Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Gentse Feestendebatten 2016    De Arabische revoluties, 3 jaar later  
| thema: afrika , gentse feesten  |
 

De Arabische revoluties, 3 jaar later

> Sami Zemni - gepubliceerd op 11 augustus 2013

Exact twee jaar geleden, op 23 juli 2011, had ik het genoegen de inleiding te mogen geven over de Arabische revoluties tijdens de Gentse Feesten debatten. Ik begon mijn uiteenzetting toen met een korte reflectie over revolutie. Als wij, in navolging van Leon Trotsky, revolutie niet alleen zien als een proces van radicale verandering en omwenteling van politieke, economische en culturele machtsverhoudingen maar ook als de directe inmenging van de massa’s in het historisch gebeuren, dan kunnen we niet anders besluiten dat de gebeurtenissen in de Arabische wereld revolutionair zijn.
Lees verder...

De massaal gemobiliseerde volksmassa’s doorheen de regio tonen zonder meer aan dat de Arabische volkeren van passief object zijn overgegaan tot handelend subject. Straatpolitiek en massabetogingen zijn vandaag een legitiem en efficiënt instrument om de maatschappij van onderuit te veranderen… getuige de Tamarrod beweging in Egypte die afgelopen maand erin slaagde om waarschijnlijk nog meer volk in de Egyptische straten te brengen dan de revolutionaire fase twee jaar geleden die een einde maakte aan Mubarak’s heerschappij.

Maar, net zoals twee jaar geleden, wil ik daarbij onmiddellijk de volgende caveat toevoegen: als we spreken over revolutie dan moeten we het revolutionaire proces niet verwarren met de directe uitkomsten. Laat me dit nader verklaren door, kort, twee ideeën te ontwikkelen met name (1) dat revoluties per definitie langdurige processen zijn met momenten van verhoogde politieke mobilisatie afgewisseld met meer ‘normale’ partijpolitieke strategieën en (2) dat revoluties een complexe relatie hebben tot democratische aspiraties .

U begrijpt het, dames en heren, het is vandaag niet mijn bedoeling om een ‘balans’ op te maken van drie jaar Arabische revoluties. Mijn mentor, Ruddy Doom, vertelde mij meermaals de anekdote over Zhou En Lai, de premier van Mao. Toen hij gevraagd werd naar zijn appreciatie van de Franse Revolutie, antwoordde hij laconiek dat het nog te vroeg was om een oordeel te vellen. De boutade maakt duidelijk dat de Arabische revolutie, die nog volop aan de gang is, geen eenduidig of eenvoudig te bepalen eindpunt kent. In Tunesië en Egypte kunnen we spreken van een revolutie die nog steeds aan de gang is met de moeilijke opbouw van nieuwe politieke order, in Bahrein, Syrië, Libië en Jemen geven de escalerende regionale, identitaire en sociale conflicten aanleiding tot burgeroorlogen, gewapende milities en misschien zelfs zogenaamde ‘falende staten’. De revolutionaire golf van verandering kent vele gedaanten, en de machtsverhoudingen verschillen zodanig van land tot land dat enkel zeer genuanceerde conclusies zich opdringen. Overal echter zien we – en ik simplificeer enigszins – een strijd tussen diegenen die het oude regime helemaal willen omver werpen, diegenen die het oude regime (mits enige aanpassingen) willen behouden en diegenen die tot een compromis willen komen. Kortom, overal zien we revolutionaire, reactionaire en reformistische tendensen aan het werk.

Wat ik vandaag wil doen, is een paar algemene opmerkingen over revolutie en democratie maken om zo tot enkele stellingen of aandachtspunten te komen die dan achteraf, tijdens het debat, kunnen besproken worden en toegepast worden op specifieke landen.

Revolutie als proces
Revoluties vallen niet zomaar uit de lucht. De indrukwekkende betogingen tegen Ben Ali of Mubarak waren niet zozeer het startschot van de Arabische revoluties maar eerder een fase in een meer langdurig revolutionair proces. De episodes op de barricaden tegen de gevestigde orde waren ontegensprekelijk politieke culminatiepunten in het revolutionaire gebeuren maar zeker geen begin- of eindpunt. De Arabische revoluties hebben met andere woorden een geschiedenis. Revoluties zijn langdurige processen met momenten van vooruitgang maar ook met reactionaire tegenreacties, met momenten van politieke versnelling waarin alles mogelijk lijkt tot periodes van min of meer politieke normaliteit. De Arabische revoluties begonnen ongeveer een decennium geleden, in het kielzog van 9/11, wanneer verschillende vormen van burgerprotest zich steeds meer tegen de heersende regimes gingen organiseren ten dele een gevolg van belangrijke sociologische veranderingsprocessen in de regio (groei democratisch gewicht ‘jeugd’, internet,…). De revoluties brengen overigens niet alleen de lokale regimes aan het wankelen maar lijken ook de hele postkoloniale ordening van het Midden-Oosten te hertekenen. De burgeroorlog in Syrië, de groeiende sektarische spanningen doorheen de regio en de Amerikaanse bewuste vernieling van de Irakese staat, doen de hele regio op hun grondvesten daveren. We kunnen vandaag nog niet inschatten welke potentiële gevolgen dit kan hebben.

Spreken over revolutie als een proces biedt ons de mogelijkheid om de politieke processen in landen zoals Egypte of Tunesië beter te begrijpen. Wat afgelopen in Egypte speelde, valt niet samen te vatten onder de vraag – die herhaaldelijk werd gesteld door journalisten op zoek naar gemakkelijke antwoorden – of de Egyptische revolutie had gefaald door een staatsgreep van het leger of dat de revolutie zou zegevieren door het afzetten van president Morsi. Zoals mijn collega Brecht De Smet terecht opmerkte in een opiniestuk over de Egyptische gebeurtenissen: “de militaire interventie en de komende verkiezingen en grondwetswijzigingen (zijn) noch een stap vooruit, noch een stap achteruit…, maar een nieuwe vorm van de contrarevolutie die sinds 2011 met het revolutionaire proces gepaard ging” . Hetzelfde geldt voor Tunesië. We horen niet zoveel over het land maar of het nu over de verkiezingsoverwinning van Ennahdha gaat of over de politieke moord op de linkse politicus en mensenrechtenactivist Chokri Belaïd, ook daar is de vraag of de revolutie slaagde dan wel faalde niet echt ter zake. Feit is, dat beide landen sinds de omverwerping van hun heerser nog steeds in revolutionaire wateren navigeren.

De Egyptische opstand van 30 juni of de massaal gevolgde algemene staking van 8 februari van dit jaar in Tunesië die de verkozen regering van Ennahdha deed vallen zijn een nieuw moment in de revolutionaire strijd. Dit proces is allerminst een rechtlijnige ontwikkeling van en transitie naar democratie, zoals al te vaak werd verwacht in de eerste maanden van de opstand. Het gaat eerder om een verder durende strijd tussen revolutionaire, burgerlijke en conservatieve contrarevolutionaire maatschappelijke groepen met overwinningen en nederlagen voor de verschillende kampen. Dit alles wordt nog veel gecompliceerder door de maatschappelijke breuklijnen die in de verschillende landen de machtsverhoudingen regelen en, laten we het niet vergeten, de belangen van regionale (Qatar, Saoedi-Arabië) en internationale spelers (zoals de VS).

Ontegensprekelijk is de belangrijkste verwezenlijking van de revolutionaire processen, ook in die landen die meer in een hervormingsproces dan wel een revolutie zitten, de politieke bewustwording van de massa’s. Gewone mensen, jong en oud, hebben in de vele opstanden, betogingen en manifestaties een leerschool ondergaan in verzet, in het opkomen voor de eigen rechten, in de vrijheid van meningsuiting. Het juk van de angst lijkt overal in de regio te zijn afgegooid, de mensen zwijgen niet meer en geven op uiteenlopende manieren uiting aan hun grieven. Dat wijst erop dat politieke elites (of die nu bestaan uit het leger, politieke formaties of bepaalde economische elites of een combinatie daarvan) geen vrijgeleide krijgen om van bovenaf hun wil op te leggen. We zitten nog steeds in een fase van buitengewone politiek en niet in een fase van ‘normale politiek’. Die buitengewone politiek wordt gekenmerkt door een hoog niveau van collectieve mobilisatie; uitgebreide steun van de bevolking voor een aantal fundamentele veranderingen, de opkomst van de onregelmatige en informele openbare ruimten, en de vorming van extra-institutionele en anti-statelijke bewegingen die rechtstreeks tegen de gevestigde orde ingaan en die de heersende politiek-sociale status quo, en de dominante waardesysteem in vraag stellen.

Democratie als verwachting
In de maanden na de eerste opstanden leek er internationaal een gevoel van optimisme te bestaan dat de Arabische wereld snel zou evolueren naar de democratie. Twee en een half jaar later, lijken vele observatoren echter pessimistisch: overal lijken salafisten duidelijker zichtbaar, sektarisch geweld is alomtegenwoordig, de burgeroorlog in Syrië toont zijn gruwelijk gelaat, en de islamisten lijken meer bekommerd om kwesties van identiteit dan van sociale rechtvaardigheid. Vanuit ethisch en humanistisch oogpunt zijn al deze gebeurtenissen hartverscheurend maar betekent dat ook dat we vanuit politiek oogpunt pessimistisch moeten zijn? Of beter, waren/zijn onze verwachtingen niet problematisch.

Vandaag lijkt de term ‘democratie’ onze enige mogelijke politieke horizon. Wij kunnen ons weinig andere redenen voorstellen om te revolteren dan de roep naar meer vrijheid. Maar wat is dat dan die democratie waarover men altijd spreekt? Welke criteria gebruiken we om andere landen – meestal die uit het Zuiden – te catalogeren als democratie of niet. Wat moet een land doen om te behoren tot de club der democratieën en is dit lidmaatschap eeuwig? De Europese economische crisis maakt duidelijk dat in tal van landen rond de Middellandse Zee, de vraag of het nog over democratieën gaat, pertinent is. We kunnen ons eveneens vragen stellen bij de groeiende macht van veiligheidsdiensten over ons privaat leven met de continue indringing van onze privacy.

Het hoera-woord ‘democratie’ moet echter niet – door semantische onduidelijkheid – met het badwater worden weggegooid. Eerst en vooral kunnen we een onderscheid maken tussen (1) democratie als een techniek van regeren; als een specifieke manier waarop de macht wordt uitgeoefend. Het gaat dan over vrije pluralistische verkiezingen met een politiek inzet, instituties zoals parlementen, grondwetten en wetten die de burgers van een land fundamentele rechten toekent enzovoort. Een twee invalshoek ziet de democratie echter ook (en ik zou zelfs zeggen fundamenteler) als (2) de manier waarop het politieke lichaam wordt geconstrueerd en gedefinieerd. In de eerste, minimale, definitie zitten we in een verhaal van rechten, in de tweede definitie in een verhaal van recht, rechtvaardigheid, legitimiteit en daarmee verbonden ook identiteit.

Tussen beide definities of invulling van democratie bestaat er een spanning, een spanning tussen rechten en rechtvaardigheid, tussen formele individuele rechten en maatschappelijke rechtvaardigheid. Het volstaat niet om formele rechten te hebben om tot een meer rechtvaardige maatschappij te komen. De spanning tussen beide aspecten biedt echter ook een opportuniteit. Zoals Marx reeds opmerkte in het Joods Vraagstuk (1843): “De politieke bevrijding is zeker een schrede voorwaarts, zij is evenwel niet de laatste vorm van menselijke bevrijding in het algemeen, maar zij is de laatste vorm van menselijke bevrijding binnen de grenzen van de tot heden bestaande wereldorde”. Kortom, de strijd voor formele vrijheden is en blijft cruciaal, ook in de Arabische landen maar volstaat niet om een globale verandering te verwezenlijken.

Als we onze lens van de Arabische wereld verschuiven naar de hele wereld, dan stellen we vast dat de opstanden die in Tunesië begonnen gelijkenissen vertonen met wat we in Griekenland zagen, met de Occupy-beweging, met de Indignados, met de opstand in Brazilië, met de protesten op het Taksim-plein in Istanboel en ga zo maar door. Al deze protesten hebben, soms zeer duidelijk soms minder, een anti-kapitalistische inslag. Ik bedoel hier geenszins mee dat al die betogers overtuigde communisten of socialisten zijn, maar eerder dat de betogers instinctief aanvoelen dat er iets fundamenteels fout is met de neoliberale vrije markt economie. De betogers hebben vaak geen kant-en-klaar alternatief bij de hand maar getuigen wel van een diepgaande kritiek op de internationale wereldorde. Strijd is en kan niet anders dan lokaal zijn, maar de blik is ruimer.
Als we deze visie aannemen, dan wordt het eveneens mogelijk om al deze revoltes, opstanden en revoluties niet meer te zien als ‘lokale problemen’ die kunnen worden opgelost, maar eerder als een wereldwijde protestbeweging tegen de globale orde. Zodoende wordt het eveneens mogelijk om het doel, democratie, her uit te vinden.

Met deze twee korte reflecties wil ik volgende stellingen voor het debat meegeven:

1. De Arabische revoluties zijn een complex geheel van revoluties, opstanden, gewapende conflicten en burgeroorlogen die deel uitmaken van een grotere, wereldwijde, protestbeweging. In de huidige fase van de conflicten moeten we vermijden om (a) vals radicaal te zijn en tegen de installering van parlementaire democratieën in de regio in te gaan (of die islamisten aan de macht brengen of niet), of, omgekeerd, (b) vals reformistisch te zijn en te pleiten voor democratische rechten zonder na te denken over een meer rechtvaardige maatschappij. (Het is mijn hypothese dat de islamisten vaak succes hebben omdat zij deze twee visies combineren) .

2. De hervorming van de veiligheidssector is cruciaal om tot functionerende democratieën te komen. Het toekennen van formele vrijheden en burgerrechten in een systeem dat grotendeels gecontroleerd wordt door een veelheid aan veiligheidsdiensten is inhoudsloos. Alleen Tunesië is daaraan reeds begonnen. De samenwerking tussen Morsi en het Egyptische leger was mogelijk geworden omdat de Moslimbroeders geen enkele, maar dan ook geen enkele, macht hadden over het leger, haar budget of haar economische belangen. Evenmin heeft Morsi geprobeerd om de veiligheidsdiensten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken te hervormen.

3. In mijn uiteenzetting alludeerde ik weinig op de factor ‘islam’. Toch speelt deze een belangrijke rol in de politieke gebeurtenissen in de regio, niet zozeer als ‘religie’ zoals vaak wordt aangenomen maar wel als ‘identiteit’. Het verschil is groot. Islamisten (en zelfs de gepolitiseerde salafisten) gebruiken de islam om hun politiek project gestalte te geven. Zij zien niet of weinig met theologie maar wel met politiek begaan. Islam speelt een rol van identiteit, waarbij mensen zich kunnen identificeren met een groter, ideologisch verband van samenhorigheid. De electorale opmars van de islamisten en de soms gewelddadige opgang van de salafisten zijn niet een zoveelste teken van een ‘botsing der beschaving’ maar wel de tekenen van een cruciale breuklijn binnen één beschaving, met de name de islamitische. Het onderscheid is belangrijk want al te vaak worden de machtsverhoudingen in de Arabische wereld omschreven als een strijd tussen Islam en secularisme waarbij wordt veronderstelt dat de seculiere politieke krachten per definitie tegen de islam zijn.
Toegegeven, er bestaat een kleine minderheid vrijzinnigen in verschillende Arabische landen wiens discours ten aanzien van de Islam het betoog van Wilders mild in de oren doet klinken maar de allergrootste meerderheid van seculiere politieke krachten zien zich wel als moslim, alleen hebben ze een totaal andere visie op de rol de islam politiek en publiek zou moeten spelen of net niet. Het feit dat islamisten electoraal aan de macht kwamen in verschillende opende de mogelijkheid dat zij politieke verantwoordelijkheid voor hun beleid moeten dragen. We stellen nu reeds vast, getuige Egypte, dat electorale legitimiteit al lang niet meer volstaat.


Spip-redacteur:   jurgen
 

Reageer op dit artikel

 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« April 2017 »
M D W D V Z Z
27 28 29 30 31 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.