Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Diogenes van Gent    Het gevaarlijke hedendaagse konservatisme.  
| auteurs: Diogenes  | | thema: klimaat&milieu , media  |
 

Het gevaarlijke hedendaagse konservatisme.

> Diogenes van Gent - gepubliceerd op 8 april 2014

Konservatisme betekent het bestaande willen behouden. Daarom hebben de neoliberalen gelijk, wanneer ze beweren dat links in West-Europa konservatief geworden is. Links wil immers behouden wat in het verleden met harde en vaak bloedige strijd van de toenmalige konservatieven is afgedwongen, namelijk de demokratie en de sociale zekerheid. Dat zijn verwezenlijkingen, waarop de linksen van vroeger fier mogen zijn en het is de plicht van de linksen van vandaag ze te verdedigen tegen de neoliberalen, die ze willen vernietigen.

JPEG

Lees verder...

Als gevolg van het geloof in de vooruitgang, wordt konservatisme als iets negatiefs beschouwd. Als het altijd beter wordt, is het immers logisch dat het nieuwe per definitie beter is dan het oude en dat konservatisme dus altijd verkeerd is. De realiteit ziet er anders uit.

Gedurende heel de geschiedenis hebben perioden, waarin het leven van de mensen beter werd, afgewisseld met perioden, waarin het slechter werd, en de voorbije twee eeuwen was dat net zo. Een goed voorbeeld is de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, toen fascisme en nazisme een grote vernieuwing brachten, die geëindigd is met de gruwelijkste van alle oorlogen. De verdedigers van de demokratie en de rechten van de mens waren in die tijd de konservatieven.

Vandaag overheerst de gedachte dat groei van de ekonomie noodzakelijk is om de welvaart en het geluk van de mensen verder te doen toenemen. Er is echter een nieuwe gedachte ontstaan, namelijk dat de ekonomie niet kan blijven groeien op een eindige planeet en dat bijgevolg alleen herverdeling nog kan zorgen voor een verbetering van de levenswijze van de armen, en daardoor zijn zij die blijven vasthouden aan het geloof in de noodzaak van de groei van de ekonomie konservatieven geworden, ook al vinden ze dat een vies woord.

De welvaart, die we vandaag kennen, is er gekomen door de groei van de ekonomie. De neoliberalen verwijzen daarbij graag naar het kapitalisme als motor van de groei en voor een deel is dat ook waar, maar twee andere elementen hebben een even belangrijke rol gespeeld, namelijk de vooruitgang van wetenschap en techniek en de klassenstrijd.

De ekonomische groei, die Europa vanaf de negentiende eeuw gekend heeft, zou onmogelijk geweest zijn zonder de uitvinding van de stoommachine en de ontdekking van de elektriciteit. De kapitalisten, op enkele uitzonderingen na, beseften echter niet dat het voor de groei van hun produktie noodzakelijk was hun arbeiders behoorlijk te betalen, zodat die hun produkten konden kopen. Dat de arbeiders hogere lonen bekomen hebben, was te danken aan hun verzet tegen hun uitbuiting, waarbij de socialisten een grote rol gespeeld hebben. Spontaan zou de meerderheid van de kapitalisten de arbeiders nooit een behoorlijk loon gegeven hebben.

Na de Tweede Wereldoorlog leken de meeste kapitalisten het eindelijk begrepen te hebben, maar voor de hedendaagse kapitalisten en hun politieke lakeien is het weer heel moeilijk om in te zien dat de ekonomie niet kan groeien, wanneer het inkomen van grote delen van de bevolking daalt. Ze lijken de les van de zware krisis van de jaren dertig van de vorige eeuw vergeten te zijn.

De groei van de ekonomie is verwezenlijkt door het samenspel van technologische vooruitgang, het kapitalisme en de klassenstrijd en omdat die groei voor meer welvaart gezorgd heeft, wil vandaag bijna iedereen dat de ekonomie verder blijft groeien, ook al bestaan er meningsverschillen over wat moet gedaan worden om die groei te bestendigen.

Groei van de ekonomie betekent dat er steeds meer produkten vervaardigd worden. Tot zowat een halve eeuw geleden ging het daarbij om produkten, die levensnoodzakelijk waren of een gevoelige verbetering van de levenswijze meebrachten. Er was dan ook niet veel reklame nodig om de mensen te overtuigen van het nut van een radio, een wasmachine, een bad, een koelkast en centrale verwarming. Dan zijn geleidelijk produkten op de markt gekomen, waarvan het niet evident was dat ze voor iedereen even nuttig waren, en begon de reklame een steeds grotere rol te spelen om de mensen ertoe aan te zetten ze te kopen, wat velen zonder die reklame wellicht nooit gedaan hadden.

Het eerste van die produkten was de auto. De werkwijze om zoveel mogelijk mensen ervan te overtuigen een auto te kopen, was dezelfde als die welke later voor zoveel andere produkten gebruikt is: de voordelen van de auto werden opgehemeld en overdreven en de nadelen verzwegen, geminimaliseerd of ontkend. Dat komt overduidelijk tot uiting in de slogan "mijn auto, mijn vrijheid", die gelanceerd werd in een tijd, toen het aantal verkeersslachtoffers elk jaar schrikwekkend toenam.

Met de vrijheid van de auto werd de vrijheid bedoeld om zich te verplaatsen, maar die vrijheid kan even goed verwezenlijkt worden met de uitbouw van degelijk openbaar vervoer. Het is echter volkomen logisch dat in een maatschappij met een kapitalistische ekonomie voor de personenwagen gekozen werd, want met een bus kan men veel meer mensen samen vervoeren dan met een personenwagen en indien de voorkeur gegeven was aan openbaar vervoer, had de auto-industrie dus veel minder voertuigen moeten produceren om hetzelfde resultaat inzake mobiliteit te bereiken.

De keuze voor de individuele wagen heeft vreselijke gevolgen gehad. Wereldwijd zijn miljoenen mensen het slachtoffer geworden van verkeersongevallen, de auto heeft een enorme luchtvervuiling veroorzaakt en is een van de voornaamste oorzaken van de opwarming van de aarde en het gebrek aan lichaamsbeweging als gevolg van zijn overvloedig gebruik heeft geleid tot een achteruitgang van de fisieke konditie van veel mensen.

Bij een deel van de bevolking begint het nu stilaan door de dringen dat de keuze voor de individuele auto als voornaamste vervoermiddel waanzinnig was, maar in een maatschappij, die volledig ingesteld is op het gebruik door iedereen van de auto en waarin velen om objektieve redenen hun auto niet kunnen missen, is het niet zo gemakkelijk over te schakelen op openbaar vervoer, ook al omdat het kapitalisme er belang bij heeft dat de autoproduktie niet ineenstort en omdat er nog heel wat mensen zijn, die hun auto zien als een statussimbool, dat hen toelaat neer te kijken op wie met een minder dure auto rijdt of er geen heeft.

Na de autowaanzin is de internetwaanzin over de mensen gekomen. De reklame van de kapitalisten van de zogenaamde kennisekonomie verkondigde na de val van het kommunisme de komst van een nieuwe wereld en een inklusieve samenleving dankzij de persoonlijke komputer en het internet. Twee decennia later kunnen we vaststellen dat de kloof tussen arm en rijk alleen maar is toegenomen, dat in het rijke Westen de groei van het egoïsme veel groter is dan de groei van de ekonomie en dat het aantal problemen met het internet voortdurend toeneemt.

Wat eerst met de auto en daarna met het internet gebeurd is, is volkomen logisch, want de wijze waarop een nieuw produkt tot veranderingen in de samenleving leidt, hangt niet af van dat produkt op zichzelf, maar van wat men ermee doet. Zowel de auto als het internet kunnen zeer nuttig zijn voor veel mensen, voor de een weliswaar meer dan voor de ander, maar in een maatschappij met een kapitalistische ekonomie, telt voor de producent niet het geluk van de mensen, maar zijn winst en daarom is het zijn enige bekommernis zoveel mogelijk van zijn produkten te verkopen, ongeacht wat de kopers ermee doen.

Het is met de auto misgelopen, omdat het in het belang is van de kapitalisten van de auto-industrie dat iedereen al zijn verplaatsingen met zijn eigen auto doet. Het is met het internet misgelopen, omdat het in het belang is van de kapitalisten van de zogenaamde kennisekonomie dat iedereen al hun produkten koopt en ze vervangt, zodra er nieuwe op de markt zijn.

Zowel de kapitalisten van de auto-industrie als die van de zogenaamde kennisekonomie hebben produkten verkocht, zonder hun klanten erop te wijzen dat een behoorlijke opleiding vereist is om ze op een veilige manier te kunnen gebruiken. Van kapitalisten kan men nu eenmaal niets anders verwachten. Als ze de volledige waarheid gezegd hadden over hun produkten, dan hadden ze veel mensen afgeschrikt en dat is niet goed voor de verkoop en dus voor hun winst.

De voornaamste oorzaak van het groot aantal verkeersongevallen is het feit dat de opleiding van de bestuurders absoluut onvoldoende was en is. Zo mocht in België tot in 1967 iedereen die een auto kocht, er onmiddellijk mee rijden, ook al had hij dat nooit geleerd en kende hij het verkeersreglement niet. Dat jaar werd het rijbewijs ingevoerd. Wie toen al een auto had, kreeg het zonder verdere plichtplegingen en de anderen moesten enkel een teoretisch eksamen afleggen. De praktische proef kwam er pas tien jaar later. Sindsdien wordt al het mogelijke gedaan om de opleiding van de chauffeurs niet te moeilijk te maken, want in het belang van de kapitalisten van de auto-industrie moet vermeden worden dat te veel mensen zouden gaan inzien dat het besturen van een auto niet zo gemakkelijk is als de reklame het hen voorspiegelt. Het resultaat is dat ook vandaag veel chauffeurs tijdens het rijden voortdurend fouten begaan, zonder zich daarvan bewust te zijn en zonder dus te beseffen welk risiko ze lopen.

Nooit voordien is er op zo grote schaal reklame gemaakt als voor de persoonlijke komputer en het internet. De kapitalisten van de zogenaamde kennisekonomie, aktief geholpen door talloze politici, hebben verkondigd dat ermee werken zeer gemakkelijk is en dat een opleiding van een paar dagen volstaat, ook voor wie nog nooit een komputer van dichtbij gezien heeft. Dat surfen op het internet niet zonder risiko is, werd zorgvuldig verzwegen. De gevolgen van deze misleidende reklame ter bevordering van de verkoop van de produkten van de zogenaamde kennisekonomie zijn desastreus, zij het dan dat er geen doden vallen zoals met de auto.

Met de zogenaamde virtuele wereld is het zoals met de echte wereld: er is daar goed en kwaad. Als men dan over het internet niets dan goed vertelt en nalaat de mensen te waarschuwen voor de gevaren van de zogenaamde virtuele wereld, dan moet men niet verbaasd zijn dat naïeve internetgebruikers het slachtoffer worden van virussen en oplichters en kinderen van pedofielen.

Een veel voorkomende werkwijze van de moderne reklamemakers bestaat erin de mensen te doen geloven dat ze een probleem hebben, waarna gesteld wordt dat de oplossing van dat probleem in de aankoop ligt van een nieuw produkt. Zo was het voor de uitvinding van de auto voor de meeste mensen geen probleem om zich te voet, per fiets of met het openbaar vervoer te verplaatsen en hadden weinigen er voor de uitvinding van het internet last van dat ze allerlei informatie niet snel konden vinden. De reklame heeft hen dan ingeblazen dat ze zonder auto en internet wel degelijk een groot probleem hadden.

De gsm is daarvan een ander goed voorbeeld. Voor die uitgevonden was, vonden de meeste mensen het helemaal niet erg dat ze niet altijd en overal met iedereen konden telefoneren. Er was wel een beperkte groep voor wie dat door hun beroep een probleem was en voor hen was de gsm dus een goede zaak. En in landen, waarin het niet mogelijk is overal telefoonkabels in de grond te leggen, is de gsm een grote vooruitgang voor iedereen. Maar bij ons is er sluwe reklame nodig geweest om de bevolking ervan te overtuigen dat het een elementaire behoefte is van ieder mens om altijd en overal door iedereen gestoord te kunnen worden.

Het nieuwste snufje is het mobiel internet. De reklamemakers zijn nu volop bezig om de mensen te doen geloven dat het niet volstaat thuis de onmisbare informatie van het heilige internet te kunnen opzoeken, maar dat het ook voor iedereen noodzakelijk is dat op straat en in de auto te kunnen doen. Dat de straling wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn, wordt in de reklame gewoon genegeerd.

Voor mij is een nieuw produkt goed, wanneer het mijn geluk verhoogt en wanneer de voordelen ervan groter zijn dan de nadelen. Want alles heeft namelijk voor- en nadelen. Daarin verschil ik dan van mening met de kapitalisten van de zogenaamde kennisekonomie en hun politieke lakeien, voor wie een produkt goed is, wanneer het de ekonomie doet groeien. Het internet kan de ekonomie doen groeien, dus is het internet volgens hen een goede zaak.

Nu is geen enkel produkt op zichzelf in staat om de ekonomie te doen groeien. Die groei komt er alleen, wanneer veel mensen het produkt gebruiken, en daarvoor dient dan de reklame, die erop gericht is de mensen allerlei dingen te doen kopen, ook wanneer ze die best kunnen missen.

Nieuw bij de reklame voor het internet is de inbreng van de overheid. Toen de auto voorgesteld werd als het nieuwe onmisbare mirakel, zorgde de auto-industrie voor de reklame en bestond de rol van de overheid erin massaal wegen aan te leggen en laks op te treden tegen de veralgemeende miskenning van het verkeersreglement. Nu maakt de overheid zelf reklame voor het internetmirakel, waarbij ze zich in de eerste plaats richt tot de oudere mensen, die van nature uit veel minder dan jonge mensen geneigd zijn om nieuwe prullen te kopen. Terwille van de groei van de ekonomie mogen oude mensen niet meer van mening zijn dat ze geen nieuwigheden nodig hebben om gelukkig te zijn tijdens hun laatste levensjaren.

De vervaardiging van meer produkten als gevolg van de ekonomische groei vereist dat we allemaal samen meer produkten kopen, ook al hebben we ze niet zo erg nodig. We moeten dus altijd meer kopen, want als we dat niet doen, dan groeit de ekonomie niet meer en dan stijgt de werkloosheid. We moeten dus konsumeren om te kunnen werken. De mens heeft een konsumptieplicht gekregen.

Nog niet zolang geleden moest de mens werken om te kunnen konsumeren. Een halve eeuw geleden werd gedacht dat de technologische vooruitgang er ging toe leiden dat de mensen steeds minder zouden moeten werken en dus meer vrije tijd hebben, die ze konden gebruiken overeenkomstig hun individuele verlangens. Het is heel anders verlopen, omdat het kapitalisme winstmaksimalisatie nastreeft en niet het geluk van de mensen.

Voor de vervaardiging van meer produkten is meer energie nodig, wat gepaard gaat met een grotere CO2-uitstoot, waardoor de opwarming van de aarde versneld wordt. De eerste decennia zal dat niet veranderen, omdat het onmogelijk is in een handomdraai volledig over te schakelen op andere energiebronnen dan steenkolen, olie en aardgas, zeker wanneer de kernenergie afgebouwd wordt.

Het nieuwe konservatisme, dat de aanhoudende groei van de ekonomie noodzakelijk acht, kan daarom alleen maar leiden tot een verschrikkelijke katastrofe als gevolg van de opwarming van de aarde. Niemand kan met zekerheid voorspellen wat er precies zal gebeuren, wanneer geleidelijk grote delen van de aarde onbewoonbaar zullen worden voor de mens, maar de geschiedenis leert ons wel wat waarschijnlijk is.

Wanneer er door de opwarming van de aarde onvoldoende voedsel en ruimte zal zijn voor alle mensen, zal er gevochten worden voor voedsel en ruimte en dat zal gepaard gaan met massamoorden en verschrikkelijke wreedheden. De plechtige verklaringen over de rechten van de mens zullen dan nog slechts een vodje papier zijn. En mocht er slechts voor een miljard mensen voedsel en ruimte overblijven, dan zal er oorlog gevoerd worden tot er slechts een miljard mensen overblijft. Met de moderne wapens hoeft dat niet eens jaren te duren.

Een Derde Wereldoorlog hoeft niet noodzakelijk tot de ondergang van de mens te leiden, zoals sommigen geloven. De kernwapens zijn in het bezit van een klein aantal staten en die kunnen met een beperkt aantal bommen een groot deel van de wereldbevolking uitroeien, zonder dat de radio-aktieve straling tot de algemene vernietiging van het hogere leven leidt. Bovendien zijn er ook andere moderne middelen om volkeren uit te roeien, zoals de blokkade van voedseltransporten en het saboteren via het internet van de elektriciteitsvoorziening.

En mocht de radio-aktieve straling van de kernwapens de mensheid toch volledig uitroeien, dan zal de aarde met grote waarschijnlijkheid nog ongeveer vijf miljard omwentelingen maken rond de zon zonder de intelligentste soort, die tot nu toe op haar oppervlak vertoefd heeft.


Spip-redacteur:   jurgen
 

Reageer op dit artikel

 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« Juli 2017 »
M D W D V Z Z
26 27 28 29 30 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31 1 2 3 4 5 6
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.