Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Zand in de Machine    ZidM > 04 - 06/2012    Het uitpersen van gewone mensen leidt altijd tot een ramp.  
| thema: arbeid , armoede , fiscaliteit  |
 

Het uitpersen van gewone mensen leidt altijd tot een ramp.

> Sikka Prem - gepubliceerd op 6 mei 2012

De overdracht van rijkdom van werknemers en de staat naar bedrijven is nergens zo groot als in Groot-Brittannië. Opinie door Sikka Prem

Lees verder...

De Britse economie is op sterven na dood, de werkloosheid stijgt en ongeveer 13.2 miljoen mensen leven onder de armoedegrens. Het opbouwen van een duurzame economie ligt verder weg dan ooit. De gemeenschappelijke factor achter deze grimmige statistieken is dat de koopkracht van de burgers ernstig is uitgehold en zonder voldoende middelen kopen de mensen geen goederen en diensten die door de bedrijven geproduceerd worden.
Het Britse bruto binnenlands product (BBP) is gestegen van 621miljard pond in 1976 tot ongeveer £ 1.500 miljard pond nu, maar het aandeel dat gaat naar werknemers in de vorm van lonen en salarissen is afgenomen. In 1976 bedroeg het bedrag van de lonen en salarissen voor Britse werknemers 65,1% van het BBP. Tegen einde 2011 was het ongeveer 54%.

Deze daling is ongeëvenaard in alle andere ontwikkelde economieën. Veel mensen worden nu geconfronteerd met loonbevriezing en verlies van pensioenrechten, het deel van de werknemers in de nationale rijkdom zal nog dalen tot onder de 50% van het BBP.
De bovenstaande cijfers zijn niet het hele verhaal, omdat een onevenredig groot deel van de krimpende koek door de rijke elites is binnengerijfd. Een studie door de “Resolution Foundation” merkte op dat in 1977, voor elke 100 pond van het BBP, werknemers van de 50% laagste helft van de verdeling van de inkomsten 16 pond ontvingen. Maar in 2010 was dat gezakt tot 12 pond, en als je de bonussen voor managers er uit haalt dan was het nog slechts 10 pond. In tegenstelling daarmee steeg het aandeel van de top 10% van verdieners van 12 pond per 100 pond van het BBP tot 14pond, en rekening houdend met bonussen, steeg het tot 16 pond.
In principe kan de staat de koopkracht van huishoudens met lage inkomens en middeninkomens via herverdeling verbeteren, maar die mogelijkheid is beperkt door de afname van belastingopbrengsten. In 1981 waren de fiscale inkomsten45,5% van het BBP maar in 2011-2012 was dat gedaald tot 37,8%..
Wel, waar is de nationale rijkdom naartoe gegaan? Wel die is overgeheveld van de werknemers en van de staat naar de bedrijven en hun aandeelhouders. Medio de jaren 70 was het gemiddelde tarief van rentabiliteit vóór interesten en belastingen op de vervangingskosten 3,9%. Nu, ondanks een van de diepste recessies, is het nog steeds gemiddeld 11 tot 12 %.
De oorsprong van deze rampzalige situatie ligt in het beleid in de jaren tachtig en negentig. Massale werkloosheid en door de regering geleide aanvallen op de vakbonden hebben het aandeel van de werknemers in de nationale welvaart doen afnemen.

De huidige Britse syndicalisatiegraad van 26,65% is aanzienlijk minder dan de 69,2% in Finland, 68,4% in Zweden, 66,6% in Denemarken en 54,4% in Noorwegen. In tegenstelling tot de Scandinavische landen, kunnen Britse werknemers en vakbonden directeurs niet verkiezen en kunnen ze geen regelingen treffen voor het bestuur van ondernemingen (corporate governance), daarom waren zij ook niet in staat om het aandeel van de werknemers in de nationale rijkdom te beschermen.
Het verdwijnen van industriële productie heeft geleid tot de verdwijning van redelijk goedbetaalde banen voor geschoolden en laaggeschoolden. Deze jobs zijn vervangen door minder goedbetaalde banen in de dienstensector. Privatisering en outsourcing van werk heeft bijgedragen tot lagere lonen.
De opeenvolgende regeringen hebben de bedrijven en de rijke elites tevreden gesteld met belastingverlagingen. Het tarief van de vennootschapsbelasting van 52% op de belastbare winst in 1982 is gezakt en zal de laagste stand ooit bereiken van 22% in april 2014. De hoogste marginale rente van de inkomstenbelasting is gedaald van 83%, plus een toeslag van 15% op beleggingsopbrengsten, in 1978-79, naar 45% nu. In plaats van het daadwerkelijk aanpakken van de georganiseerde belastingontwijking, hebben de opeenvolgende regeringen de belastingen verschoven naar belastingen op arbeid, op consumptie en op spaarboekjes, zoals blijkt uit de hogere nationale premies voor verzekeringen, hogere BTW en het geen gelijke tred houden met de inflatie van de belastingvrije persoonlijke emissierechten en de schijven van de inkomstenbelasting. Het resultaat is dat de huishoudens van de laagste 20% inkomens nu reeds 35,5% betalen van hun bruto inkomen aan directe en indirecte belastingen tegenover slechts 33,7 % voor de 20% hoogste inkomens..

De massieve overdracht van rijkdom is gecamoufleerd door een retoriek van de regering over de noodzaak van een wederopbouw van de economie en het onder controle houden van de inflatie. Hier volgen enkele bedenkingen van Sir Alan Budd, een belangrijke economische adviseur van de regering Thatcher: "Mijn bezorgdheid is... dat er mensen zijn die het huidige politieke beleid hebben beslist … die nooit geloofd hebben dat dit de juiste manier om de inflatie tegen te gaan. Dit politiek beleid voerden ze toch door omdat het een zeer, zeer goede manier was om de werkloosheid te verhogen, en dat verhogen van de werkloosheid een zeer wenselijke manier was om de kracht van de werkende klassen te verzwakken - als je dat in Marxistische termen wil zeggen: een crisis van het kapitalisme die opnieuw een reserveleger aan goedkope arbeidskrachten heeft geschapen om de kapitalisten toe te laten om hogere winsten te maken. "

In zijn analyse van de Wall Street crash van 1929 en de daaruit voortvloeiende economische depressie, heeft de vrijdenkende econoom John Kenneth Galbraith "de slechte inkomensverdeling” aangeduid als de grootste oorzaak van de crisis. Nog eens herhaalt de geschiedenis zich. Het is moeilijk om een overheidsbeleid te vinden dat het aandeel van de werknemer in het BBP wil verhogen. Ondanks de crash van de banksector, is het niet zo briljante idee van de Britse regering voor economisch herstel om tegen 2015 de gewone mensen hun persoonlijke schuldenlast en leningen te laten verhogen met 50 % naar een totaal van nu 1.500 miljard naar dan 2.120 miljard pond. Er zijn duidelijk geen lessen getrokken uit de geschiedenis.

Met dank aan Willem De Witte voor de vertaling.


Spip-redacteur:   jurgen
 

Reageer op dit artikel

 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.