Attac logo
Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij
Beginpagina    Gentse Feestendebatten 2016    Wereldvreemd (in) Vlaanderen  
| auteurs: Democratie 2000  | | thema: gentse feesten , migratie , vlaanderen  |
 

Wereldvreemd (in) Vlaanderen

Inleiding op het Gentse feesten debat van donderdag 24 juli 2014

> Eric Corijn - gepubliceerd op 5 augustus 2014

a) De verkiezingen hebben de politieke kaarten in België en Vlaanderen herverdeeld, dat is bekend. De NVA heeft zich met scores tussen 20 en 50% als grootste partij bevestigd en daarmee de CD&V van de centrale positie verdrongen. Daarmee geeft ze een nieuwe marsrichting aan voor de politiek in Vlaanderen. En ook al toont de partij zich compromisbereid, de moeilijkheden bij de Vlaamse regeringsvorming wijzen erop dat het wel degelijk om een verschuiving van de ijkpunten gaat, om het verleggen van het evenwichtspunt. De NVA wil vooral een meer “ondernemersvriendelijk klimaat” met een gevoelige vermindering van de loonkost, en dus een grondige herziening van de overlegcultuur. Veranderen is breken met de overlegeconomie. Dat was al duidelijk in de frontale aanvallen tegen ACW en ACV. En dat wordt nu ook aan de CD&V duidelijk gemaakt wanneer het gaat over zorg en welzijn. De Vlaams nationalistische partij staat voor een ander maatschappijmodel.
Lees verder...

De Belgische consensus moet worden doorbroken, het zogenaamde “PSmodel” dat blijkbaar –volgens BDW- door niemand in Vlaanderen wordt gevolgd (ook niet door de SPa) is achterhaald. De nieuwe hegemonie in Vlaanderen is dus radicaal rechts en separatistisch als grondstroom. En dat profiel heeft het electoraat van het VB, van LDL en (voorheen al) van de meest radicale patronale vleugels van CD&V en VLD overtuigd. Bart De Wever heeft een radicaal rechts kamp verenigd en dat is goed voor ruim één derde van het Vlaamse electoraat.

b) Maar Bart De Wever kampt met twee problemen: de rest van Vlaanderen en België. De vertegenwoordigers van de heersende (sociaal-)neoliberale consensus en coalitie krijgen een slag maar zijn verre van uitgeteld. De CD&V houdt stand. De kracht van het georganiseerde christen-democratische middenveld, vooral in de zorg- en onderwijssector, is aangetast maar niet uit verband gespeeld. Ook al zou de Kris Peeters willen meegaan in een “krachtige herstelregering”, de afbouw van de welvaartsarrangementen stoot toch op veel weerstand (index, werkloosheid, ziekteverzekering, zorg, onderwijshervorming…). De VLD anderzijds teert op de populariteit van het “krachtige doch menselijke” anti-asielbeleid van Maggie De Block en vertegenwoordigt overigens een anti-nationalistisch Europees en Belgisch rechts. Ook al willen beide partijen een patronaal “herstelbeleid”, en volgen ze daarin de politieke roep van VOKA en UNIZO, ze willen dat binnen een “samenwerkingsfederalisme”. Zelfs de Vlaamse rechterzijde volgt schoorvoetend de lijn De Wever.

c) De paradox voor NVA is nu, dat, wil ze haar nieuw hegemonisch project verder zetten, het noodzakelijk is een rechtse federale meerderheid te vormen en dus een regering te vormen zonder de PS. De PS blijft zowel in Wallonië als zelfs in Brussel (dan wel door de splitsing MR-FDF) de grootste partij, in beide gewesten domineert ze administratie en middenveld, en zowel in Brussel als in Wallonië en de Franse gemeenschap werden al regeringen gevormd rond de as PS-CDH. Een federale meerderheid met naast NVA, CD&V en eventueel VLD, alleen de MR aan boord is werkelijk een “kamikazeregering”. Ze zal op veel weerstand kunnen rekenen, in Brussel en Wallonië, maar ook in het Vlaamse middenveld.

d) Nochtans ligt deze politieke ontwikkeling volkomen in de lijn wat in de leidinggevende cenakels mondiaal en Europees “nodig wordt geacht”. De mondialisering heeft op enkele decennia tijd de context volkomen veranderd. Het gaat grosso modo om een grotere connectiviteit, een wisselwerking op een grotere schaal, waardoor de arbeidsmarkt en de productieketens grondig zijn veranderd. In de kernlanden van de het wereldsysteem blijven de hoofdkwartieren actief, maar de arbeidskracht wordt gezocht in de armere en dus goedkopere periferie. Dat heeft de structuur van de economie in onze gewesten hervormd. Allereerst is de plaatselijke economie in een “space of places” opengebroken naar continentale en mondiale netwerken, naar een “space of flows”. De economische orde is verschoven van de industrieterreinen naar een stedennetwerk. Want de mondialisering heeft ook de verstedelijking in de hand gewerkt. Vandaag woont de overgrote meerderheid van de mensheid in steden. En het is daar dat de postindustriële economie zich ontwikkelt. En in die beweging komt de economische orde nog losser te staan van de politieke. Met een neoliberale ideologie wordt de mondialisering begeleid met een afbouw van het nationale sociale contract dat stelselmatig wordt vervangen door een beleid ten voordele van de concurrentiecapaciteit. De welvaartsstaat diende om de markt te reguleren en de koopkracht op peil te houden. Het neoliberalisme wil privatisering en deregulering, afbouw van de protectionistische maatregelen en een focus op steunmaatregelen voor de ondernemingen. De markteconomie zelf ontsnapt aan de controle van de staat ( en dus van de democratie), maar ook aan de internationale verdragen en instellingen, die zich overigens vooral bezighouden met de afbouw van openbare voorzieningen en budgetten. Die globale deregulering heeft gezorgd voor twee levensbedreigende systemische uitdagingen. Eén, de uitputting van de grondstoffen, de neergang van de biodiversiteit en de klimaatsuitdaging, die leiden tot een zware ecologische crisis. Twee, de groeiende kloof tussen arm en rijk die leidt tot een sociale crisis en ook ene grondige verstoring van productie en distributie omdat de markt alleen reageert op koopkrachtige vraag en behoeften.

e) Het zijn die systemische uitdagingen, die fouten in de DNA van het kapitalisme, die onvermijdelijke gevolgen van de basisprincipes van het wereldsysteem, die aan de basis liggen van een progressief politieke engagement. Maar paradoxaal genoeg blijft die politiek gevangen in de mal van systemische instellingen. Telkens de staatsstructuren zijn aangepast zijn de partijen en de partijen gevolgd. En, ook al is de Belgische economie van oudsher gericht op de wereldmarkt, toch wordt de politiek bepaald door de communautaire twisten en de opeenvolgende staatshervormingen. Dat heeft geleid tot een segmentering en een versnippering van de territoria, de gemeenschappen en de bevoegdheden en dan weer van de programma’s en de geesten. De Belgische democratie houdt zich al niet meer bezig met de grote kwesties en focust de bevolking op stammentwisten en splitsingen van arrondissementen terwijl de crisis en het wanbeheer van de banken ons staatsbudget en de sociale zekerheid ondermijnen. Nationalisme en chauvinisme en bevoegdheden op steeds kleinere territoria herleiden de politiek tot enkel wat steun aan het lokaal ondernemerschap. En terwijl een sociale en/of ecologische linkerzijde zich juist zou moeten verzetten tegen die verglijding wordt ze er door het voortdurend medebeheer medeverantwoordelijk geacht. Paradoxaal genoeg kapitaliseren juist het nationalisme, het populisme, het euroscepticisme, het chauvinisme en uiterst rechts op de anti-systemische gevoelens. En ook al doen de enen het wat beter dan de anderen en verschilt dat al naargelang van het gewest, links blijft met een diepe perspectievencrisis zitten.

f) Hoe uit die omknelling te geraken? Dat is de uitgangsvraag die de aanleiding vormt tot het boek van de Vooruitgroep, dat één maand voor de verkiezingen is verschenen onder de titel “Wereldvreemd in Vlaanderen. Bakens voor een progressieve politiek”. Het boek kadert in een opvatting over politiek als strijd voor een hegemonie, voor een bepaalde kijk op de ordening van de samenleving, voor het samenvoegen van verschillende conflicten en agenda’s tot een equivalente inzet. Democratische politiek als een vorm van conflictbeheersing, zonder illusie over een harmonieuze samenleving door goed bestuur in het belang van iedereen… Die illusie maakt net deel uit van de neoliberale hegemonie. Tegenover het principe van de allesoverheersende vrijheid van onderneming en individu, stelt de linkerzijde het principe van de gelijkheid van alle mensen en het recht op gelijke toegang tot levensmiddelen. En dan zien we in onze analyse drie belangrijke breuklijnen die overal in de wereld voorkomen: de sociaal-economische breuklijn tussen arbeid en kapitaal, arm en rijk; de ecologische uitdaging en de uitdaging van het samenleven in diversiteit. We hebben dat in het boek vrij concreet gemaakt in de vier behandelde hete hangijzers en kiezen dus voor een sociale duurzame transitie tegenover een eenvoudige “groene markteconomie”; voor een verstedelijking tegenover verkavelingsvlaanderen; voor een lekenstaat open voor multicultuur en superdiversiteit tegenover een staatsnationalisme, en dus met een aangepast onderwijs voor een diverse samenleving; voor een radicalisering en politisering van de democratie zowel tegenover de liberale consensus als de verklanting van de politiek. Het is dus zaak de contouren van een progressief alternatief duidelijk te maken en dat in antwoord op de systemische uitdagingen. Een links beleid kan niet volstaan met “goed bestuur” van de bestaande orde, een links beleid wordt afgerekend op het verleggen van de krijtlijnen , op het structureel heroriënteren van de samenleving. Elke herbronning moet dus vertrekken van het aangeven van de mondiale uitdagingen.

g) Het belangrijkste startpunt voor een tegen-hegemonisch project is het doorbreken van de nationalistische framing van een “zelfstandig Vlaanderen” “voor de hardwerkende en dus voor de vermarkte Vlaming”. Die “illusie” is de kern van het geloof en de ideologie van een herstel van de Vlaamse welvaart voor iedereen. Daarom moeten we opkomen om het zwaartepunt van de politiek, van onze politiek, te verleggen zowel “naar beneden” als “naar boven”. Naar boven omdat de Vlaamse schaal te klein is om enige kanteling ten goede te realiseren en we dus elke politiek meerschalig moeten denken. Dat betekent dat we de verdediging van de Belgische schaal opnemen, niet zozeer vanuit een alternatief nationalistisch discours, maar vanuit de reëel bestaande sociale zekerheid, het reëel bestaande stedennetwerk (een conferentie van de centrumsteden bvb) en de reëel bestaande sociaal-economische bekkens. En dat betekent ook dat we een zwaar accent leggen op “Europa”, niet in de eerste plaats als een statenbond, maar als een supranationale instelling ingesteld met een neoliberale grondwet en een niet gepolitiseerde centrum-periferiedynamiek. Daarom moet het project van een “sociaal Europa” ruimtelijke en sociale herverdeling combineren in alternatieve regionale ontwikkelingsmodellen, die waarschijnlijk sterk zullen samenvallen met de structuur van de metropolitaanse netwerken. Een ander Europa is niet gewoon een sociaal Europa met een Europese sociale zekerheid, het is ook een continentaal project met een vernieuwde politieke geografie die de bestaande natiestaten doorkruist. Naar beneden, omdat we op zoek moeten naar de dichtsbijgelegen plaats waar we de wereld tegemoet komen en dat zij de grote steden, de metropolitane gebieden. Het is op die schaal dat de mondiale problemen samenkomen op een plaats en dat het lokaal beleid een verschil kan maken. De stad staat dichter bij de wereld dan een land. De (groot)stedelijke schaal is de bakermat is voor een postnationale samenleving. Het is de enige schaal waarop onze drie breuklijnen plaatselijk samenkomen en waarop een goed gestructureerde en goed geïnformeerde civiele maatschappij politiek echt kan wegen. Getuige daarvan de heroïsche strijd tegen de BAM-plannen, strijd die al drie gebetonneerde politieke akkoorden heeft doen springen en nu met Ringland de maatschappelijke discussie nogmaals heeft verbreed. Het is ook het enige niveau waarop de nationale ideologieën ter linkerzijde in de praktijk kunnen worden getoetst en desgevallend worden geherformuleerd tot een “kamp” dat opkomt tegen de heersende ideologie. In Vlaanderen betekent dat overigens ook een discussie over het “Antwerps model” tegenover het “Gentse model” (wat een mooie doorkruising zou inhouden van de manier waarop De Wever de tegenstellingen verwoordt). En het herschikt de politieke agenda ook dwars op de bestaande ideologische orde in.

h) Samenvattend. Wil men een andere politiek en wil men de linkerzijde herbronnen dan kan men niet vertrekken van de manier waarop het politieke debat in de Vlaamse media en instellingen wordt gevoerd, maar moet men uitgaan van een diagnose over de veranderingen in het wereldsysteem en de grote uitdagingen die zich op dat vlak stellen. Vanuit dat kader kunnen dan de lokale en regionale verschijningsvormen meer worden geduid. Eens men op die manier nadenkt dan kan een politiek alternatief alleen een meerschalige strategie oproepen. Het gaat dan niet alleen om een samenhang tussen verschillende beleidsniveaus maar vooral om het zoeken naar dwarsverbindingen, naar verknoping, naar een doorbreken van de muren tussen instellingen en bevoegdheidsverdelingen, en naar een duidelijk afgesproken strijd op de verschillende vlakken tegelijk. En eens men zo begint te denken dan moet men ook bereid zijn na te denken over de partijorganisatie die nu nog steeds eentalig en nationaal is opgebouwd, eventueel met enkele inter-nationale contacten… En dan moet men beseffen dat de instellingen de komende vijf jaar in functie zullen staan van de nieuwe politiek, van de verrechtsing en het ombouwen van de welvaartstaat. Een belangrijk deel van het politieke weerwerk zal verplaatst worden naar de civiele maatschappij, naar het middenveld. Dat zal worden gemobiliseerd in een verdediging van “verworven rechten”, in een defensieve strijd. Maar de centrale vraag blijft ook daar: hoe kan men het middenveld, dat is gevormd in het raam van de overlegeconomie, sensibiliseren voor een “glocale” draai, voor een meer “think global, act local”? Eenvoudigweg door meer aandacht te geven aan de plaatsen waar het wereldsysteem het lokale bepaalt, waar er een verknoping is tussen de mondiale vraagstukken en de lokale uitdagingen. Waar concentreert zich de sociale kwestie? Waar moet er dringend een duurzame transitie worden ingezet? Waar stelt zich de vraag naar het multicultureel samenleven? Inderdaad, de stedelijke agenda concentreert de belangrijkste politieke uitdagingen. En op dat vlak worden klimaatspolitiek, strijd tegen dualisering en sociale uitsluiting en superdivers samenleven zeer konkrete uitdagingen. Maar wil men die stedelijke agenda vorm geven dan ook zal men de politiek-organisatorische conclusie moeten trekken dat de huidige ideologische partijlijnen niet de meest aangewezen zijn. Een progressief alternatief vergt analyses en antwoorden op een andere schaal dan de Vlaams-Vlaamse debatten. Een links programma moet meerschalig zijn en dwarsverbindingen leggen tussen plaats en wereld, tussen nabijheid en systeem, tussen stad en Europa. Dat doen vergt meer investering zowel lokaal als Europees en vergt dus een herdenken van zowel programma’s als organisatievormen.

Eric Corijn.


Spip-redacteur:   jurgen
 

Reageer op dit artikel

 
In- & Uitschrijven
Zand in de machine




Attac persberichten




Kalender
« April 2017 »
M D W D V Z Z
27 28 29 30 31 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
 
Trefwoorden
 
 Attac Vlaanderen  |  Statistieken  |  Privé-ruimte  |  Alle rubrieken  |  Alle documenten

Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken.

Logo Creative Commons
Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie.