![]() Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij |
||
|
Beginpagina
Zand in de Machine
ZidM > 2001-2008
De wereld is geen koopwaar - arbeid mag het niet opnieuw worden
|
||
De wereld is geen koopwaar - arbeid mag het niet opnieuw worden10 stellingen voor een globalisering van de sociale rechten> Stephen Bouquin i.o.v. attac vlaanderen & attac wallonie-bruxelles - gepubliceerd op 11 maart 2004Op zaterdag 13 maart 2004 organiseerde attac vlaanderen samen met attac wallonnie-bruxelles een open studiedag rond het behoud van bestaande en het verwerven van nieuwe rechten inzake sociale bescherming, werkgelegenheid en werkloosheid. In de namiddag wordt over de onderstaande 10 stellingen gediscussieerd. 1 - De neoliberale globalisering van de laatste twee decennia gaat veel verder dan de vroegere ongelijke ruil tussen noord en zuid. Rechtstreekse « buitenlandse » investeringen van multinationale firma’s zijn sterk toegenomen, terwijl de financiële kapitaalstromen zich vermenigvuldigden. Door de automatisering is de behoefte aan arbeidskrachten verminderd. Dit wordt nog versterkt doordat we het einde van een technologische cyclus meemaken (de robotisering dateert van de jaren ’70-80). Het gevolg is dat de kapitaalskost van nieuwe technologieën veel lager ligt en investeringen her en der op de planeet veel goedkoper geworden zijn. Uitbesteding van productie en delocalisaties naar lage loonlanden komen veelvuldig voor. Volgens het International Arbeids Bureau bestaan er wereldwijd 850 belastings-vrijhandelzone’s. Gevestigd in ongeveer 70 landen worden er 27 miljoen arbeiders/sters tot in het extreme uitgebuit. Volgens de WHO bedraagt de kapitaalsaccumulatie van deze zone’s jaarlijks 200 à 250 miljard $. De 100 grootste multinationale ondernemingen stellen rechtsreeks 73 miljoen mensen tewerk waarvan 12 miljoen in het zuiden. Maar indien we de firma’s in onderaanneming erbij tellen stijgt het aantal werknemers van multinationals in zuidelijke landen tot 45 miljoen. Zelfs al bedraagt deze tewerkstelling maar een zeer klein percentage van de 2,5 miljard loontrekkenden, toch vormt zij het centrum van de kapitaalsaccumulatie. Ondanks de globalisering stagneren de afzetmarkten of groeien ze slechts miniem. Het gevolg is dat de concurrentie tussen multinationals scherper geworden is. De globalisering leidt tot economische oorlogen waarvan protectionisme en vrijhandel slechts twee verschillende uitingsvormen zijn. 2 - Terwijl het kapitaal de hele wereld rond kan flitsen, bleven sociale rechten en bescherming beperkt tot de nationale socio-politieke ruimte. Tussen deze productieve ruimtes bestaan er loonverschillen die tien, twintig of vijftig keer groter zijn dan de verschillen inzake arbeidsproductiviteit. De massale plattelandsvlucht schept een fenomenale arbeidsreserve waardoor, in afwezigheid van sociale bescherming, de nieuwe hoogtechnologische fabrieken op 19-eeuwse wijze arbeid kunnen onderwerpen aan uitbuiting en onderdrukking. In Europa heeft de liberalisering van de handel en de opening van de grenzen de concurrentie tussen nationale loon- en sociale zekerheidsstelsels versterkt. De productieve flexibiliteit versterkt een territoriale flexibiliteit waarbij er wordt ingespeeld op de sociale verschillen tussen de loonverschillen om aldus over bredere competiviteitsmarges te beschikken. Op hetzelfde ogenblik blijft 80% de afzet beperkt tot de OESO-landen (EU, NAFTA en in mindere mate Azië). Elders beschikt enkel een kleine minderheid over de noodzakelijke koopkracht. Dit is een onvermijdelijk gevolg van de homogenisering van de prijzen op wereldvlak terwijl anderzijds een verpaupering van de werkende bevolking plaats vindt. Om een auto te kopen moet een Filippino-arbeider 35 jaar sparen terwijl een wasmachine in Algerije 6 maandlonen kost. Zelfs eenvoudige basisconsumptiegoederen zijn verre van toegankelijk. Zelfs indien de sociale behoeften even talrijk zijn als honger en miserie, dan nog bestaan ze niet vanuit markoogpunt. De aanbodzijde zoekt immers enkel vraag met koopkracht op. Bijgevolg vertaalt de liberale globalisering zich niet in een herverdeling van rijkdom tussen noord en zuid en evenmin tussen bevolkingsgroepen noch in een gelijkmatige en duurzame ontwikkeling. Ze leidt integendeel tot een nooit geziene opstapeling van rijkdom bij een minderheid terwijl de meerderheid van de bevolking een achteruitgang van haar levensvoorwaarden ervaart en hele regio’s of contintenten in armoede wegzinken. 3 - De neoliberale globalisering versnelt eveneens de afhankelijkheid van de wereldmarkt. Nationale munten van ontwikkelingslanden verdwijnen of moeten gekoppeld worden aan een referentie-munt. De inheemse economie van vele ontwikkelingslanden was reeds sterk georiënteerd op de export van landbouwproducten of grondstoffen. De afhankelijkheid is er niet minder groot op geworden met de ontluikende industrialisatie en de structurele aanpassingsprogramma’s die door het IMF opgelegd worden. Liberale globalisering betekent niet alleen een grotere interdependentie op wereldvlak maar voor de meeste van deze landen ook een grotere afhankelijkheid (technologie, kapitaal, import afgewerkte producten). In combinatie met een sterke demografische groei komt de samenleving van deze landen in een diepe crisis terecht : massale plattelandsvlucht, crisis van lokale politieke stelsels, verlies van legitimiteit van autoritaire elite’s en uiteindelijk, een open of sluipende burgeroorlog. Zelfs landen met een olie-rente komen in de maalstroom van een crisis terecht. Regelmatig zijn er massale volksverplaatsingen, van migraties tot vluchtelingen. Nieuwe migratiestromen raken ook Europa maar dan op veel kleinere schaal (minder dan 1% van de Europese bevolking). Het « Fort Europa » is even onmogelijk als gevaarlijk : duizenden vluchtelingen komen in de illegaliteit terecht en kunnen als derde wereld arbeidskrachten uitgebuit worden zonder te delocaliseren. Niet toevallig is mensenhandel winstgevender dan drugshandel geworden. 4 - Het Europees eenmakingsproject stond oorspronkelijk in het teken van de vrede tussen de volkeren. Bij het herlanceren ervan in 1986 werd de Europese Unie voorgesteld als een noodzakelijk gegeven om de concurrentie met de economische grootmachten aan te kunnen. Een eenmaking die ook het « europees sociaal model » zou redden. Dertien jaar na het Verdrag van Maastricht kunnen we zeggen dat deze eenmaking veeleer een sociale achteruitgang heeft veroorzaakt. Juist omdat lonen en sociale zekerheid binnen het nationaal (statelijk) kader werden gehouden ; omdat een opwaartse harmonisatie van sociale stelsels werd vermeden ; omdat bijna grondwettelijk een prioriteit werd gegeven aan de markt en de concurrentie, de vrijhandel en de competitiviteit van de ondernemingen (Verdrag van Amsterdam in 1997); omdat op institutioneel vlak elke sociale doorbraak onmogelijk werd gemaakt door de unanimiteitsregel ; omdat de monetaire stabiliteit werd verkozen boven een macro-economisch beleid los van de financiële markten. Juist daarom draagt deze constructie bij tot de ontmanteling van de sociale verworvenheden die bekomen werden na de sociale strijd in de naoorlogse periode. Het neoliberaal eenheidsdenken ziet deze transformatie als zaligmakend. Volgens de liberale ideologie komt de samenleving zo terug tot haar natuurlijke dynamische toestand waar de marktwetten gelden en niet administratieve en bureaucratische regels die zwakkeren beschermen en tot passieve wezens omvormen. 5 - Deze grote liberale transformatie van de samenleving gaat gepaard met een vermarkting van alle maatschappelijke sferen. Niet het minst treft deze ook de loonarbeid. In Europa zien we net zoals elders ter wereld hoe loonarbeid opnieuw een koopwaar aan het worden is. Wij bedoelen hiermee dat loonarbeid steeds minder samenvalt met een degelijk bezoldigde activiteit, voldoende om goed van te leven en verbonden met een sociaal statuut dan rechten en bescherming inhoudt (sociale zekerheid). Werk ruimt plaats voor allerlei soorten activiteiten. Een individuele prestatie met een steeds tijdelijker karakter. Werkers zijn « menselijk kapitaal » maar het overaanbod maakt het mogelijk er kwistig en onrespectvol mee om te springen, naar believen te verhandelen of te dumpen. Het patronaal offensief tegen de loonarbeid wordt in naam van de tewerkstelling gevoerd. Maar wat goed is voor de jaarrekeningen is niet automatisch goed voor de tewerkstelling. Ook het regeringsbeleid ondermijnt de sociale rechten en de werkzekerheid onder het mom van de strijd tegen werkloosheid. Maar flexi-werk is zelden een garantie voor de toekomst terwijl het in het heden dikwijls onleefbaar wordt. Via de ondersteuning van deeltijdse arbeid is de combinatie werk/gezin tot een vrouwenkwestie gereduceerd. De « Europese werkgelegenheidsrichtsnoeren » vormen het paard van Troje inzake sociale bescherming. Ieder individu wordt verantwoordelijk geacht voor zijn/haar sociale situatie. De overheid heeft enkel een ondersteunde rol. Maar deze « ondersteuning » is dan wel zo markt-conform en eenzijdig gericht op de werkgevers. Tewerkstelbaarheid (’employability’) betekent veel meer « beschikbaarheid » dan wel bestaanzekerheid. ’Adaptability’ of aanpassingsvermogen staat haaks op sociale stabiliteit terwijl de ondernemingsgezindheid gebruikt wordt om de collectieve belangenbehartiging te ondermijnen. Het Europese « gelijke kansen » verhaal tussen mannen en vrouwen heeft de principes van gelijke behandeling en gelijkheidsstreven verlaten ten voordele van vage waarden. Collectieve solidariteit staat op de helling en een omgekeerde verdeling van de rijkdom vindt plaats. De overheid beperkt haar verantwoordelijkheid tot het spelen van regisseur en repressieve taken. Democratische vrijheden worden beperkt en tegenmachten ingekapseld. 6 - België is reeds lange tijd een exportland. In de binnen en buiten-Europese concurrentie verliest het haar aantrekkingskracht. Met de golf van overname’s, fusies en kapitaalsconcentraties verliest de industrie haar ankers en verdwijnt ook know how en deskundigheid. Enkel de strategische situering in het hart van Europa en de toegankelijkheid via de zee beperken enigszins de schade. Maar een deel van het land was reeds in de voorgaande periode door het kapitaal opzij geschoven. Immers, in onze contreien heeft het financieel kapitaal, met de Société Generale op kop, reeds lange tijd een overmacht verworven op het productief kapitaal. De modernisering van het traditioneel industrieel apparaat werd verwaarloosd, waarna men koos voor een socialisatie van de verliezen vooraleer terug over te gaan naar een privatisering van de winsten. Ondertussen werd zowel dit financieel kapitaal als de vroegere industriële dochters geabsorbeerd door grotere buitenlandse holdings of trusts. De aanwezigheid van mini-fiscale paradijzen (financiële coördinatie-centra van multinationals) garanderen geenszins nieuwe investeringen op dit grondgebied. De fiscale dumping trekt vooral speculatieve fondsen aan. Het uitdelen van overheidssteun garandeert geenszins werkgelegenheid en bestendigt enkel de gevoerde chantage. 7 - Steeds vergeet men dat hier, net zoals elders, de sociale crisis en de massawerkloosheid het gevolg zijn van een massale productiviteitsaangroei die niet gecompenseerd werd door een arbeidsduurvermindering. In 1975 werd er 150 ton staal per werker geproduceeerd, 200 ton in 1985 en 500 ton in 2000. Dit is een productiviteitsaangroei van 333% op 25 jaar ofte 10% op jaarbasis ! De gehele industrie heeft een gelijkaardige tendens gekend. Gezien enerzijds de productievolume’s stagneren of weinig aangroeien ten gevolgde van de verzadiging van afzetmarkten en anderzijds de arbeidstijd sinds 1970 weinig of niet verminderd werd (van 40 naar 38 of 36u), kon de industriële tewerkstelling enkel maar drastisch inkrimpen. De tewerkstelling in de dienstensector heeft dit verlies maar ten dele gecompenseerd, wetende dat deze - veelal vrouwelijke - tewerkstelling gemiddeld minder wordt verloond en bovendien van precaire aard is. Doorheen de economische conjunctuurschommelingen van de laatste twintig jaar is de ondertewerkstelling steeds toegenomen, met enkele tussenpauzes tijdens de periodes van herstel. De weinig arbeidsintensieve dotcom-economie kan de werkloosheid evenmin absorberen. In geen enkele regio, ook niet in West-Vlaanderen, is het werkloosheidsprobleem onbekend. Globaal waren er in 2002 voor de 400.000 « echte » officieel werkzoekenden maar 40.000 vacatures. Dit onevenwicht tussen vraag en aanbod maakt elke werker kwetsbaar. Voor de patroons en hun HRM diensten is werkloosheid geen probleem maar een oplossing : het maakt een snellere aanwerving en grotere selectiviteit mogelijk ; een aanwerving met een lagere verloning en slechtere werkomstandigheden. Natuurlijk is de arbeidsmarkt gesegmenteerd en niet zo transparant en kunnen sommigen hun hachje redden of blijven hooggeschoolden in staat snel jobs voor elkaar in te ruilen. Maar daarom moet men nog niet de sociale zekerheid op de helling zetten door het statuut van de werkloosheid te onder mijnen. Dit statuut is immers ook een bescherming voor diegenen die geen uitkeringen trekken. De werkloosheidsverzekering maakt het werklozen mogelijk om niet om het even welke rotjob te moeten aanvaarden. De werkloosheidsverzekering is geen hangmat. Ze tempert de onderlinge concurrentiestrijd tussen de loontrekkenden en een dam tegen veralgemeende sociale achteruitgang. Het wedertewerkstellingsbeleid op basis van sancties en uitsluitingen dwingt echter werklozen van alles en nog wat te aanvaarden. Dit gaat hen niet uit de armoedespiraal halen maar de vermarkting van de loonarbeid verder aanzwengelen. In afwezigheid van een heus opleidingsbeleid gaat dergelijke aanpak evenmin het probleem van « knelpuntberoepen » oplossen. 8 - De ongebreidelde winsthonger heeft vandaag een nieuwe oase ontdekt, namelijk de gehele sociale sfeer die gedurende enige tijd werd onttrokken aan de marktverhoudingen. Zowel onderwijs, de zorgsector, de openbare diensten als de sociale zekerheid vormen het doelwit van deze nieuwe kolonisatie. Op allerlei manieren wordt deze sociale sfeer gekoloniseerd, gekaapt of binnengedrongen.
9 - Op wereldschaal zijn we getuige van een nooit geziene sociale achteruitgang, een destructie van wat overbleef van de traditionele agrarische samenleving als van sociale verworvenheden afgedwongen door middel van jarenlange strijd. In het zuiden roept deze destructie een nieuw proletariaat in het leven, net zoals in de 18de en 19de eeuw in Europa. In de OESO-landen is het salariaat (de klasse van alle loon- en weddetrekkenden, actief of inactief) de sociale meerderheid. Haar numeriek overwicht verkruimelt ten gevolge van een segmentering in drie subgroepen. Onderaan vinden we een groep « overtolligen » met net daarboven de groep van precairen (working poors, wisselend werkend en werkloos) en daarboven een categorie die meedraait in productie en consumptie maar steeds meer onder druk komt te staan (vrije tijd, werk, twee inkomens per gezin is een must om eigendom te verwerven en kinderen een toekomst te garanderen). Overal ter wereld zien we dat de globalisering verzet opwekt. Ook op het vlak van de ideeën wordt de globalisering in vraag gesteld. De Sociale Fora van Porto Allegre tot Mumbai geven uitdrukking aan het verlangen naar een andere wereld. Deze « andere wereld » begint met strijd tegen de liberale globalisering en is dus zowel lokaal als globaal. Europa heeft recent talrijke algemene stakings-en protestbewegingen gekend (Italië, Spanje, Frankrijk, Portugal). In sommige landen is dit een offensieve strijd, in andere een defensieve strijd. Maar in beide gevallen laat de noodzaak van wisseloplossingen en van duidelijke eisen zich steeds meer voelen. Bovendien kan de ideologische verrechtsing, die we in ons land ervaren, enkel gecounterd worden door een samenhangend verhaal met duidelijke alternatieven. Niets is mogelijk zonder een maatschappelijke en sociale mobilisatie van al diegenen die er belang bij hebben dat de huidige sociale afbraak wordt stopgezet. Tijd staat niet noodzakelijk aan onze kant. Daarom menen wij dat er een nieuwe alliantie nodig is tussen andersglobalisten en syndicale bewegingen waarbij een breed sociaal draagvlak ook maatschappelijk en politiek doorweegt. 10 - Maatregelen om het tij te keren (aan te vullen): • Wij verdedigen de idee van op Europese schaal - of door elke lidstaat die zich deze mogelijkheid toeeigent - een heffing in te voeren op alle producten die (al dan niet gedeeltelijke) vervaardigd werden door firma’s of in landen die de acht basisconventies van de IAO niet toepassen. Deze conventeis zijn : N°29 en 105 (dwangarbeid), 87 (syndicale vrijheid), 98 (recht op vereniging en collectieve onderhandelingen), 100 (gelijke verloning tussen mannen en vrouwen), 111 tegen discriminatie op werk), 138 (minimum leeftijd, verbod kinderarbeid). Opdat deze heffing niet als alibi zou dienen voor een protectionisme dat zich tegen de werkende bevolking van de betrokken landen zou keren zullen de opbrengsten van deze heffing deels aangewend woorden voor syndicale organisteis van betrokken landen en deels een Globaal Sociaal Fonds financieren dat tot doel bij te dragen tot de uitbouw van sociale zekerheidsstelsels waar ook ter wereld. • Zonder te wachten op een Grondwet, een grondwettelijke vergadering of een sociaal verdrag verdedigen wij de noodzaak om in de EU:
• Regulariseren van mensen zonder papieren en gelijke sociale rechten en sanctionering van werkgevers. • Stopzetting van tendens tot precarisering van werk :
• Integratie van arbeiders- en bediendenstatuut in een nieuw sociaal statuut gebaseerd op het gesocialiseerd loon (SZ) dat inkomenszekerheid garandeert los van de onmiddellijke werkgever, met:
• Herfinanciering van de sociale zekerheid via fiscale bronnen en een herziening van de bijdrageschaal waarbij voortaan ook rekening wordt gehouden met de toegevoegde waarde en niet enkel de fysieke aantallen van tewerkgestelden. • Om de huidige machtsonevenwichten binnen de economische sfeer enigszins om te buigen staan wij achter de idee van de spelregels van sociaal overleg grondig te herzien: geen herstructurering zonder sociaal akkoord (veto-recht) met meerderheid van ondernemingsraad of syndicale vertegenwoordiging (wetsvoorstel Decroly). Lees hier meer over het opzet en het programma van de studiedag.
Spip-redacteur:
stijn
|
In- & Uitschrijven
Trefwoorden
|
|
|
Attac
Vlaanderen | Statistieken | Privé-ruimte | Alle rubrieken | Alle documenten
Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken. ![]() Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie. |
||