![]() Associatief netwerk voor een Taks op financiële Transacties
en voor het Aansterken van de Civiele maatschappij |
||
|
Beginpagina
Zand in de Machine
ZidM > 2001-2008
Globalisering, democratie en menselijke ontwikkeling
|
||
Globalisering, democratie en menselijke ontwikkelingEen andere wereld is mogelijk> Ignacio Ramonet - gepubliceerd op 8 juni 2004Ignacio Ramonet, die mee aan de basis lag van Attac, maakt een balans op van de huidige toestand van de wereld. Met zijn pleidooi voor de opbouw van een mondiale democratie en een sterk internationaal middenveld wijst hij de richting aan voor onze strijd voor een andere wereld. Hoe staat de wereld er op dit moment voor? Het hoofdkenmerk is: alle staten worden meegesleurd in de globaliseringsgolf. We maken momenteel een tweede kapitalistische revolutie mee. De globalisering oefent overal ter wereld invloed uit en trekt zich niets aan van de onafhankelijkheid van volkeren en de politieke kleur van de regeringen. De aarde maakt op die manier een nieuw tijdperk van veroveringen door, vergelijkbaar met de periode van de ontdekkingen en kolonisaties. Maar terwijl bij de vorige expansies de staten de hoofdrol speelden, zijn het dit keer de ondernemingen en conglomeraten, de holdings en investeerders die de wereld willen overheersen. Nooit eerder waren er maar zo weinig leiders, met zoveel macht. De groepen waar we het hier over hebben bevinden zich in de Verenigde Staten, Europa en Japan, maar de helft is gevestigd in de VS. Het is een uiterst Amerikaans verschijnsel. Het kapitaal en de macht zijn zich steeds meer gaan concentreren in de laatste twintig jaar, door de spectaculaire ontwikkeling van de informatietechnologie. In het begin van dit millennium wordt er weer een grote stap gezet, met de nieuwe technieken om het leven genetisch te manipuleren. De privatisering van het menselijk genoom en de patentering van levend materiaal openen nieuwe perspectieven voor het kapitalisme. Alles wat te maken heeft met het leven en de natuur probeert men te privatiseren en daardoor ontstaat een macht die waarschijnlijk absoluter is dan we ooit tevoren hebben gezien. De mondialisering richt zich niet zozeer op het veroveren van landen als wel op het veroveren van markten. Het gaat deze moderne machthebbers niet om de verovering van grondgebied, zoals bij de grote invasies en kolonialiseringen, maar om het verkrijgen van bezit. Die veroveringen gaan gepaard met massale vernietigingen. Hele industrieën worden getroffen, overal ter wereld. De sociale gevolgen zijn enorm: ontslagen op grote schaal, werkloosheid, onzekerheid, uitsluiting. Mannen, vrouwen en nog schandaliger - kinderen - worden uitgebuit. Driehonderd miljoen kinderen worden uitgebuit, in verschrikkelijke omstandigheden. De mondialisering betekent ook plundering op wereldniveau. Er wordt grote schade toegebracht aan het milieu en de grote ondernemingen maken winst met de natuurlijke grondstoffen die het algemeen welzijn van de mensheid zouden moeten dienen. Dat gebeurt zonder scrupules en beperkingen. Dan hebben we ook nog de financiële misdaad in de zakenwereld en bij de grote banken, die kapitalen recycleren van duizenden miljarden dollars per jaar, dat wil zeggen meer dan het bruto nationaal product van een derde van de mensheid. De commercialisering van woorden en zaken, van lichaam en ziel, van de natuur en de cultuur, vergroot de ongelijkheid. We weten dat de kloof tussen rijk en arm groter is geworden in de laatste twintig jaar ultraliberalisme (1979-1999), maar hoe groot waren de verschillen toen al? We weten dat in 1960 20% van de wereldbevolking in de rijkste landen een inkomen had dat 30 keer groter was dan dat van de 20% armsten. In 1995 was dat inkomen al 82 keer zo groot!. In meer dan zeventig landen is het inkomen per inwoner lager dan twintig jaar geleden. Op wereldschaal leven bijna 3 miljard mensen - de helft van de mensheid - met minder dan 2 US$ per dag. De welvaart kent geen grenzen, maar het aantal mensen zonder dak boven hun hoofd, zonder werk en zonder voldoende eten stijgt onophoudelijk. Van de 4,5 miljard inwoners van de ontwikkelingslanden heeft bijna een derde geen toegang tot drinkwater. Een vijfde van de kinderen krijgt niet genoeg calorieën of eiwitten naar binnen. En zo’n 2 miljard mensen - een derde van de wereldbevolking - lijdt aan bloedarmoede. Is deze situatie fataal? Nee. Volgens de Verenigde Naties kunnen we voorzien in de basisbehoeften van de hele wereldbevolking - voeding, drinkwater, scholing, gezondheidszorg - door een belasting van minder dan 4% te heffen op de 225 grootste vermogens ter wereld. Iedereen voldoende voeding en sanitaire voorzieningen geven kost slechts 13 miljard dollar. Dat is minder dan wat de inwoners van de Verenigde Staten en de Europese Unie per jaar aan parfum uitgeven. Op dit moment brokkelen de staatsstructuren en de traditionele sociale structuren steeds verder af. Overal ter wereld, maar vooral in het Zuiden, raakt de staat in verval. Er ontstaan gebieden zonder regering en recht, die onder geen enkele wet vallen en waar de chaos heerst. Daar wordt de dienst uitgemaakt door op winst beluste ondernemingen die de burgerbevolking uitbuiten. Hier dreigen nieuwe gevaren: georganiseerde misdaad, maffia, fundamentalisme en xenofobie, financiële speculatie, corruptie op grote schaal, nieuwe epidemieën (aids, ebola, Creuzfeld-Jacob, enz.), milieurampen, verstoring van het klimaat, broeikaseffect, desertificatie, verspreiding van kernwapens, enz. Een van de belangrijkste factoren voor het ontstaan van deze puinhopen is ongetwijfeld de globalisering. De globalisering is het voornaamste kenmerk van de historische cyclus die is begonnen na de val van de Berlijnse muur in november 1989 en de ineenstorting van de Sovjetunie in december 1991. De mondialisering is zo machtig dat ze ons dwingt om de fundamentele concepten te herdefiniëren van het politieke en democratische stelsel dat ontworpen werd aan het eind van de achttiende eeuw. Die concepten zijn de natiestaat, soevereiniteit, onafhankelijkheid, democratie, de verzorgingsstaat en burgerschap. In de huidige ultraliberale fase maakt het kapitalisme van alles koopwaar; de traditionele gemeenschappen vallen uiteen en de mensen worden individuen, geïsoleerd in de massa. De nieuwe hiërarchie van de staten die zich nu begint af te tekenen is niet zozeer gebaseerd op de militaire macht om controle uit te oefenen over de grondstoffen, maar eerder op het vermogen om op de huidige technologische veranderingen in te spelen en de financiële wereld te overheersen. Wat is globalisering nu eigenlijk? Globalisering betekent dat de economieën van een groot aantal landen steeds nauwer met elkaar verbonden raken. In de globalisering speelt de financiële sector de hoofdrol, omdat de kapitaalstromen niet langer aan beperkingen onderhevig zijn. Het gevolg is dat deze sector de controle heeft over de economie. Door de internationale concurrentie werkt de globalisering als een permanent selectiemechanisme. Er is concurrentie tussen kapitaal en arbeid. En omdat het kapitaal vrij kan circuleren en de mens veel minder mobiel is, wint het kapitaal het altijd. Net zoals de grote banken in de negentiende eeuw het voor het zeggen hadden in veel landen en de multinationals in de jaren ’60 en ’80, zijn het nu de privéfondsen van de financiële markten die het lot van veel landen in handen hebben. En daarmee, tot op zekere hoogte, het economisch lot van de wereld. Voortaan kunnen de financiële markten hun wil opleggen aan de staat. In dit nieuwe politiek-economische landschap is het globale niveau sterker dan het nationale, de privé-onderneming sterker dan de staat. In zekere zin is er niet langer sprake van herverdeling. Alleen de particuliere ondernemingen zorgen voor ontwikkeling en kunnen concurreren op internationaal niveau, zo wordt beweerd. De particuliere bedrijven zijn dus de spil waar alles om draait. In een gemondialiseerde economie zijn het kapitaal, de arbeid, noch de grondstoffen de bepalende factor. Wat telt is de optimale verhouding tussen deze drie factoren. Met het oog daarop houdt een bedrijf geen rekening met grenzen of regelgeving, maar alleen met het intelligente gebruik van informatie, de organisatie van de arbeid en de revolutie van het management. Het gevolg hiervan is vaak dat de solidariteit verdwijnt. Er ontstaat een kloof tussen het belang van de onderneming en dat van de collectiviteit, tussen de logica van de markt en die van de democratie. De moderne bedrijven voelen zich niet betrokken bij één bepaald land; ze zijn wereldwijd actief. De ondernemingen krijgen een supranationaal karakter en kunnen daardoor in ongekende vrijheid werken, omdat er op politiek, economisch of juridisch gebied geen internationale instanties zijn die hun activiteiten doeltreffend kunnen reglementeren. De globalisering zorgt voor enorme veranderingen in de economie, politiek en cultuur. Voor de burgers geldt: slikken of stikken. We moeten onze vrijheid opgeven om beter te kunnen gehoorzamen aan de anonieme bevelen van de markt. De globalisering betekent het eindpunt van het economisme: er wordt een ’mondiale’ mens gecreëerd, die tot geen enkele cultuur behoort en zich niet bekommert om zijn medemens. Globalisering betekent ook dat de neoliberale ideologie over de hele wereld wordt ingevoerd. In de huidige democratieën voelen steeds meer burgers zich in het nauw gedreven door een doctrine die elke rebelse gedachte beïnvloedt, verstoort, verlamt en uiteindelijk in de kiem smoort. Deze doctrine, dit unieke denkbeeld, is de neoliberale economie, de enige die wordt toegestaan door de onzichtbare, maar alomtegenwoordige gedachtenpolitie. Dit moderne dogmatisme vertegenwoordigt de belangen van de economische macht en in het bijzonder de belangen van het internationaal kapitaal. Het is geformuleerd en gedefinieerd in 1944, bij de akkoorden van Bretton-Woods. De belangrijkste grondleggers ervan zijn de grote economische en monetaire instellingen - de Wereldbank, het IMF, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, (OESO), de Wereldhandelsorganisatie, de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank, enz. Deze instellingen financieren wereldwijd talloze onderzoekscentra, universiteiten en stichtingen en leggen ze hun denkbeelden op. Deze instanties werken die ideeën verder uit en verspreiden het goede woord. Via de organen die economische informatie verspreiden gaat het verder de wereld over. Vrijwel overal aanvaarden de economische faculteiten, journalisten, essayisten en politieke leiders de belangrijkste geboden van de nieuwe stenen tafelen en ze verspreiden ze tot vervelens toe via de massamedia. De eerste stelregel van de neoliberale ideologie is des te sterker omdat zelfs een marxist die niet goed oplet hem zou aanhangen: de economie is hoger dan de politiek. De economie krijgt het bevel in handen, in naam van ’het realisme’ en ’het pragmatisme’. De liberalen formuleren het als volgt: ’Het kapitalisme kan niet ineenstorten, want de samenleving is van nature kapitalistisch. De samenleving is niet van nature democratisch. De markt wel.’ De economie moet zich bevrijden van de last van de sociale sector, die de oorzaak zou zijn van regressie en crisis. De andere sleutelconcepten van de neoliberale ideologie zijn bekend: Voortdurend dreunen bijna alle politieke stromingen, van rechts tot links, in de media deze mantra op. De intimiderende macht die daarvan uitgaat verstikt elke poging tot onafhankelijk denken en maakt het moeilijk zich te verzetten tegen het nieuwe obscurantisme dat wij het eenheidsdenken noemen... Het ergste van deze mondialisering is dat ze in naam van het ’realisme’ op voorhand al het geringste verzet of de voorzichtigste kritiek veroordeelt. Een rebelse opleving, het zoeken naar alternatieven, pogingen om de democratie meer controle te geven, elke kritiek op de markt: het wordt allemaal belachelijk gemaakt of afgedaan als hopeloos verouderd. Voor de mondialisering is de concurrentie de enige kracht die de wereld laat vooruitgaan: ’Individuen, ondernemingen, landen’, zo zei Helmut Maucher, de baas van Nestlé, op het Forum van Davos, ’allemaal moeten ze in de eerste plaats de concurrentie verslaan om te kunnen overleven.’ Wee de overheid die hiervan afwijkt: ’De markten zuilen haar direct tot de orde roepen’, waarschuwde Hans Tietmeyer, ex-president van de Bundesbank, ’want de politici zijn nu onderworpen aan de macht van de markt.’ In Davos stelde Marc Blondel, secretaris-generaal van de Franse vakbond Force Ouvrière, in 1966 vast: ’De openbare macht is in het beste geval een onderaannemer van het bedrijfsleven. De markt regeert. De regering beheert.’ En de rol van de staat in de mondiale economie, is niet zo fraai. De staat heeft niet langer de controle over wisselkoersen, de geldstromen, het informatieverkeer of de handel. De staat is niet langer totalitair, maar in het tijdperk van de globalisering is het de economie die steeds meer naar totalitarisme neigt. Iedereen weet dat in de jaren ’30 ’totalitaire regimes’ geen georganiseerde oppositie toestonden, de rechten van de mens verwaarloosden in het belang van de staat, en de politieke macht soeverein alle activiteiten in de samenleving beheerste. De globalisering heeft de nationale markt om zeep geholpen, en daarmee een van de pijlers van de macht voor de natiestaat. Daardoor is het nationale kapitalisme van vorm veranderd en de rol van de overheid afgenomen. De staat heeft niet langer de middelen om op te komen tegen de markt. Ze heeft geen middelen om de gigantische kapitaalstromen af te remmen of om zich te verweren tegen de werking van de markt als die ingaat tegen haar belangen of die van de burgers. De regeringen zijn in hun economisch beleid over het algemeen bereid netjes de instructies uit te voeren van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank of de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Deze wereldwijde organisaties oefenen zo een echte dictatuur uit over de politiek van de staten. Door privatiseringen en de vrije circulatie van geld te bevorderen hebben de politici er in de laatste twintig jaar voor gezorgd dat de beslissingsbevoegdheid op belangrijke terreinen (op het gebied van investeringen, werkgelegenheid, gezondheidszorg, onderwijs, cultuur en milieubescherming) van de overheid naar de particuliere sector is verschoven. Daarom is meer dan de helft van de honderd grootste economieën tegenwoordig niet een land, maar een onderneming. In de jaren ’70 waren er maar een paar honderd multinationals, momenteel zijn er al bijna 40.000... Als we kijken naar de omzet van de 200 grootste ondernemingen ter wereld, dan zien we dat die al groter is dan 25% van de economische activiteiten wereldwijd, terwijl ze minder dan 0,75% van de beroepsbevolking op aarde te werk stellen. Door eindeloze fusies ontstaan er steeds meer holdings die gigantisch veel ondernemingen in hun bezit hebben. De omzet van General Motors is al groter dan het BBP van Denemarken, en de omzet van Exxon-Mobil groter dan het BBP van Oostenrijk. De 100 grootste ondernemingen op aarde verkopen elk meer dan een van de 120 armste landen exporteert. En de 23 machtigste ondernemingen verkopen meer dan sommige grote landen in het Zuiden, zoals India, Brazilië, Indonesië of Mexico. Deze grote ondernemingen hebben 70% van de wereldhandel in handen. De directeuren van deze ondernemingen en die van de grote groepen in de financiële en mediasector bezitten de macht en hebben door een invloedrijke lobby een vinger in de pap bij de politieke besluitvorming. Zij confisqueren de democratie, met het oog op nog grotere winsten. De voornaamste partijen van de financiële economie (die vijf keer groter is dan de reële economie), dat zijn de grootste pensioenfondsen van de VS, Groot-Brittannië en Japan, spelen de baas over de financiële markten. De macht van de staten, hoe groot ze ook zijn, verdwijnt daarbij in het niets. Steeds meer kleine landen die de overheidsbedrijven voor een groot deel hebben verkocht aan de particuliere sector, zijn nu in feite eigendom van de grote multinationals. De multinationals hebben hele sectoren van de economie in het Zuiden in handen; ze maken gebruiken van de staten om druk uit te oefenen in internationale fora en die politieke beslissingen te laten nemen die hun streven naar wereldoverheersing ondersteunen. Op onze planeet beschikken de 20% rijkste mensen van de bevolking over 80% van de grondstoffen, terwijl de 20% armsten slechts over minder dan 0,5% beschikken. De markten kijken alleen naar de korte termijn en directe winst en kunnen de toekomst niet voorspellen. Dus wordt er niet gekeken naar de toekomst van de mensheid en het milieu, wordt stadsuitbreiding niet gepland, blijft de ongelijkheid bestaan en wordt de sociale kloof alleen maar groter. Wie zijn in onze tijd de echte wereldheersers? Dat is zeker niet een soort clandestiene groep die in het duister complotten smeedt om de politieke controle over de aarde te veroveren, zoals sommigen menen. Maar het zijn eerder organisaties die hun zin doordrijven door een strikte toepassing van het neoliberale evangelie. Zij hebben duidelijk omschreven consignes en hun totalitaire slogan zou kunnen luiden: ’Alle macht aan de markten!’ ’De markten stemmen elke dag’, aldus George Soros, financier en miljardair, ’zij dwingen de regeringen om onpopulaire, maar noodzakelijke maatregelen te nemen. Het zijn de markten die blijk geven van staatszin.’ Dit is ook de mening van Boutros Boutros-Ghali, de vroegere secretaris-generaal van de Verenigde Naties: ’De wereldmacht ligt voor het grootste deel niet langer in handen van de staten. Het is zeker dat de globalisering het ontstaan van nieuwe machten met zich meebrengt, die de staatsstructuur overstijgen.’ Als het zo zit moeten we dus de kwestie van de democratische vernieuwing, van de hervorming van dit model, op een andere manier aanpakken. En wel dringend. Het politieke stelsel, dat in essentie dateert uit de tweede helft van de achttiende eeuw, en bedacht is in Engeland, de Verenigde Staten en Frankrijk op basis van de Griekse en Romeinse stelsels, moet vernieuwd worden. Er zijn inderdaad al (soms belangrijke) wijzigingen doorgevoerd (zoals de afschaffing van de slavernij en het censuskiesrecht, of de invoering van het vrouwenkiesrecht), maar iedereen weet dat het systeem versleten is en zich nauwelijks bezighoudt met de zaken die voor de burgers van belang zijn. Steeds meer mensen eisen een ’radicale democratie’, waarin niet alleen de politieke rechten worden gerespecteerd, maar ook de sociale en economische rechten. Onze stem heeft niet langer invloed op de belangrijke terreinen en de burger komt steeds meer buitenspel te staan. Met name de economie heeft geen band meer met het sociale leven en de besluitvormers weigeren de verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van de globalisering, zoals werkloosheid, verpaupering, uitsluiting en ongelijkheid, In Europa negeert de democratie doorgaans de fundamenten van het sociaal contract. Het feit dat er bijna 18 miljoen werklozen zijn en vijftig miljoen armen wordt gewoon aanvaard. Onder onze ogen vormt zich in sommige ’democratische’ staten een maatschappij van renteniers en een twee keer zo grote maatschappij van uitgebuiten. Er blijkt opnieuw slavernij te kunnen voorkomen in het kapitalisme, ook al vooronderstelt democratie gelijke rechten. Moet het ons verbazen dat steeds meer mensen deze democratie een leugen vinden? Dat ze vinden dat een kleine elite de democratie heeft verraden en ingepalmd? Ook het liberalisme moet niet op de sympathie van de mensen rekenen. Deze politiek-economische doctrine, die in de jaren ’80 onverbiddelijk werd toegepast door Margaret Thatcher, heeft grote sociale gevolgen gehad: grotere ongelijkheid, meer werklozen, afname van het aantal industrieën, afbraak van de overheidsdiensten, achteruitgang van de collectieve voorzieningen, enz. Volgens de profeten van het monetarisme zouden al deze problemen automatisch opgelost worden door de ’onzichtbare hand van de markt’ en door de macro-economische groei. De grootste deskundigen gingen ervan uit dat de economie permanent zou blijven groeien, dankzij de deregulering, de afschaffing van de controle op de wisselmarkt, de globalisering op financieel gebied, en de mondialisering van de handel. Maar in werkelijkheid is er een maatschappij in twee delen ontstaan, met aan de ene kant een groep hyperactieve rijken en aan de andere kant een enorme massa armen, werklozen en uitgeslotenen. Zelfs de enige overgebleven supermacht kan in het tijdperk van het neoliberalisme aan zijn burgers absoluut geen bevredigend niveau van menselijke ontwikkeling garanderen. In de Verenigde Staten, nummer één op economisch gebied, wonen 32 miljoen mensen die een levensverwachting hebben van minder dan 60 jaar en 40 miljoen mensen zonder medische bescherming, 46 miljoen onder de armoedegrens en 52 miljoen analfabeten. Over de hele wereld is armoede de regel en welvaart een uitzondering. Ongelijkheid is een van de belangrijkste structurele kenmerken geworden van de mondialisering. En de kloof tussen arm en rijk wordt nog steeds breder. Uit recente ramingen blijkt dat de 225 grootste vermogens ter wereld een totaal vertegenwoordigen van meer dan duizend miljard dollar, evenveel als het jaarlijks inkomen van 47% van de armste mensen ter wereld (2,5 miljard mensen). Sommige mensen zijn tegenwoordig rijker dan staten. Het gezamenlijk bezit van de vijftien rijkste mensen ter wereld is groter dan het totale BBP van de Sahellanden. En toch blijft men beweren dat er geen andere weg mogelijk is. De markt bepaalt wat waar, goed en rechtvaardig is. De ’wetten van de markt’ zijn de moderne versie van de Tien Geboden: ze zijn opgesteld door de befaamde ’onzichtbare hand’ die alle transacties van een gemondialiseerde wereld regelt en controleert. Als we ons niet aan deze wetten houden, storten we onszelf onvermijdelijk in de afgrond en de ellende. De staat heeft vrijwillig afstand gedaan van de middelen om het kapitaalverkeer aan banden te leggen en speculatie tegen te gaan. De door het financiële gedomineerde globalisering bekrachtigt de suprematie van de marktwerking over de economische politiek. Voortaan zijn het de markten die besluiten of de nationale economische politiek goed is of niet. De autoriteiten zijn niet langer opgewassen tegen de speculanten. Japan, bijvoorbeeld, bezit de grootste reserve aan deviezen ter wereld, meer dan 200 miljard dollar. Maar daarmee kan het land nog niet op tegen de drie grootste pensioenfondsen in de VS, die samen meer dan 500 miljard dollar bezitten. De globalisering heeft geleid tot een enorme uitbreiding van de financiële sector: het volume van de transacties op de wisselmarkten (waar deviezen worden verhandeld) is vijf keer zo groot geworden sinds 1980 en bedraagt nu meer dan 1.500 miljard dollar per dag! Het volume van de internationale financiële transacties is vijftig keer groter dan de waarde van de internationale handel in goederen en diensten. De activa van de institutionele investeerders (verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen, enz.) bedragen meer dan 25.000 miljard dollars, dus meer dan wat er in de hele wereld per jaar aan rijkdommen wordt geproduceerd. Meer dan 60% van de aandelen genoteerd op de beurs van Parijs is in handen van institutionele, voor het grootste deel buitenlandse, investeerders. Als een democratisch verkozen regering een beleid wil voeren dat de groei en werkgelegenheid bevordert, ondernemingen. niet langer besnoeit op de winsten en een lichte stijging van de inflatie tolereert, straffen deze investeerders het land onmiddellijk, door de valuta aan te vallen of door op grote schaal de effecten van hun ondernemingen te verkopen. Door deze agressieve reactie ontstaat er een financiële crisis en wordt het onmogelijk het beleid te voeren waar de burgers democratisch hebben voor gestemd. De burgers mobiliseren zich steeds meer tegen de nieuwe machthebbers en blijven ervan overtuigd dat in wezen het doel van de mondialisering is de collectiviteit te verwoesten, en de publieke en sociale sectoren in handen te geven van de markt. En zij hebben besloten zich daartegen te verzetten, zoals begin december 1999 bleek, tijdens de top van de Wereldhandelsorganisatie in Seattle. Omdat ze al te lang geen inspraak en geen keuzevrijheid meer hadden, hebben de burgers hun stem krachtig laten horen in Seattle: ’Het is genoeg!’ We willen de mondialisering niet langer aanvaarden als een voldongen feit. We willen niet dat de markt bepaalt wat er gebeurt in plaats van de volksvertegenwoordigers. Onze wereld is niet te koop! We pikken het niet langer. Deze grote overwinning op de Wereldhandelsorganisatie is grotendeels op rekening te schrijven van iets dat we het prille begin van een internationale burgermaatschappij kunnen noemen en dat lijkt op tientallen ngo’s, collectieven, vakbonden en grensoverschrijdende netwerken. Het verschijnsel globalisering - en de laksheid van de politieke leiders - hebben er in de afgelopen tien jaar voor gezorgd dat er een soort uitvoerende macht op wereldniveau is ontstaan, die de werkelijke leiding van de wereld heeft. De vier grootste partijen zijn: het IMF, de Wereldbank, de OESO en de WHO. Dit informele machtsorgaan trekt zich niets aan van het democratisch debat en wordt niet verkozen, maar neemt wel alle beslissingen en het besluit soeverein over het lot van de mensen. En er is geen tegenmacht die corrigeert, bijstuurt of besluiten ongeldig verklaart. Want de traditionele tegenmacht in een democratie - het parlement, de partijen of de media - zijn te lokaal of medeplichtig. Bovendien is er veel verwarring bij degenen die de noodzaak inzien van een internationaal orgaan dat een tegenwicht kan bieden voor deze uitvoerende macht op wereldniveau. Door de fakkel van het internationaal verzet over te nemen hebben de demonstranten van Seattle in zekere zin de eerste steen gelegd van een mondiaal parlement, waarin het maatschappelijk middenveld van alle landen ter wereld een centrale plaats moet innemen. Misschien is Seattle dus inderdaad een keerpunt. De vraag om gerechtigheid en gelijkheid die als onderstroom door de lange geschiedenis van de mensheid trekt, klinkt opnieuw luider. Nadat de burgers politieke rechten en daarna sociale rechten hebben verkregen, eisen ze nu een nieuwe generatie rechten, dit keer collectieve rechten, als verweer tegen de verwoestingen die de mondialisering teweegbrengt: het recht op vrede, op natuurbehoud, op informatie, op de ontwikkeling van de volken, rechten voor de stadsbewoners, de kinderen enz. Voortaan is het ondenkbaar dat dit maatschappelijk middenveld in wording niet meer betrokken wordt bij de komende grote onderhandelingen op internationaal niveau, waar problemen op het gebied van milieu, gezondheidszorg, financiële suprematie, humaniteit en culturele diversiteit, genenmanipulatie e.d. aan de orde komen. Het gaat er nu om dat we beginnen te bouwen aan een andere toekomst. We moeten niet langer accepteren dat er op deze wereld maar twee standen zijn: degenen die alles en degenen die niets hebben Vijf miljard mensen leven in armoede, terwijl er een miljard rijken zijn. Rubens Ricupero, secretaris-generaalvan de UNCTAD, heeft de volgende waarschuwing gelanceerd: ’We moeten het kapitaalverkeer aan banden leggen. De wereldeconomie is tegenwoordig onstabieler dan ooit sinds de TweedeWereldoorlog. De ontwikkelingslanden zijn het meest kwetsbaar bij een crisis. De herziening van de financiële structuren wereldwijd heeft de hoogste prioriteit.’ (Le Monde, Parijs, 13 februari 2000). Het is tijd om het te erkennen: Een andere wereld is mogelijk. Het is mogelijk om een nieuwe economie in het leven te roepen, met meer solidariteit, gebaseerd op het principe van duurzame ontwikkeling, waarbij de mens centraal staat. Elke staat moet het risico nemen en belasting heffen op de rijkdom van degenen die hebben gewonnen door de mondialisering en dat geld verdelen onder de verliezers. We moeten beginnen met de financiers te ontwapenen. Voor de ontmanteling van het huidige geldwezen is een belangrijke belasting op de inkomsten uit kapitaal nodig, met name op de speculaties op de wisselmarkten, door middel van de Tobinbelasting. James Tobin, professor aan de universiteit van Yale, in de Verenigde Staten, was een van de adviseurs van president John Kennedy. In 1981 ontving hij de Nobelprijs voor economie. In de jaren ’70 lanceerde hij het voorstel om een uniforme, internationale belasting van 0,1% op transacties in deviezen in te voeren. Deze belasting zal een sterke rem zetten op de kortetermijnspeculaties, waarbij talloze aan- en verkopen per dag tot stand komen, van de ene valuta in de andere. De Tobintaks beperkt de koersschommelingen. Dit zou regeringen het recht geven lagere rentetarieven te hanteren dan de internationale en dat heeft een positieve invloed op de groei en de werkgelegenheid. De Verenigde Naties kunnen het kapitaal beheren dat deze belasting oplevert. Het bedrag wordt geschat op 200 miljard dollar en kan worden besteed aan het financieren van sociale, educatieve en ecologische programma’s voor de onderste lagen van de wereldbevolking. Volgens de Verenigde Naties is 10% van dit bedrag al voldoende ’voor de elementaire behoeften van iedereen, inenting van alle kinderen, voldoende ook om de ergste vormen van ondervoeding uit te bannen en de minder erge te beperken en de hele wereld van drinkwater te voorzien’. Met slechts 5% van dit bedrag kunnen we ’gezinsplanning aanbieden aan alle mensen die dat willen en de wereldbevolking stabiliseren in het jaar 2015’. Ten slotte kunnen we met amper 3% van deze 200 miljard dollar ’het analfabetisme onder volwassenen halveren, iedereen op aarde lagereschoolonderwijs geven en de vrouwen van de arme landen meer onderwijs geven’. Waarom wachten we dan nog met het invoeren van een Tobintaks? We moeten ook de belastingparadijzen boycotten en afschaffen, het feit dat in bepaalde gebieden het bankgeheim bestaat en de financiële misdaad geld kan witwassen. Er moet een nieuwe verdeling van het werk en de inkomsten komen in een pluralistische economie, waarin de markt maar een deel van de ruimte inneemt, met een solidaire sector en veel meer vrije tijd. Er moet een basisinkomen zijn voor iedereen, vanaf de geboorte, ongeacht beroepsactiviteit of burgerlijke staat. Het revolutionaire hieraan is dat alle mensen recht hebben op een basisinkomen omdat ze leven en niet om te kunnen leven. Dit inkomen is gebaseerd op de gedachte dat de productiecapaciteit van een maatschappij het resultaat is van al de wetenschappelijke en technische kennis die de vorige generaties hebben verworven. De vruchten van deze gemeenschappelijke kennis moeten dus worden geplukt door alle mensen. Dit principe kan opgaan voor de hele mensheid, omdat als wat over de hele wereld wordt geproduceerd eerlijk wordt verdeeld, iedereen op aarde een goed leven kan leiden. Zo moet de uitsluiting van de arme landen in het Zuiden ongedaan worden gemaakt door de structurele aanpassingspolitiek af te schaffen, door hen een groot deel van de schulden kwijt te schelden, door de ontwikkelingshulp te vergroten en te aanvaarden dat ze het ecologisch onhoudbare model van het Noorden niet accepteren. Maar ook door zelfvoorziening te bevorderen, eerlijke handel te verdedigen, op grote schaal te investeren in onderwijs, huisvesting en gezondheidszorg, ervoor te zorgen dat de 1,5 miljard mensen die niet over drinkwater beschikken dat wel krijgen en met name in het Noorden eisen voor sociale en ecologische bescherming te stellen aan de importproducten, zodat fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor de werknemers in het Zuiden en de bescherming van het natuurlijk milieu gegarandeerd worden. Aan deze lijst moeten nog meer dringende zaken worden toegevoegd: de emancipatie van de vrouw over de hele wereld, het voorkomen van genenmanipulatie, het afschaffen van varen onder goedkope vlag, enz. Het zijn utopieën die concrete politieke doelstellingen zijn geworden in deze nieuwe eeuw. Hoe noemen we dat, het moment waarop een andere wereld mogelijk wordt? Daar is een heel mooi woord voor. We noemen dat de dageraad. Ignacio Ramonet is directeur van Le Monde diplomatique en hoogleraar aan de universiteit van Parijs-VII
Spip-redacteur:
stijn
|
In- & Uitschrijven
Trefwoorden
|
|
|
Attac
Vlaanderen | Statistieken | Privé-ruimte | Alle rubrieken | Alle documenten
Verwittiging - De gepubliceerde documenten weerspiegelen, tenzij anders vermeld, niet noodzakelijk het standpunt van Attac Vlaanderen. Zij zijn de standpunten van hun auteur(s) en eventueel van werkgroepen of andere organisaties. Dat de documenten hier gepubliceerd worden is omdat wij willen meegenieten van beschikbare ideeën en expertises om samen onze toekomst te heroveren en aan die andere mogelijke wereld te werken. ![]() Alle teksten van deze site mogen gebruikt en gecopiëerd worden onder de voorwaarden van toepassing van de Creative Commons Licentie. |
||