toch “de taal” waarin alles wordt gegoten: “een vermogensbelasting” wordt door de liberale gehaktmolen “een belasting op economisch succes”; “een progressief belastingsstelsel” wordt “het hoogste overheidsbeslag ter wereld”; “publieke diensten inkrimpen” wordt ineens “overheidsfinanciën saneren”. De jonge liberalen leiden inderdaad de aandacht af van wat er echt moet gebeuren: een fiscaliteit waarin de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, niet eenmalig, niet alleen in crisisperiodes, niet tijdelijk, maar altijd.”

Volgende voorzet werd gegeven door Charles Michel, voorzitter van de MR met opnieuw nog eens een cadeau voor de middenklassen, de zoveelste “belastingsverlaging”. Hij doet een pleidooi om het deel van het inkomen dat vrijgesteld is van belasting te verhogen. Daardoor zou elke belastingplichtige jaarlijks 500 euro netto meer moeten overhouden. Dat moet de sociale ongelijkheid met een werkloosheidsuitkering wat uitdrukkelijker in de verf zetten. Hij kant zich uitdrukkelijk tegen een miljonairstaks en verdedigt ook het systeem van de notionele intrestaftrek, een plundering van de publieke schatkist, maar is niet gekant tegen aanpassingen ten voordele van de kleine en middelgrote ondernemingen. Aan inkomstenzijde wil Michel wel raken aan de accijnzen op tabak, alcohol en brandstoffen, dus nog maar eens een pleidooi voor verhoging van regressieve belastingen, zonder een spoor van meer fiscale rechtvaardigheid waarbij de vermogens en bedrijven meer zouden bijdragen aan de sociale welvaartsstaat.

En dan wordt het zwaardere geschut in stelling gebracht. Alexander De Croo, voorzitter Open VLD verklaart in Humo: "Als ik moet kiezen tussen een linkse belastingregering of een stabiele hervormingsregering die twee Vlaamse zetels tekort komt, is mijn keuze snel gemaakt."

Johan Van Overtveldt, voorbije jaren hoofdredacteur van Trends en nu de nieuwe hoofdredacteur van Knack in opvolging van Karl Van den Broeck, kan intussen ook zijn bekende afkeer van regulerende overheid, vakbonden en linkse partijen niet meer bedwingen en schrijft: “Contacten met de rating agencies leren dat er onder nog één strikte voorwaarde aan een afwaardering valt te ontsnappen, nl. een indrukwekkend programma van de volgende Belgische regering. Twee elementen staan daarin centraal. Ten eerste, een rigoureus budgettair saneringsprogramma waarin alle nadruk ligt op inperking van de uitgaven, vooral in de sociale zekerheid. Ten tweede, een programma met veel aandacht voor de aandrijvers van de economische groei, zijnde onder meer reglementering (arbeidsmarkt, vergunningen, administratieve lasten …) en fiscaliteit.

Zijn keuze is duidelijk: hij ondersteunt de oproep van de negen werkgeversorganisaties en de liberale voormannen om de zes voorstellen van de Europese Unie zo snel mogelijk uit te voeren, waardoor “saneren” de belangrijkste boodschap wordt samen met de (flexibele) hervorming van de arbeidsmarkt (hetgeen het precariaat verhoogt waarvan veel jongeren vandaag in opstand komen in Griekenland, Portugal, Spanje, VS en UK).

De liberale prins Vincent Van Quickenborne herhaalt nog eens de woorden van zijn voorzitter wijzend op het feit dat “de sociaal-economische nota van formateur Elio Di Rupo te veel focust op belastingen en te weinig op besparingen”. Volgens Van Quickenborne noopt de financiële crisis ons land tot een strenge begrotingsopmaak: "We moeten daarom absoluut de budgettaire aanbevelingen van de EU volgen".

Rudi Thomaes, gedelegeerd bestuurder van werkgeverskoepel VBO, zet een voorlopig orgelpunt achter de rechtse aanval tegen de verzorgingsstaat, door een pleidooi te houden dat alle landen van de Eurozone hun soevereiniteit afstaan en zich scharen achter een vorm van neoliberale economische dictatuur: “In het regeerprogramma van de komende federale regering móét staan dat ons land de zes sociaal-economische aanbevelingen van de Europese Commissie aan België zal doorvoeren.”

Mocht de Europese Commissie het neoliberale pad verlaten en inzetten op de realisatie van een sociaal Europa, zouden deze Europa verdedigers dan ook zo rigoureus het Europese beleid promoten?

De Europese Commissie stelde enkele tijd geleden dat ons land vooral zijn uitgaven moet terugdringen om de openbare financiën te saneren en niet in te zetten op nieuwe belastingen want “de belastingdruk in België is immers al erg hoog”.

Nobelprijswinnaar economie Paul Krugman waarschuwde tegen de stringente Europese besparingsplannen: “Je moet het zo bekijken: de privévraag in die landen nam een duik aan het eind van de door schuld gefinancierde boom. Ondertussen werden de overheidsuitgaven teruggeschroefd door strenge besparingsplannen. Waar moeten de banen en de groei dan vandaan komen? Het antwoord is export, vooral naar andere Europese landen. Maar de export kan niet toenemen als de landen met grote schulden ook besparingen doorvoeren, en zo Europa in zijn totaliteit wellicht in een recessie zullen duwen. Een deel van het probleem is wellicht dat de beleidselite in Europa een selectief historisch geheugen heeft. Ze praten graag over de Duitse inflatie van begin de jaren twintig, een verhaal dat niets te maken heeft met de huidige situatie. Maar ze praten bijna nooit over een veel relevanter voorbeeld: het beleid van Heinrich Brüning, de Duitse kanselier van 1930 tot 1932. Zijn gehechtheid aan sluitende begrotingen en het behoud van de gouden standaard maakte de Grote Depressie nog wat groter voor Duitsland dan voor de rest van Europa, waardoor het pad geëffend werd voor je weet wel.” Niemand luisterde. Het is dan ook slechts een Nobelprijswinnaar economie. Het ordewoord blijft dus “saneren”, waarbij men bedoelt “de overheid saneren” dus ontvetten, verzwakken en uiteindelijk de mogelijkheden tot sociaal beleid en het organiseren van goede en gratis (of goedkope) publieke diensten voor de meerderheid van burgers verminderen.

Want dat is de sociale prijs die de werknemers en de werklozen, jong en oud, gaan betalen indien rechts de strijd wint.

De formateur heeft de “groenen” gedumpt. Rechts krijgt voorlopig zijn zin. Het linkse front – niet om belastingen te verhogen – maar om de belastingsdruk te verschuiven naar de sterkste schouders – vermogens en kapitaal – wordt verzwakt en de rechterzijde juicht.

De rijken hebben een groter gebruik gemaakt van het gemeenschappelijk goed - ze werden erdoor geholpen bij het creëren van hun rijkdom - dus hebben zij ook een grotere morele verplichting ertoe bij te dragen om het in stand te houden. Ze betalen op die manier slechts de achterstallen af van hun schuld aan de samenleving in haar geheel, en investeren in de ondersteuning voor de toekomst. Dit zijn fundamentele linkse waarden die progressieve belastingen motiveren. De rechterzijde verbergt deze waarheid. Ze laten uitschijnen dat de ondersteunende infrastructuur er gewoon is, als door magie ontstaan of via onwrikbare natuurwetten, maar bovenal alleen het gevolg is van “economisch succes” en dat de overheid gaat lopen met het geld uit je zakken. De waarheid bestaat er echter in dat, via de gemeenschappelijke rijkdom, onze samenleving veruit meer geld in veel zakken steekt dan ze eruit haalt. De waarheid is dat we met een overdaad aan private rijkdom zitten en een arme overheid die haar sociale taken niet kan volbrengen.

De waarheid is dat de overheid deze maatschappelijke keuzes zelf gemaakt heeft en ook vandaag kan kiezen ofwel voor de verdere opbouw van private rijkdom of voor meer collectieve rijkdom.

Natuurlijk zoeken regeringen overal in Europa en de VS naar tientallen miljarden euro’s.

Je kunt dan kiezen voor een brutale sanering van de sociale zekerheid en het verhogen van regressieve belastingen of om de noodzakelijke inkomsten te verdelen volgens draagkracht.

Grote vermogens, multinationale ondernemingen, grote aandeelhouders en speculanten verrijken zich ten koste van de gemeenschap en ontlopen via allerlei creatieve fiscale constructies zowel legaal als illegaal hun fiscale plichten.

De gewone mensen, de loon –en weddetrekkenden, betalen intussen de inderdaad hoge inkomstenbelastingen.

We kunnen die groeiende kloof niet langer aanvaarden en pleiten voor een “copernicaanse fiscale omwenteling” want zonder herverdeling en fiscale rechtvaardigheid wordt sociale welvaart en veiligheid onbetaalbaar.

Het grote geld mag niet blijven ontsnappen.

De alternatieven bestaan: het invoeren van een vermogenskadaster en een progressieve belasting op de grote fortuinen (een miljonairstaks niet beperkt in de tijd) ; strijd tegen de fiscale fraude; volledige opheffing van het bankgeheim; sterk beperkende wetgeving inzake notionele interesten; stopzetting van de belastingsvermindering voor de vennootschappen; taxering van de superwinsten van Electrabel; bijkomende middelen bezorgen aan de fiscale administratie om de belastingscontroles correct uit te voeren; sluiten van de belastingparadijzen met als start de automatische uitwisseling van gegevens tussen belastingparadijzen en de nationale fiscale diensten; heffing van een taks op financiële transacties.

Deze maatregelen kunnen het federaal budget spijzen met 25 miljard euro per jaar. (zie de nationale campagne van FAN/RJF “laat het grote geld niet ontsnappen”: bezoek de website www.hetgrotegeld.be en onderteken het eisenprogramma).

Voor de verdere uitbouw van een verzorgingsstaat die we met zijn allen nodig hebben.

Het is geen socialisme maar het is wel sociaal. Het zou een linkse overwinning zijn op de aanval van rechts op ons welzijn en geluk.

Het is nu aan u, mijnheer de formateur, om te kiezen.

Voor meer rechtvaardige herverdeling van welvaart en welzijn, voor meer sociale gelijkheid, dus voor meer economische stabiliteit, is een linkse “belastingsregering” nodig. Een regering die eindelijk werk maakt om het grote geld niet langer te laten ontsnappen.

Eric Goeman, woordvoerder Attac Vlaanderen, coördinator FAN

Eric.goeman AT attac.be

www.hetgrotegeld.be

vl.attac.be


Spip-redacteur:   jurgen
 

Reageer op dit artikel

 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.